maandag 1 oktober 2012

Paralympics - deel 2 (Holland House)

Op 29 augustus  ben ik met de trein naar Londen gereisd. Eerst van Utrecht naar Rotterdam, vervolgens van Rotterdam naar Brussel en tenslotte van Brussel naar Londen.

De reis ging voorspoedig. De trein die uit Rotterdam vertrok was bomvol, maar gelukkig had ik nog een zitplaatsje. In Antwerpen ging bijna iedereen de trein uit. Gelet op het publiek leek het mij dat ze bijna allemaal van plan waren om eens lekker te dagje te gaan shoppen en stappen in deze Belgische havenplaats.
In Brussel had ik nog wel enige moeite om de terminal voor de Eurostar te vinden. Toen ik het eenmaal gevonden had, was het net of ik in een andere wereld was terechtgekomen.  De overgang van het rommelige treinstation naar de ruimtes van Eurostar had niet groter kunnen zijn. Deze had alles van een vliegveld, met de paspoortcontrole, de bagagecontrole en de steriele ruimte waar je op het vervolg van de reis mocht gaan wachten.
In wachtruimte had ik ruim een uur voordat de Eurostar zou vertrekken naar Londen. Van Wilma had ik wat reisliteratuur voor onderweg gekregen, dus ik zat rustig te bladeren in mijn Voetbal International. Dat was reden voor een Koreaan, woonachtig in Canada, om mij aan te schieten. Gezien het blad wat ik aan het lezen was, dacht hij vast van doen te hebben met een ingewijde. Hij vroeg mij of ik wist waar het stadion was van Queens Park Rangers (QPR). Hij was fan van deze club en wilde graag een shirt kopen, zodat hij dat aan kon doen bij de wedstrijd van zaterdag als QPR op bezoek zou gaan bij Manchester City. We raakten een beetje aan de praat. Hij was een hele grote fan van Engels voetbal en van QPR in het bijzonder, omdat daar een Koreaan speelde. Elk jaar kwam hij wel een keer een week naar Engeland om daar naar wedstrijden te gaan kijken. Eens te meer werd me duidelijk hoe wereldomvattend de impact van het Engelse clubvoetbal is. Ik kon hem trouwens niet verblijden met het adres van QPR.


Zo rond een uur ’s middags kon ik aan boord gaan van de trein en deze zou dan na ruim twee uur aankomen in Londen. Deze reis zou voor mij ook een vette primeur bevatten. Voor het eerst onder Het Kanaal door. Via de Kanaaltunnel. Of de Chunnel, volgens de Engelsen! Deze doortocht onder Het Kanaal is eigenlijk behoorlijk saai. Van kust of zee is helemaal niets te bekennen. In Frankrijk schiet je op een gegeven moment een tunnel in om er een halfuur later in Engeland weer uit te komen. Wel een heel ander weer. Op het vasteland was het nog mooi zonnig weer, op het eiland nat en druilerig. Helemaal in overeenstemming met de verwachtingen!

Na aangekomen te zijn op St Pancras ben ik zo snel mogelijk doorgegaan naar het European Hotel. Snel ingecheckt, inderdaad een behoorlijk klein kamertje. Net genoeg plek voor een bed, een douche met wc, een klein kastje en een televisie. En het zag er ook allemaal wat versleten uit, maar je, ik heb overnachting en dat is het belangrijkste.
 
De taak voor de rest van de middag was om de kaartjes voor de twee wedstrijden op te halen bij een centraal punt in Londen. Met de metro kon ik er komen voor een kaartje van zeven pond. Zonder problemen heb ik de kaartjes opgehaald en vervolgens heb ik nog wat rondgelopen in de omgeving. Zodoende de eerste toeristische knallers al gezien: Downing Street 10, Big Ben, Houses of Parliament en de Westminister Abbey. Deze wandeling zorgde al voor een eerst cultuurschok. Het is allemaal zo toeristisch, zo niet echt, alsof ik door een soort museum heen liep.
 
Gelukkig was er op het Parliament Square nog een afwijkend kunstwerk met waarschijnlijk de vlaggen van alle landen die meegedaan hebben aan de Olympische en Paralympische Spelen. Na enig zoeken kon ik de Nederlandse vlag ook ontdekken. En die van Rwanda!
 
Ik had nog geen programma voor de avond, maar de beste invulling ervan leek me wel om de openingsceremonie in het Holland House te gaan bekijken. Zo veel over gehoord, nu eindelijk de gelegenheid om het mee te maken. Bij de Olympische Spelen heet dit fenomeen Holland Heineken House, maar om onverklaarbare redenen is hier het middelste woord weggelaten. Wil Heineken niets te maken hebben met gehandicapten?
Dit Holland House zou zich moeten bevinden in  het winkelcentrum met de naam Westfield Stratford City. Wat betreft metro bleek zich dit juist buiten de eerste zones te bevinden, dus eigenlijk had ik een nieuw kaartje moeten kopen. De dienstdoende loketbediende was zo vriendelijk om mijn oude kaartje van £ 7 tegen bijbetaling in te wisselen voor een nieuwe van £ 7,70. Dat noem ik service!


Dat Westfield Stratford City winkelcentrum zorgde voor een volgende cultuurschok. Het geheel was echt een op Amerikaanse leest gemaakt product. Het voelde zo onecht, zo plastic, zo kunstmatig aan dat het vervreemdend voelde om er rond te lopen. Hier voelde ik me niet thuis. Alles gericht op consumptie, dure consumptie. Dit is al heel iets anders dan het winkelaanbod met Utrecht, laat staan dat van Rwanda.

Op de vierde verdieping zou het Holland House moeten zijn. Richting parkeerdek kwam ik bij een balie met mensen uitgedost in het oranje. Dit was de goede plek. Met mijn Nederlandse paspoort kon ik het parkeerdek oplopen. Het Holland House is open voor Nederlanders, en ze mogen buitenlandse introducés meenemen.


