woensdag 23 augustus 2017

Toch maar CDU?

Vakantie bij onze oosterburen. Altijd een genot en het eten is er goed en goedkoop. In het mooie Wildberg (Baden-Württemberg) lekker eten bij Gasthof Krone. Daar lag een folder. Van de CDU. Met een uitnodiging voor een Hoffest. Een iedereen was van harte welkom. Dus ook een toerist uit Nederland. En er zou eten en drinken zijn. Dat wilde ik niet missen. Om gewoon eens echt deel uit te maken van de Duitse politiek.




Op vrijdag 28 juli ging ik op zoek naar de plek waar de bijeenkomst zou zijn. Volgens Google Maps zou het ergens op het platteland rond Wildberg moeten zijn. Al gauw kwam ik op wegen waar ik officieel niet mocht komen, alleen bedoeld voor bewoners. Toch maar doorgezet en op een gegeven moment zag ik in de verte een heleboel auto’s staan. Daar moet het zijn. Op een weiland waren linten gespannen. Toch wel bijzonder om daar als enige Nederlandse auto tussen alle Duitse auto’s te staan.



Er stonden al verschillende mensen in de omgeving van de boerderij met elkaar te kletsen. Ietwat onwennig liep ik er ook rond, ik kende er natuurlijk niemand. Het was nog niet begonnen, dus dat gaf me de gelegenheid om alles even goed te inspecteren. In een grote schuur stonden de langwerpige tafels al klaar. Even verderop stonden de roodbonte koeien. Het landschap rond de boerderij was werkelijk prachtig. Mooi glooiend landschap van bloeiende akkers en bosschages op de achtergrond. In de hoek van de schuur stonden een paar schattige alpaca’s.




In een andere hoek bevond zich de plek waar eten en drinken werd uitgegeven. De bediendes zagen er prachtig uit in hun traditionele kleding Ik sloot me aan in de rij en bestelde net als mijn voorgangers een lekker broodje belegd met een flink stuk vlees. Die kon ik zo krijgen. Voor het bijbehorende biertje moest ik wel betalen.



Het was al bijna zeven uur, dus leek het wel handig om een plekje te vinden, zodat ik ook rustig mijn broodje kan opeten. Al snel daarna was de gehele schuur goed gevuld met mensen, in afwachting van wat komen zou. Het zou een avond vol met speeches worden. Zou ik het gaan volhouden om dit de hele avond vol aandacht te volgen?


De eerste spreker kondigde zich aan. Waarschijnlijk iemand van de lokale CDU. Hij gaf aan wie er allemaal kwamen spreken. Allereerst de boer die zijn schuur ter beschikking had gesteld. Dan natuurlijk de hoofdspreker van de avond Manuel Hagel, lid van het parlement van Baden- Württemberg. En er zou nog iemand komen, maar die was wat verlaat. Deze opmerking zorgde nogal voor wat geroezemoes.

De boer, zijn naam is Hinrich Rathje, vertelde iets over zijn boerderij. Hij was bewust zijn bedrijf als biologische boer begonnen. Omdat hij vindt dat hij iets door te geven heeft aan een volgende generatie. Hij had duidelijk een gemengd bedrijf, niet alleen met koeien, kippen en alpaca’s, maar ook gewassen. Achter in de schuur kon je dan bijvoorbeeld zijn biologische linzen kopen. En hij zette zich in voor de CDU. Dat zet je toch aan het denken. Een biologische boer die zich inzet voor de CDU. Dat kan toch eigenlijk niet, dat hoort toch niet samen te gaan.



De laatkomer kwam binnen en kreeg meteen een prominente plaats vooraan toebedeeld. Hij zat nog maar net of hij kreeg een grote pul bier en het broodje vlees voor zich gezet. Met gulzigheid zette hij zijn tanden in het broodje. Deze laatkomer bleek Hans-Joachim Fuchtel te zijn. Ik besefte toen niet wie hij was, maar ik kreeg wel de indruk dat het niet zomaar iemand was. Naast me zat een jong stel en ik vroeg hen wie hij was. Zij vertelde me dat hij lid is van de Bundestag. Dus inderdaad best wel iemand. Veel later ben ik erachter gekomen dat hij al sinds 1987 namens het district Calw (Baden- Württemberg) in de Bundestag zit. Een echte oudgediende dus.