Op het eind van een verlaten parkeerdek, achter een omheining bevond zich dan het Heineken House.  Daar bevond zich een enorme tent waarin het feestgedruis zou moeten plaatsvinden. Er werd natuurlijk Heineken geschonken, tegen een belachelijk hoge prijs, en er waren veel, heel veel mensen in oranje. Zo’n hele massa in oranje heeft iets van trots, van een nationaal gevoel, maar het heeft ook wel iets treurigs. Zo uitgedost in oranje te gaan kijken naar een openingsceremonie op televisie. Het voelde ook wel vervreemdend om midden in Londen in zo’n Nederlandse enclave te belanden.


De Nederlandse atleten in het defilé werden natuurlijk met gejuich begroet. Die van Rwanda begrijpelijkerwijs niet. Maar ik heb ze wel gezien en herkende Celestine, hij werkt bij het National Paralympic Committee (NPC) van Rwanda.  Ruim voor afloop vond ik het tijd om weer naar mijn hotel te gaan. Ik had nog een drukke week voor de boeg.

Dit was alvast een bijzondere dag met twee vette primeurs. Ik ben onder Het Kanaal doorgegaan en ik heb een bezoek gebracht aan het Holland House!

zondag 30 september 2012

Uitgezonden worden door VSO, heeft dat zin?

Voor mijn verblijf in Rwanda ben ik uitgezonden door VSO. Deze afkorting staat voor Voluntary Services Overseas. Onder de werktitel ‘Sharing skills, changing lives’ heeft VSO als doel om westerse deskundigen naar onderontwikkelde landen te brengen, zodat ze daar hun kennis kennen overdragen.

Dit zegt de website: “VSO is een internationale ontwikkelingsorganisatie die door duurzame kennisuitwisseling werkt aan een rechtvaardiger wereld zonder armoede. Op aanvraag van lokale organisaties in Afrika en Azië zenden wij vakdeskundigen uit die hun kennis en ervaring daar delen. Lokale organisaties kunnen daardoor hun werk effectiever doen.”

En dit ook: “Als vakdeskundige zorg je voor het delen van kennis en ervaring met lokale organisaties in ontwikkelingslanden. Je krijgt een: gedegen training en voorbereiding, tijdelijk dienstverband met de lokale organisatie, een lokaal gebruikelijk salaris, onvergetelijke ervaring.”
Ik ben inmiddels al weer ruim een jaar terug, en dat geeft reden om mijn ervaringen proberen te rangschikken voor een algehele evaluatie.
In 2009 heb ik ruim twee maanden in Cambodja gewerkt en dat was mij zeer goed bevallen. Dat was dus een reden om eens om me heen te kijken of ik nogmaals op zo’n dergelijk avontuur kon gaan. Al gauw kwam ik uit bij VSO en heb me daar ingeschreven. Dan begint het met een zogeheten assessmentdag. Dat is een dag waar je met allerlei andere kandidaten via spelvorm wordt getest of je wel geschikt bent om uitgezonden te worden. Dat was 7 augustus 2009. Naar aanleiding hiervan kreeg ik een mooi rapport in handen met als conclusie dat ik door mocht gaan voor de volgende ronde.
De volgende ronde bestaat uit twee trainingsweekenden met de prachtige afkortingen P2V en SKWID, die respectievelijk staan voor ‘Preparing to volunteer’ en ‘Skills for working in development’. Een opmaat voor een wereld vol afkortingen! Beide weekenden vonden plaats in De Kleine Aarde te Boxtel, inmiddels ter zielen, maar toen nog in de laatste maanden voor haar onverbiddelijke einde. De Kleine Aarde was een veelbelovend initiatief, maar in de uitvoering miste er iets. Toch waren het hele leuke en interessante weekenden, met veel informatie en meer rollenspel om je in te leven in de situatie die eraan zat te komen.
In de tussentijd had VSO al twee voorstellen naar mij toegezonden om te kijken of ik erin was geïnteresseerd. De eerste was in Zambia en de tweede in Uganda. Die heb ik beiden afgewezen. De eerste omdat deze te vroeg kwam en de tweede omdat het een werkplek betrof die ver weg was van de bewoonde wereld. Ik wilde in ieder geval een plaatsing in een hoofdstad of tenminste een grote stad, zodat het mogelijk zou zijn voor Wilma en Marte om mij gemakkelijk te bezoeken en er ook nog een aangenaam verblijf te kunnen hebben. Beide waren ook voor 24 maanden en dat leek mij ook aan de lange kant.
Maar toen kwam het aanbod om in Rwanda te gaan werken. Dat leek ideaal. Het was in de hoofdstad, dus met genoeg faciliteiten, ook voor Wilma en Marte. Verder was het ook maar voor een jaar, dat leek me ook beter, temeer omdat het precies het jaar is dat Marte wel naar school zou gaan, maar nog niet verplicht. Dat gaf dus alle ruimte voor haar om mij in Rwanda te gaan bezoeken. En de baan leek ook interessant. 