Voordat Fuchtel het woord ging nemen was er ook nog even ruimte voor de burgemeester van Wildberg. Gezien de opmerkingen zo her en der kreeg ik de indruk dat hij niet van het CDU was. Zijn naam is Ulrich Bünger. Zou hij van de SPD zijn, hier middenin het platteland van Baden-Württemberg? Dat kan toch haast niet. Het bleek ook niet zo te zijn. Hij is partijloos.


Hans-Joachim Fuchtel kwam aan het woord. Hoe kwam hij over? Wel, als iemand die weet hoe de hazen lopen. Een beetje zelfgenoegzaam, met vooral veel schimpscheuten richting SPD. Rechtstreeks vanaf de Stammtisch. Zijn zuidelijke accent zorgde ervoor dat ik niet alles goed kon volgen. Maar hij nam duidelijk al een voorschot op de aankomende landelijke verkiezingen, al denk ik dat hij probleemloos gekozen gaat worden bij de komende verkiezingen. En zo kwam hij ook over. Er lagen enkele leuke hebbedingetjes voor ons op tafel. Die heb ik natuurlijk meegenomen. Een pakje papieren zakdoekjes met het opschrift ‘Freiheit für alle Nasen’. Een pen met CDU-logo. En als mooiste een tandenborstel met als opschrift ‘Fuchtel CDU in aller Munde’. Bij dat laatste ga ik maar niet te veel doordenken wat dat kan betekenen.


Tijdens alle speeches sprak ik zo af en toe met het stel links naast me. Ze vonden het ook wel een beetje grappig dat er een Nederlander bij deze bijeenkomst was. Ze leken me geen rasechte aanhangers van het CDU. Rechts naast me zat een wat oudere vrouw die af en toe ook wat tegen me zei. Het probleem was dat ze zo’n accent heeft dat ik niets van kon verstaan. Ik knikte dan ook maar braaf instemmend inzake haar opmerkingen. Zij leek me wel een aanhanger, want regelmatig leek er sprake te zijn instemming.

De hoofdspreker Manuel Hagel kwam aan het woord. Hij zag eruit als een aankomende politieke ster in wording. En zo klonk hij ook. Zijn toespraak ging over de kernwaarden van de CDU. En die kernwaarden zijn liberaal, christelijk en conservatief.


De CDU is in zijn ogen liberaal, omdat het gelooft in gelijke kansen in het begin in plaats van gelijkheid aan het eind. Hij vond dat iedereen de kans moet krijgen om er wat van te maken in het leven. En dat niet de overheid (lees SPD) diegene die er wat van gemaakt hebben straft door alles financieel alsnog gelijk te gaan trekken. Daarbij wilde hij ook dat er weer meer waardering komt voor de Meister in plaats van de Master. Het ouderwetse vakwerk wordt ondergewaardeerd. Het moet niet zo zijn dat er alleen maar waardering is voor de Master.


Dat de CDU christelijk is natuurlijk wel duidelijk. Dat zit gewoon in de naam. Hij refereerde hierbij duidelijk naar de plek waar we hier samen zijn. Dat christelijke waarden moeten zorgen voor het behoud van de aarde en dat we daar onze boeren hard voor nodig hebben.


Het conservatieve van de CDU betekent voor hem het vasthouden aan bestaande waarden. De islam kwam ook ter sprake. Hij vond dat men zich niet moest bezighouden met het zogenaamd tegengaan van ongewenste nieuwe tradities, met moest juist vasthouden aan bestaande (christelijke) tradities, zoals betrouwbaarheid, bereidheid om te presteren, of het grote belang van familie en Heimat. Dat was in zijn ogen het grote manco. In Duitslang worden oude tradities te gemakkelijk overboord gezet.

Heimat was ook wel een rode draag in zijn hele verhaal. Heimat naar de plek waar je vandaan komt. Dat het platteland meer gewaardeerd moet worden. Het is in Wildberg natuurlijk ook wel preken voor eigen parochie, dat is natuurlijk platteland en die vinden het wel prachtig om een beetje af te geven op de grote stad. Het woord Heimat viel dan ook regelmatig tijdens zijn redevoering.

Zo rond 10 uur was het afgelopen. Inmiddels was het buiten allang donker geworden en was weer tijd om te vertrekken. Het was een zeer interessante avond en ik heb me drie uur lang ondergedompeld in de Duitse politiek. En ik heb me zeker niet verveeld.