Dus heb ik gesolliciteerd voor de functie van ‘Finance and Accounting Advisor’ bij het RNDSC (Rwandan National Decade Steering Committee), maar dat niet alleen, ik zou ook nog adviseur worden bij zeven andere organisaties op het gebied van de behartiging van belangen voor gehandicapten. De helft van mijn tijd zou zijn bij RNDSC, de andere helft bij de andere organisaties. Dat leek dus een goed gevulde portefeuille. Volgens de omschrijving voor mijn werk was het doe om bij de verschillende organisaties een adequaat financieel systeem in werking te laten zijn met goede administratieve procedures. Tevens zouden ze in staat zouden moeten zijn om budgeten te maken en financiële rapportages van voldoende kwalitatief niveau.
Met als resultaat dat ik op 15 januari 2011 in het vliegtuig ben gestapt met eindbestemming Kigali, om daar een jaar te gaan leven en werken.
In de praktijk heb de meeste van mijn tijd doorgebracht op het kantoor van RNDSC, veel meer dan de beoogde 50 %. Verder heb ik me in de praktijk bij RNDSC zeker niet alleen bezig gehouden met financiële en administratieve zaken, uiteindelijk ben ik aanraking gekomen met algemeen beleid op het gebied van belangenbehartiging. Dit komt enerzijds doordat ik samen opgetrokken ben met Nicole, die tegelijkertijd met mij bij RNDSC zat als ‘Management and Advocacy Coach’. Samen met Bruno, onze baas bij RNDSC, zijn we bijvoorbeeld actief geweest bij de behandeling van het rapport dat de regering van Rwanda zou moeten uitbrengen over de CRPD (Convention on the Rights of Persons with Disabilities) aan de Verenigde Naties. Bij dit algehele beleid lag duidelijk veel meer de belangstelling van Bruno.
Gedurende mijn plaatsing bij RNDSC werd me gaandeweg wel duidelijk dat men niet zo veel belangstelling voor het onderwerp financiën had. Op een gegeven moment krijg je het dan ook over de verwachtingen die men had omtrent mijn komst. In de allereerste plaats had men verwacht dat ik met financiële software zou komen, waarschijnlijk met het idee dat het dan allemaal vanzelf zou gaan. Dat van de software kwam regelmatig terug, en het moge duidelijk zijn dat nooit de bedoeling is geweest. Daarnaast is de organisatie nog zo klein, dat financiële software echt onnodig is, het gaat net zo gemakkelijk in Excel. Toen duidelijk werd dat ik niet met financiële software zou komen, kreeg ik de indruk dat mijn plaatsing bij RNDSC er steeds minder begon toe te doen.
Als ik een beetje doorvroeg over aanvullende wensen, dan gaf men als antwoord het bijbrengen van vaardigheden (‘skills’), zonder daarbij een idee te hebben welke dit dan zouden moeten zijn. Bijkomend probleem daarbij was dat ik dat wel geprobeerd heb, maar dat ik niet het gevoel heb gehad dat men daar erg open voor heeft gestaan. Toen ik op een gegeven moment voorstellen heb gedaan om een betere verantwoording richting donoren te doen, was Bruno daarvan niet gecharmeerd. Mogelijk heb ik het ook niet op een juiste manier gebracht, in ieder geval is het zeker niet in goede aarde gevallen.
Ik heb mijn vraagtekens bij een uitgangspunt van mijn plaatsing. Dat zou zijn op aanvraag van een lokale organisatie. Is die er wel werkelijk geweest? Natuurlijk is die er formeel wel geweest, maar in hoeverre is dat niet voorgebakken door VSO Rwanda. Daar had men misschien zoiets van dat wel eens handig zou zijn en vervolgens heeft men RNDSC gevraagd of zij er behoefte aan had. Dan zegt men natuurlijk geen nee, zeker niet in Afrika. In mijn gedachten speelt ook nog mee dat VSO Rwanda ook gewoon een bedrijf is. Hoe meer plaatsingen, hoe succesvoller! Pas op het eind van mijn plaatsing heb ik uitgevonden dat mijn plaatsing (geheel of gedeeltelijk) gefinancierd is door SHIA (Solidarity, Human Rights, Inclusion and Accessibility), de Zweedse organisatie voor belangenbehartiging. Misschien is de vraag wel van deze organisatie gekomen?
Bij een tweede uitgangspunt van uitzending heb ik ook mijn twijfels. Heb ik wel echt een tijdelijk dienstverband gehad bij RNDSC? Ik heb wel een lokaal salaris ontvangen, maar dat is gedurende het gehele jaar uitbetaald door VSO. Dus voor mijn gevoel ben ik in dienst geweest bij VSO en vervolgens gestationeerd bij RNDSC. In mijn beleving had ik een lokaal salaris van de organisatie waar ik kwam te werken moeten ontvangen. Doordat dit niet het geval was, was er ook onvoldoende toewijding van de kant van RNDSC voor mijn aanwezigheid. Ik was er wel, maar hoorde ik er wel bij? Werd ik zonder die toewijding niet meer dan een passant? Het probleem was dat RNDSC geen geld had om mij te betalen, zelfs niet gedeeltelijk. Alle lopende zaken werden gewoon gefinancierd door VSO. Eigenlijk kon de organisatie niet voortbestaan zonder de steun van VSO.
Wat betreft de andere organisaties. Bij twee ervan, NUDOR en RNUD, ben ik regelmatig over de vloer geweest en heb daar onder ander op het gebied van financiën een bijdrage kunnen leveren. Bij een paar anderen ben ik wel eens binnen geweest en heb er ook wel iets gedaan, maar dat was wel mondjesmaat. Bij een tweetal organisaties ben ik nooit contact geweest gedurende het jaar. Ik heb wel pogingen ondernomen, weliswaar niet tot het uiterste, maar dat heeft tot niets geleid. Waarschijnlijk was er geen behoefte aan advies op het gebied van financiën. Misschien was acht te bedienen organisaties ook wel een beetje te veel van het goede geweest, dus dat twee er helemaal geen behoefte aan hadden ook helemaal niet erg. Maar ook hier heb ik vraagtekens of deze acht lokale organisaties wel gevraagd is naar een vakdeskundige zoals ik.
Door het ontbreken van de vraag van de lokale organisaties en het ontbreken van de toewijding, ook in financiële zin, was mijn plaatsing niet zo succesvol als deze had kunnen zijn. Mijn doelstellingen zijn bij lange niet gehaald bij de acht organisaties waarvoor ik aan de slag ben geweest. Daarentegen ben ik veel actiever geweest op beleidsmatig niveau, wat in het geheel niet vermeld stond bij mijn te bereiken doelen.
Sommige plaatsingen door VSO hebben heel veel succes, dat is denk ik dus niet van toepassing. Er zijn ook veel plaatsingen die op een totale mislukking zijn uitgelopen. Dat gevoel heb ik ook zeker niet. Bijna alle plaatsingen zijn anders dan dat ze op voorhad op papier zijn gezet. Dat is ook zeker op mij van toepassing, ik sluit me hierbij dan ook aan bij de meerderheid.
Bereikt VSO haar doelstellingen? Soms wel, soms niet en soms gedeeltelijk. En vaak wordt er iets heel anders bereikt dan oorspronkelijk de bedoeling is. Het is wel zaak om heel duidelijk vast te stellen dat er inderdaad een vraag is van een lokale organisatie. Misschien kan er op dat punt nog winst worden gemaakt.
Wat in ieder geval wel is uitgekomen is dat het een onvergetelijker ervaring is geweest. Dat kan ik van harte onderschrijven!

woensdag 26 september 2012

Mijn bezoek aan de Paralympics - de voorbereiding

Afgelopen november was ik er getuige van dat Rwanda zich plaatste voor de Paralympische Spelen in Londen op het onderdeel zitvolleybal. Ik riep toen iedereen op om naar Londen te gaan om ze daar aan te moedigen. Dit gedaan hebbende kon ik natuurlijk niet achterblijven. Dus vatte ik het plan op het Rwandan Sitting Volleyball Team aan te gaan moedigen op de Paralympics. En dat zou dan mooi te combineren zijn met een paar bezoekjes aan mensen die ik ontmoet heb in Rwanda en inmiddels al weer teruggekeerd waren in Engeland.

Eerst maar eens uitvinden wanneer en waar ze zouden spelen. De site van de Paralympische Spelen had ik gauw gevonden, maar daar stond telkens dat het programma nog niet bekend was. Dat schoot nog niet veel op, ik moest eerst weten wanneer Rwanda zou spelen, dan pas kon ik boeken. Achteraf gezien heb ik op een verkeerd gedeelte gekeken, op een andere plek hadden ze het hele schema al lang staan.
In dit schema stond dat Rwanda op 30 augustus zou gaan spelen tegen Iran, op 31 augustus tegen Brazilië, op 2 september tegen China en op 3 september tegen Bosnië-Hercegovina. Daarna zouden vanaf 5 september de kwartfinales gaan plaatsvinden. De periode van mijn verblijf kreeg hier in ieder geval al wat contouren. Dat zou dus van 29 augustus tot en met 4 september zijn. Precies genoeg om alle wedstrijden te zien in de voorronde. Gezien de tijdsperiode was het ook wel duidelijk dat ik alleen op pad zou gaan, Marte moest tijdens die periode gewoon naar school, dus was het geen optie om met het hele gezin er heen te gaan.
Nu nog even een kaartje kopen voor de wedstrijden. Dit kan helaas alleen met een Visa creditcard. Een andere manier van betalen was gewoon niet mogelijk. Ja, alleen cash aan de kassa, maar dat leek met link. Dus de volgende stap is het aanvragen van een Visa creditcard, en dat op de goedkoopste manier, dus via de ANWB. Helaas duurde dat weer enkele dagen, en er zat ook nog een vakantie tussen, dus toen lag het bestellen van de kaartjes eventjes stil.
Na de vakantie met frisse moed en met een gloednieuwe creditcard ben ik weer aan de slag gegaan. Dit viel echter nog niet mee. Alle zitvolleybal wedstrijden zouden plaatsvinden in het gebouw met de naam ExCeL (Exhibition and Convention Centre of London). Ook een aantal andere sporten zouden hier worden gedaan, zoals tafeltennis, powerliften, boccia en judo. Ik heb het heel vaak geprobeerd, maar het was gewoon onmogelijk om een kaartje voor £ 15 te bemachtigen voor het zitvolleybal. Wel kon je dagpassen van £ 10 voor ExCeL kopen met de mededeling dat  je bij beschikbaarheid naar alle sporten binnen het gebouw zou kunnen gaan kijken. Een beetje vaag allemaal, maar ik heb uiteindelijk toch maar besloten om 4 dagpassen te bestellen voor alle dagen waarop Rwanda zou spelen. En deze via een koerier maar gewoon thuis te laten bezorgen.
Nu nog het vervoer. Dat was veel gemakkelijker. De keuze tussen vliegtuig en trein was snel gemaakt. Met het vliegtuig moet je eerst nog naar Schiphol en vervolgens in Engeland ook nog een flink stuk met de trein van het vliegveld naar Londen. Dus qua tijd zou het niet veel voordeliger zijn dan de trein, ook veel meer gedoe en het zou zeker duurder zijn, zelfs met de goedkoopste vlucht. Via Hispeed voor € 99 een retourtje Londen geboekt.
Dan nog de overnachtingen. Ik had intussen al contact gehad met Engelse vrienden uit Rwanda. En het begon er op te lijken dat ik op vrijdag langs zou gaan bij Neal, op zaterdag mogelijk bij Mark en Tammy en op zondag bij Nicole en Paul. Dan bleven alleen de eerste twee dagen over en de laatste dag. Het leek mij het beste om voor de eerste twee dagen een hotelletje en te gaan boeken en dan de laatste dag daar te gaan regelen.
Hotels genoeg in Londen, dus dat is of heel  gemakkelijk of heel moeilijk. Beiden veroorzaakt door de enorme keuze, het is maar hoe je het bekijkt. Mijn trein zou aankomen bij St Pancras en vlakbij is ook een metrostation, dus ik heb gezocht in het gebied val bij dit station. Dan nog blijft de keuze enorm. Bij de boekingssite www.booking.com kun je ook recensies lezen en bij alle hotels was wel iets op te merken, met als meest gehoorde klacht dat de kamers wel erg klein waren. Ik was toch niet van plan om er veel te verblijven, dus het werd uiteindelijk European Hotel voor £ 98 voor twee nachten.
Dan plotseling, twee dagen voor mijn vertrek, was het plotseling wel mogelijk om voor twee wedstrijden van Rwanda kaartjes te kopen, namelijk voor de wedstrijden op 30 augustus en 3 september. Ondanks dat ik al dagpassen had voor die dagen heb ik toch maar besloten om deze kaartjes te kopen. Dan maar dubbelop. Laten opsturen was geen optie meer, het was wel mogelijk om ze ergens op een centraal punt in Londen te gaan afhalen.
Dus nu was alles geregeld om het laten uitmonden in een goede reis. Ik had kaartjes, vervoer en overnachtingen. In ieder geval zo veel als mogelijk en wenselijk was. De reis kon beginnen.