En ben ik nu veel wijzer geworden. Ik weet wat meer van de achtergronden van de CDU. En er zijn zeker wel dingen gezegd die ook nog houtsneden. Ik was helemaal niet zo’n aanhanger van het CDU. Ben ik dat nu wel geworden? Ik weet het nog niet. Ik kan in ieder geval niet stemmen, dus hoef ik daar gelukkig ook geen beslissing in te nemen.


Bij deze bijeenkomst was ook een journaliste aanwezig. Die heeft een mooi verslag gemaakt in de Scharzwälder Bote. 






 

"Nicht nur mehr Master, auch mehr Meister"

Von Jacqueline Geisel 03.08.2017 - 18:02 Uhr


Manuel Hagel erntete tosenden Applaus für seine klaren Aussagen zu aktuellen Themen. Foto: Geisel Foto: Schwarzwälder-Bote

Wildberg-Effringen. Zwischen Kühen und Hühnern diskutierten hochrangige CDU-Vertreter auf dem unteren Berghof aktuelle politische Themen. Etwa 100 Interessierte waren zu diesem Hoffest erschienen. Für den Wildberger CDU-Ortsverband ist ein solcher Besuch bei einem hiesigen Unternehmen nichts Neues. Für den Effringer Biohof durchaus. Hinrich Rathje, der auf dem Hof als Verwalter und als zweiter Vorsitzender im Ortsverband aktiv ist, führte die Besucher, die die große Scheune bis auf den letzten Platz füllten, durch den Abend und stellte den Hof mit seinen 100 Hektar Land vor.

Hauptredner des Hoffests war Manuel Hagel, seit April 2016 Mitglied des Landtags für den Alb-Donau-Kreis, Mitglied der Ausschüsse für "Ländlichen Raum und Verbraucherschutz" sowie für "Inneres, Digitalisierung und Migration" und seit Juni 2016 Generalsekretär der CDU Baden-Württemberg. Er graste in seinem Vortrag Themen wie Bildungspolitik, Kinderbetreuung, Integration und die christlich-soziale Grundeinstellung ab, die der CDU zugrunde liege.

Porsche gegen Seifenkiste

Voll Inbrunst betonte er die Wichtigkeit des Handwerks: "Nicht nur mehr Master, sondern auch mehr Meister", rief er aus. Nicht nur Studenten, auch Handwerker müssten subventioniert werden. Und: "Für die CDU in Baden-Württemberg ist jeder junge Hauptschüler, jeder junge Realschüler genauso viel Wert wie ein Abiturient." Er wurde dabei nicht müde, zum Schlag gegen die SPD auszuholen: "2011 haben die einen Porsche übernommen, 2016 eine Seifenkiste übergeben", urteilte er über deren Bildungspolitik. "Es muss auch der dümmste Sozialdemokrat in Deutschland begreifen, dass das ein schlechtes Geschäft war." Für die CDU gelte Chancengleichheit am Anfang, nicht Ergebnisgleichheit am Ende.


In seinen Ausführungen stoppen konnte ihn nur der immer wieder aufkommende Applaus für seine energisch vorgetragenen Aussagen. "Familien, die ihre Kinder zu Hause erziehen, sind echte Vorbilder" – Applaus von allen Plätzen. Nicht vor der Islamisierung, sondern vor der Entchristianisierung müsse man Angst haben – zustimmendes Murmeln. Langanhaltender Applaus verabschiedete Manuel Hagel nach einer Fragerunde schließlich.

Anerkennung erfuhr Hagel auch von seinen Vorrednern: Landtagskollege Thomas Blenke bezeichnete ihn als "ganz tollen Verbündeten" und betitelte es als Zeichen der Wertschätzung, dass Hagel Wildberg bereits zum zweiten Mal innerhalb eines halben Jahres besuchte. Bürgermeister Ulrich Bünger dankte zunächst den Hofbetreibern dafür, dass die Veranstaltung überhaupt stattfinden konnte. "Die Landwirtschaft ist für uns ein ganz wichtiger Standortfaktor", sprach er für die Stadt Wildberg.

Den hohen Stellenwert der Landwirtschaft betonte auch Staatssekretär Hans-Joachim Fuchtel: "Wir wissen, dass in der Landwirtschaft gewaltiges geleistet wird", versicherte der Bundestagsabgeordnete. Die Lebensqualität im ländlichen Raum müsse erhalten werden, um einer Landflucht vorzubeugen. Spontan schüttelte er ein paar Ideen aus dem Ärmel, wie er im Rahmen seiner Wahlkampagne den ländlichen Raum fördern und mehr Leute in die Wirtshäuser locken könnte. So sorgte er für heitere Stimmung.

vrijdag 29 april 2016

Wat te doen met Oekraïne?