dinsdag 25 september 2012

Collecteren voor de Nierstichting


Ruim voor de zomervakantie kreeg ik een telefoontje. Of ik ergens in het najaar wilde collecteren voor de Nierstichting. Hoe zijn ze bij mij terechtgekomen? Het antwoord daarop was ontnuchterend eenvoudig. Gewoon lukraak geselecteerd uit de telefoongids.
Ik had nog nooit gecollecteerd, dus het leek me wel een keer interessant. En als ik in het najaar alsnog toch niet kon, dan was dat geen probleem, dan ging het gewoon niet door. Dus heb ik mij opgegeven.
Begin september kreeg ik een brief van de Nierstichting met allemaal ondersteunende informatie voor het collecteren. En binnenkort zou de contactpersoon voor mijn wijk contact met mij opnemen voor het uitdelen van de collectebus. Dagen gingen voorbij en niemand belde. Uiteindelijk maar gebeld naar de Nierstichting en die gaven me het telefoonnummer van de contactpersoon. Het was inmiddels de week voordat de daadwerkelijke collecte. De contactpersoon gebeld. Zij had ook nog niets ontvangen en zou wat van zich laten horen als ze meer wist. Uiteindelijk kreeg ik vrijdagmiddag een telefoontje dat ik ’s avonds het geheel bij haar kon ophalen. Beter laat dan nooit. Uiteindelijk komt alles dan toch goed.
Het ontvangen pakket bestond uit een verzegelde collectebus, een mooie kaart voor om mijn nek als identiteitsbewijs en nog wat andere papieren. Mijn wijk was een gedeelte van de Julianaweg, maar niet het gedeelte waar ik zelf woonde. En ik moest collecteren in de week van 16 tot en met 22 september.
Dinsdag ging ik om half zes goedgemutst op pad. Het weer was aangenaam, dus dat was geen enkele belemmering. Ik begon met het oneven gedeelte lopend van nummer 99 tot en met 225bis. Toen ik daar klaar was ben ik aan de even nummers begonnen, van nummer 216bis tot 100. Dat heb ik op die dag nog niet helemaal kunnen afmaken, dus de volgende dag ben ik op 100 begonnen om te eindigen bij het nummer waar ik de vorige dag ben opgehouden.
Maar toen was ik niet klaar. Ik ben namelijk fanatiek. Ik heb namelijk elk huisnummer opgeschreven dat niet opendeed op dinsdag opgeschreven en daar ben ik vervolgens alsnog een keer langsgegaan. Dat leverde toch nog aardig wat op. En op vrijdag heb ik nog een keer aangebeld bij de huisnummers die ik niet bereikt heb op de beide vorige dagen. Daardoor heb ik toch nog succes gehad bij vijf huizen en bij een daarvan had ik ook de grootste bingo, namelijk een tientje!
In de wijk die ik heb gelopen zeten in totaal 124 huizen. Bij 17 van deze huizen werd er niet opengedaan, waarvan bij 14 er daadwerkelijk niemand thuis was. Bij drie zag ik duidelijk dat er iemand aanwezig was, maar toch werd er niet opengedaan. Een maakte het zo bont dat iemand duidelijk door het raam heen keek, mij duidelijk zag staan, weer uit zicht verdween en vervolgens gebeurde er niets.
Bij de overige 107 huizen werd er wel opengedaan. Van deze mensen waren er acht die niets hebben gegeven. Sommigen zonder toelichting, anderen gaven aan dat ze al giraal geld hadden overgemaakt en weer anderen zeiden dat ze in principe niet aan de deur gaven. Al hun giften gaven ze via bank of giro. Eigenlijk is dat ook wel het verstandigste, want dan kun je elke euro mee laten tellen als aftrekpost bij de belastingen. Misschien is dat collecteren via de collectebus wel heel ouderwets.
Zeven mensen gaven aan dat ze geen kleingeld in huis hadden. Daarop heeft de Nierstichting iets bedacht. Je kunt ook een sms sturen naar nummer 4333 en dan wordt er automatisch twee euro in rekening gebracht. Het blijkt dat hiervan dan ongeveer € 1,78 terechtkomt bij de Nierstichting. De telefoonmaatschappijen houden hier dus dan ook nog zo’n € 0,22 aan over. Ik weet niet of dat sms-en zo’n goed idee is. Het lijkt mij dus een goede ontwikkeling, er blijft te veel aan de strijkstok van de telefoonmaatschappijen hangen. Daarentegen kun je deze gift, in tegenstelling tot de gewone, wel geheel als aftrekpost opvoeren bij de fiscus!
Dan zijn er tenslotte de 92 gezinnen die iets hebben gegeven. Van een paar grijpstuivers tot een tientje en alles ertussen in. Wat ook opvalt, is dat niemand een vraag had over de Nierstichting of over deze collecte in het bijzonder. De meesten gaven vrij spontaan en wensten mij nog een prettige en succesvolle avond. 
Natuurlijk kom je bekenden tegen van wie je weet dat ze er wonen. Maar je komt ook bekenden tegen van wie je niet wist dat ze ook in deze straat woonden. En ook een heleboel die je van gezicht kent, maar verder ook niet. Bij een huis zie een jongetje tegen mij: “Maar ik ken jou.” Ik had geen idee wie het was en ook de ouders die bij het jongetje horen kende ik niet. Hij verduidelijkte: “Ben jij misschien de vader van Marte?” Dat klopte inderdaad en hij bleek dus bij mijn dochter op de BSO te zitten.
Het is ook wel leuk om bij de verschillende huizen naar binnen te kijken. Sommigen zien er heel keurig uit en anderen weer vrij rommeliger. Dat laatste was vooral het geval bij gezinnen met kinderen.  Bij sommigen denk je dat er sprake is van nog wat achterstallig onderhoud en bij anderen  ziet het er piekfijn uit. Ook leuk om te kijken in hoeverre de originele staat van deze huizen uit de jaren dertig nog is behouden.
Op de maandag na de collecteweek ben ik naar de contactpersoon van de wijk te gaan om de collectebus in te leveren en gezamenlijk het geld te tellen. De contactpersoon zei dat sommige collectanten niet samen met haar wilde tellen. Dat lijkt mij geen gewenste toestand, want dat zou het mogelijk maken dat de contactpersoon een gedeelte van het collectegeld achter kan houden. Het zou volgens mij een eis moeten zijn aan de collectant en de contactpersoon dat ze samen tellen en het formulier ondertekenen. Hier is sprake van omissie in het systeem van de Nierstichting. Het gaat te veel uit van goed vertrouwen.
De uiteindelijke uitslag is dat ik een totaal van € 185,96 heb opgehaald in mijn wijk. Verdeeld over de 92 mensen die gegeven hebben geeft dat een gemiddelde van € 2,02 per huisnummer! Niet gek, lijkt mij!

donderdag 13 september 2012

Bilharzia (schistosomiasis) in het Kivu-meer

Ik ben een jaar in Rwanda geweest en Wilma en Marte in totaal ongeveer vijf maanden. In die periode hebben we tot drie keer toe een bezoek gebracht aan Paradis Malahide aan het Kivu-meer.  Een heerlijk plekje met prachtig uitzicht over het meer.


Bij elke gelegenheid hebben we wel even gezwommen in het desbetreffende meer.  Sommigen zeggen dat er bilharzia heerst in dat meer, anderen beweren dat dit niet het geval is. Of dat zwemmen nu verstandig is geweest, daarover verschillen dus de meningen.  Dit zegt de Bradt-gids: “This parasite is common in almost all water sources – even places advertised as ‘bilharzia-free’, such as Lake Kivu.” We hebben het er dus maar op gewaagd.

Op aanraden van Anne en Johan hebben zijn we toch maar even naar de huisarts gegaan om ons te laten testen. Zij hebben maanden nu hun terugkomst toch maar even een test gedaan en toen bleek dat een van hun kinderen tijdens hun verblijf het toch maar even opgelopen te hebben.

Wij waren inmiddels al meer dan zes maanden terug uit Rwanda en hadden nergens last van, dus ik dacht dat het wel los zou lopen. Voor de zekerheid hebben we toch maar even contact opgenomen met de huisarts. Met als gevolg dat we op een ochtend alle drie ons bloed hebben laten prikken bij het huisartsenlaboratorium. De uitslag zou een paar dagen op zich laten wachten.
Tijdens onze afwezigheid is er ingesproken op het antwoordapparaat. Of we wilden terugbellen. Dat leek ons geen goed nieuws. Als er niets aan de hand was geweest, dan hadden ze dat wel ingesproken op het antwoordapparaat. Maar toen wij de assistente van de huisarts belden, heeft ze de dossiers erbij gehaald en ons medegedeeld dat de uitslag negatief was en dat er dus niets aan de hand was. Een hele opluchting.

Ze had echter alleen in Wilma’s dossier en de mijne gekeken en niet in die van Marte. Daar bleek dus te staan dat ze in haar bloed hebben kunnen zien dat er bilharzia aanwezig is geweest in haar lichaam. Een klein foutje in de administratie van de huisarts.
Dus moesten we hals over kop naar het UMC voor een afspraak met de arts. Dat was dokter Bont, kinderimmunoloog. Hij leek op het prototype van de dienstdoende arts, tijdens het consult zat hij meer in zijn papieren en op zijn scherm te kijken dan met ons te communiceren.  Om vast te stellen of de parasiet, die nu niet meer bilharzia heet maar schistosomiasis, nog steeds in het lichaam zit moest Marte nog wat poep en plas, of in nette termen faeces en urine, aanleveren voor nader onderzoek. Over een weekje zouden we over de uitslag worden gebeld.

Op de desbetreffende dag heeft Wilma de hele dag bij de telefoon gezeten, maar niemand belde.  Dan maar even zelf bellen.  Daar werd medegedeeld dat men wel gebeld had, maar dat men geen telefoonnummer had. Hoe dat samen kan gaan is nog steeds nog een raadsel  voor mijn. Na nogmaals het telefoonnummer te hebben gegeven, werden we de volgende dag dan eindelijk toch nog de uitslag gekregen.
Gelukkig hadden ze geen actieve infectie kunnen vaststellen. Het rapport gaf aan: “Faeces en urine bleken bij screening geen Schistoma eieren te bevatten.” Maar voor alle zekerheid moest Marte nog wel een pil innemen. Dat was een anderhalve Biltricide tablet met het actieve bestanddeel Praziquantel. Dat moest voor alle zekerheid.

Uit kostenoverweging zou je kunnen afvragen, dat als die pil toch moet worden geslikt, ongeacht de uitkomst van het tweede onderzoek, waarom dat onderzoek eigenlijk nog moet worden uitgevoerd. Tja, daar hebben we geen vragen bij gesteld. Wij zijn maar meegegaan met wat de medici het beste achten. Gelukkig weten we nu wel dat de parasiet niet actief aanwezig is in het lijf van Marte.
Het slikken van de pil ging nog niet zo gemakkelijk. Deze was namelijk ouderwets bitter. Helaas, was er nog geen kinderversie met een lekker aardbeismaakje. Maar met behulp van een snoepje is het uiteindelijk gelukt!

zaterdag 25 augustus 2012

Frans Makken

Mijn ambassadeur is vertrokken. Sinds afgelopen zomer is Frans Makken niet meer de ambassadeur van Nederland in Rwanda. Op 3 augustus 2012 mocht hij op audiëntie komen bij Paul Kagame voor zijn afscheid als ambassadeur. Zoals elke komende en gaande ambassadeur komen ze dan op de foto met de heer Kagame, telkens op dezelfde plek voor een groot rond embleem van hout, en vervolgens komt dat in The New Times.