Op 6 april 2016 was er het referendum over de wet tot goedkeuring van het associatieverdrag van de EU met Oekraïne. 


Geruime tijd van te voren kreeg ik wederom de vraag of ik bereid zou zijn om zitting te gaan nemen in een stembureau. Daar had ik natuurlijk wel weer zin in. Dat zou dan inmiddels de vierde keer zijn. Ik ben begonnen met de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2014. En Daarna volgden de Europese verkiezingen van mei 2014 en de verkiezingen van de Provinciale Staten en de waterschappen van maart 2015. Of ik ook wel voorzitter zou willen zijn? Ja, dat wilde ik ook wel, ook het allerhoogste trapje in het stembureaulidmaatschap wilde ik wel een keer bereiken. En dat levert ook nog iets meer op, namelijk € 210 in plaats van € 180 voor het gewoon zitting nemen in een stembureau. 

Ondanks dat ik al drie maal eerder zitting had gehad in een stembureau, moest ik toch nog de online cursus stembureau-instructie volgen. Eigenlijk ook wel goed om zo alles weer een beetje op te frissen. Deze keer ook helemaal afgestemd op het referendum. Mooi om te zien dat men absoluut geen partij wil kiezen, zelfs niet bij een voorbeeld in een online cursus. 


Het volbrengen van de instructie is natuurlijk gelukt. En ja hoor, ik werd ook nog benoemd tot voorzitter van stembureau 132. Het voorzitterschap hield echter ook wel wat extra taken in. In de eerste plaats werd je geacht om een extra informatieavond bij te wonen. Al werd daar niet veel meer gezegd dan dat je al meegekregen had uit de stembureau-instructie. Dat was op 31 maart. Ook moest ik op 5 april tussen 16.00 en 19.00 op het stadskantoor de sleutels ophalen voor de stembus en voor de toegang tot het gebouw waar het stemmen zou plaatsvinden. Ergens diep onder in het stadskantoor in een soort parkeergarage kreeg ik een envelop met inhoud overhandigd. Het zag er een beetje armetierig uit.


Stembureau 132 is een gymlokaal aan de Lingestraat, in de Rivierenwijk, Utrecht. Een beetje verscholen aan de zijkant bij de W.G. van de Hulstschool. Iets voor 7.00 uur was ik stipt aanwezig om het gebouw te openen. Ook mijn drie collega’s van het stembureau waren op tijd aanwezig. En nu maar hopen dat ze de goede sleutel hebben meegegeven! Gelukkig gaf dat allemaal geen problemen. We konden probleemloos het gebouw binnengaan. Wel een beetje kruipdoor sluipdoor om uiteindelijk de echte gymzaal te bereiken. Via vier deuren, onder andere door een kleedkamer, zijn we er gekomen. Er stonden ook pionnen, ik denk niet voor niets, die hebben we gebruikt om de route te markeren voor onze stemmers. Toen we eenmaal de schakelaar voor het licht in de zaal hadden gevonden, toen konden we ons goed gaat installeren.


Om half acht was het stembureau officieel geopend en zelfs al even voor die tijd kwam de eerste stemmer zich al bij ons melden. In voorgaande jaren waren er telkens drie mensen een hele dag aan de slag en nog twee mensen die of in de ochtend of meer tegen de avond moesten aantreden. Dit jaar was het anders, gewoon vier mensen die de hele dag zijn ingedeeld. Ik zat er samen met drie dames: Hermien, Geke en Lydia. Ik heb mijn voorzitterstaak gelijk maar op me genomen en heb de drie taken over hen verdeeld. De eerste neemt de stempas in en controleert de identiteitspapieren, de tweede kijkt aan de hand van de doorgegeven stempas of de naam ook vermeld staat in het ROS (Register Ongeldige Stempassen), het meest ondankbare taakje, en de derde geeft de stembiljetten uit en legt de wederom doorgegeven stempas op een stapeltje en zet een oplopend nummer op de stempas. Ik heb gelijk ook maar gezegd dat er gerouleerd zou worden om het uur. Dat rouleren ging prima en zorgde voor wat afwisseling.