Nog nooit eerder had ik zo’n direct contact met iemand van het diplomatieke corps. Ik denk dat het alleen kan in een klein land met een kleine Nederlandse gemeenschap. Dat is dan leuk om mee te maken en ik heb dan ook zo veel mogelijk meegedaan aan wat georganiseerd is door en namens de Nederlandse ambassade.

In de eerste plaats natuurlijk het onovertroffen feest in verband met Koninginnedag. Volgens velen het beste in de stad. Ook Sinterklaas op de residentie was een hele belevenis. Verder was er nog het door de ambassade georganiseerde tennistoernooi voor alle Nederlanders en ter gelegenheid daarvan heb nog even samen met de ambassadeur gedubbeld. Van dichtbij heb ik ook gezien hoe hij een baby gorilla een naam gaf op Kwita Izina.

Ander bijzondere evenementen waar ik bij ben geweest zijn de lezingen die georganiseerd zijn door de ambassade. Ik kan me die van de schrijfster Anna van Praag (26 oktober) en fotograaf Reinouth van de Bergh (13 december) herinneren. Anna van Praag is naast schrijfster ook reiziger en vertelde met dia’s heel boeiend over de reis door Afrika van een jaar die ze gemaakt heeft met man en drie kinderen. Toch leuk dat de ambassade dat voor je regelt en dat ook nog begeleidt door een drankje en bitterballen op kosten van de Nederlandse belastingbetaler.

Ik heb hem nog even gesproken op de nieuwjaarsreceptie die begin dit jaar (12 januari) plaatsvond op zijn residentie. Het was twee dagen voor mijn vertrek uit Rwanda en tussen twee bitterballen vertelde ik hem dat. Hij gaf daarbij aan dat ook hij binnenkort zou vertrekken uit Rwanda. Zijn termijn zou er deze zomer opzitten. Hij zei dat hij het goed naar zijn zin heeft gehad in Rwanda en dat hij hoopte op een nieuwe goede post. Hij hoefde niet zo nodig een positie bij een groot en belangrijk land, maar hoopte wel op een land wat dichter bij Nederland, om zodoende wat dichte bij de familie te gaan werken. Hij wist nog niet wat er ging gebeuren, hij had zijn voorkeuren aangegeven, maar de beslissing zou in Den Haag gemaakt worden.

Ik vond hem nooit zo’n typisch traditionele ambassadeur met een hoog kakgehalte gevonden. Met zijn slordige baardje leek het eerder een verdwaalde kunstenaar. Misschien daardoor heeft hij al die tijd op mij in ieder geval een sympathieke indruk gemaakt. Op elk feestje was hij aanwezig en leek hij heel benaderbaar.

Of het een goede ambassadeur is geweest week ik niet. Hij had natuurlijk in zijn ambtstermijn te maken met de lastige zaak van Ingabire. Maar soms leek het wel of hij eerder een politieke uitspraak deed dan een diplomatieke die meer op zijn plaats was geweest. Aan de ene kant wel goed, maar aan de andere kant ook wel weer riskant. Toen Human Rights Watch vorig jaar een kritisch rapport onder de naam ‘Justice Compromised: The legacy of Rwanda’s community-based Gacaca Courts’ uitbracht, was Frans Makken de eerste om kritiek op dit rapport te geven. Ook bij zijn afscheid in augustus stond hij vooraan om aan te geven dat Rwanda afdoende repliek had gegeven voor de beschuldiging dat de rebellen van M23 in Kongo worden gesteund door Rwanda.

Misschien had hij zijn oordeel moeten doorgeven aan Den Haag en dan is het aan de politici om er wat mee te doen. Maar misschien is zijn ervaring ook wel dat de politiek er niets mee doet en dan kun hij beter maar voor zijn beurt praten. En als gevolg daarvan ligt er geen mooie nieuwe post in het verschiet, maar wordt hij weggepromoveerd naar zijn nieuwe baan als inspecteur van alle ambassades wereldwijd. Hij komt te werken bij de ISB (Inspectie en Evaluatie Bedrijfsvoering).

Rwanda’s rebuttal to UN satisfactory – Dutch envoy




President Kagame with the outgoing Dutch Ambassador to Rwanda Frans Makken after the latter bid farewell to the President yesterday. The New Times / Village Urugwiro.

Rwanda’s rebuttal to the addendum to a UN Group of Experts interim report linking Kigali to rebels in the neighbouring Democratic Republic of the Congo (DRC) is “very serious and satisfactory”, the outgoing Netherlands Ambassador to Rwanda, Frans Makken, said yesterday.

He was briefing journalists shortly after bidding farewell to President Paul Kagame at Village Urugwiro.

On Monday, the government submitted to the UN Sanctions Committee its response to the allegations by the Group of Experts (GoE) on the Congo weeks after the highly contentious addendum was published without Rwanda’s input.

“It is important to note that Rwanda is taking this issue very seriously; we think that Rwanda has made an extremely serious response to the UN Experts report. They have satisfied us in rebutting the various allegations,” said Ambassador Makken.

The Dutch envoy added: “Of course we still have the issue of M23 (rebels) but we are following the negotiations that are going on closely, we saw them in Addis Ababa, we know that in Kampala there will be the next high-level meeting and so far Rwanda has been extremely open to all kinds of monitoring of the border, of revamping the joint verification mechanism with the Congo, to a regional force, whatever can bring a solution Rwanda is open; so we welcome this constructive attitude”.

The Kampala meeting, due next week, will bring together Heads of State from the International Conference on the Great Lakes Region (ICGLR), as part of continued efforts to help address the latest crisis which has seen the M23 rebels seize parts of eastern DRC, with thousands of Congolese fleeing across the borders to Rwanda and Uganda.

One of the proposals on the table is deployment of a neutral force along the Rwanda-DRC border, whose mandate would include disarming armed groups in the region, including M23, as well as the Democratic Forces for the Liberation Rwanda (FDLR) militia, composed of elements who are largely responsible for the 1994 Genocide against the Tutsi in Rwanda.

Makken also dismissed media reports that his country was among the development partners that suspended aid to Rwanda in the wake of the allegations.

“What happened is that the Dutch Government decided it will not make any decision on aid until Rwanda pronounces itself on the UN accusations…We sincerely hope that in the coming weeks we will see developments that would make us simply decide to go on with our usual programmes with Rwanda. And the discussions that are going on are for the budget support – that is also true with other donors – the rest of the support programmes are ongoing,” he explained.

Last week, members of the GoE on the Congo visited Kigali to get Rwanda’s side of the story.

Reports had indicated that the Netherlands had suspended budget support assistance of $6.15 million to the Rwandan justice sector.

“Technically, we have not suspended our aid to Rwanda; you suspend aid if you are due to pay something and you delay the payment. There were no payments due, so we have not suspended aid, we are delaying any decisions on aid payments pending the reply of Rwanda to the UN report of Group of Experts,” Makken explained.

The GoE allegations have come under increasing scrutiny after documents were widely circulated indicating that the group’s coordinator Steve Hege long harboured anti-Rwanda views and instead had a soft spot for the FDLR, a blacklisted terrorist group.

The views are contained in several publications by Hege himself, including a February 24, 2009 article in which he argued, “The FDLR have not constituted a military threat to Rwanda for over five years…The FDLR would rather wait for political negotiations when international opinion eventually sours on the Rwandan regime”.

Meanwhile, the Dutch diplomat observed that during his four-year tour of duty, the long term relations between Rwanda and The Netherlands were generally good despite a few ups and downs.

“During our meeting, the President made a statement about a hurricane that comes and blows everything away and at the end passes, leaving you to pick the pieces and continue with your life. I would make the same comparison about my stay in Rwanda. Our relationship has been bumpy sometimes, but generally it has been good. Despite criticisms, Rwanda has deservedly remained on the list of the 15 nations meriting assistance from the Netherlands,” Makken said.

Rwanda has earned it, the projects we have in this country are very successful and effective”.

He cited cooperation in the area of justice, particularly on efforts to bring to justice Genocide fugitives.

Back home, Makken was appointed as the inspector of all The Netherlands Embassies globally.

woensdag 11 juli 2012

Reisadvies negatief

Vorige week zondag was er op de Nederlandse televisie weer eens aandacht voor Rwanda. Dat was in het programma ‘Reisadvies negatief’. Nog steeds te zien op Uitzending gemist:  http://www.uitzendinggemist.nl/afleveringen/1266893. Presentator Sander de Kramer loodste ons in 25 minuten langs verschillende zeer herkenbare stukjes van Rwanda. En dat alles flink gesponsord door Oxfam Novib.

Ik heb hele herkenbare beelden gezien. Natuurlijk de gorilla’s (http://bertinafrika.blogspot.nl/2011/12/de-gorillas-agashya-groep.html), maar ook de genocide met beelden van de kerk in Nyamata. Ik zag voor mij bekende beelden van de markt in Kimironko en van een mars door de stad met een banier (http://bertinafrika.blogspot.nl/2011/10/de-mars-het-banier-de-speeches-en-de.html). En de presentator heeft een bezoek gebracht aan onze held Ernie Brandts (http://bertinafrika.blogspot.nl/2012/06/ernie-is-een-kampioenenmaker.html, http://bertinafrika.blogspot.nl/2011/01/ernie-brandts.html). Ook heel herkenbaar is de constatering dat de radio zo’n belangrijk communicatiemiddel is in Rwanda.

Tussendoor werden er beelden getoond van de diverse projecten die worden gefinancierd door Oxfam Novib. Sinds mijn verblijf in Rwanda zijn we veel kritischer geworden ten aanzien van de ontwikkelingshulp door grote, logge organisaties. Als gevolg daarvan hebben we in Nederland al onze steun opgezegd aan organisaties als Oxfam Novib, Aids Fonds en Cordaid.

Ik heb dan misschien ook wel overdreven kritisch gekeken naar de projecten die in deze uitzending gepresenteerd zijn. De bekendste is YES Rwanda (Youth Employment Systems Rwanda) die zelfs hun eigen website hebben: http://www.yesrwanda.org. Verder was er steun voor Iriba(?), een organisatie voor psychische hulp aan slachtoffers, nabestaanden en daders met betrekking tot de genocide.

Als laatste werd ACCOR (?) genoemd. Deze organisatie wil alle bevolkingsgroepen laten samenwerken in het bestrijden van de armoede. Volgens de rapportage is de Ihuriro hiervoor nieuw leven ingeblazen. Dat is de dorpsvergadering waarin alle dorpelingen worden opgetrommeld om elkaar te vergeven en gezamenlijk de problemen aan te pakken, onder ander door Hutu’s en Tutsi’s samen onkruid te laten wieden op elkaars bananenplantage. Goede en nobele initiatieven. En aan de oppervlakte lijkt dat ook zo te werken. De mensen die worden geïnterviewd geven de sociaal wenselijke antwoorden.

Mijn vrees is dat wij slechts het vernis te zien krijgen en dan lijkt het allemaal te werken, maar dat het alleen maar werkt omdat het van bovenaf is opgelegd als gevolg van de enorme hiërarchische structuur van het land. En dat alles ondersteund door de geldbuidel van de donoren. Oxfam Novib kan in haar rapportage mooie resultaten laten zien. In het hier gepresenteerde dorp hebben zijn met ons geld en via onze organisaties toch maar even weer 50 begunstigden (‘beneficiaries’) geholpen. Maar dat onderhuids de tegenstellingen helaas nog lang niet zijn verdwenen.

Maar misschien ben ik wel veel te kritisch geworden. En moet je blij zijn met elke druppel op de goedende plaat. Het zal altijd wel iets helpen.

In ieder geval is het geld van Oxfam Novib goed besteed aan een mooi programma op de televisie met veel herkenbare plaatjes. Daar heb ik toch wel van genoten.