Om het nog wat interessanter te maken vond ik het ook wel handig om de stand van het aantal stemmers een beetje te gaan bijhouden. Deze keer heb ik het zelfs per halfuur bijgehouden. Via internet werden we ondertussen ook op de hoogte gehouden van het landelijke opkomstpercentage. We wilden natuurlijk ook wel graag weten of dat bij ons nog een beetje gelijke tred zou houden met de landelijke gegevens. Maar we wisten natuurlijk niet dat hoeveel potentiële stemmers we zouden hebben. Gezien mijn ervaring met vorige stembureaus dacht ik eigenlijk wel dat we best wel op de goede weg waren met ons stembureau. Toch knaagde dat wel wat en op een gegeven moment heb ik toch maar even met telefoonnummer gebeld dat we hadden gekregen voor bijzonderheden. Ik schrok toen ik hoorde dat er maar liefst 2.940 stempassen zijn uitgedeeld in ons kiesdistrict. Dat betekende dat de opkomst veel lager was dan wat er landelijk werd gemeld. Dat zou gedurende de dag ook niet meer goedkomen, uiteindelijk hebben niet meer gehaald dan 20,4 %. Dat was wel heel erg weinig! In ieder geval ruim onder het opkomstpercentage van 31 % in de stad Utrecht en 32 % in heel Nederland.

begin  eind  stempas volmacht  kiezerspas  totaal mutatie  percentage
7.30 8.00 11 1 1 13 13 0,4%
8.00 8.30 25 2 1 28 15 1,0%
8.30 9.00 48 8 1 57 29 1,9%
9.00 9.30 64 11 1 76 19 2,6%
9.30 10.00 80 13 1 94 18 3,2%
10.00 10.30 95 15 1 111 17 3,8%
10.30 11.00 111 16 1 128 17 4,4%
11.00 11.30 120 18 1 139 11 4,7%
11.30 12.00 130 20 1 151 12 5,1%
12.00 12.30 144 21 1 166 15 5,6%
12.30 13.00 156 24 1 181 15 6,2%
13.00 13.30 168 26 1 195 14 6,6%
13.30 14.00 178 28 1 207 12 7,0%
14.00 14.30 192 28 1 221 14 7,5%
14.30 15.00 205 29 1 235 14 8,0%
15.00 15.30 223 32 1 256 21 8,7%
15.30 16.00 237 34 1 272 16 9,3%
16.00 16.30 255 35 1 291 19 9,9%
16.30 17.00 271 37 1 309 18 10,5%
17.00 17.30 300 39 1 340 31 11,6%
17.30 18.00 330 41 1 372 32 12,7%
18.00 18.30 345 41 1 387 15 13,2%
18.30 19.00 376 47 1 424 37 14,4%
19.00 19.30 401 52 1 454 30 15,4%
19.30 20.00 444 59 1 504 50 17,1%
20.00 20.30 492 68 1 561 57 19,1%
20.30 21.00 524 76 1 601 40 20,4%

Heel erg druk hebben we het dan ook niet gekregen. Een kleine piek tussen 8.30 en 9.00 uur in de ochtend en zoals te verwachten de meeste mensen aan het eind van de dag, zo vanaf 17.00 uur. Tussen 20.00 en 20.30 uur zijn de meeste mensen komen stemmen. Het meest rustige uur was tussen 11.00 en 11.30 uur. Ook tussen 18.30 en 19.00 uur was het ook onverwacht rustig, maar dat had meer met het slechte weer te maken van dat moment. Ook wel leuk om van te voren gaan schatten wanneer ongeveer de helft van de kiezers zou zijn geweest. Iemand zei dat zo ongeveer rond 17.00 zou moeten zijn en achteraf bleek dat aardig te kloppen.

Gelijk in het eerste halfuur hadden we al te maken met een bijzonder geval. Er kwam iemand aanzetten met een kiezerspas. Een kiezerspas wordt uitgeven aan iemand die niet in staat is om in zijn eigen woonplaats te stemmen. Met deze kiezerspas kan dan in elke gemeente in Nederland worden gestemd. Met zijn eigen stempas mag dan niet meer gestemd worden. De kiezer kwam echter aan met zijn kiezerspas en zijn stempas, want achteraf gezien was hij toch gewoon in Utrecht en was zo’n kiezerspas helemaal niet nodig geweest. Om te voorkomen dat de stemmer twee keer gaat stemmen, wordt het nummer van de stempas op de ROS gezet. Dus even goed kijken in het ROS en ja hoor, daar stond zijn nummer dus vermeld. Het systeem werkt. Met de stempas mag hij dus nu niet meer stemmen. Voor het eerst heeft het dus zin gehad om te controleren of iemand in het ROS staat vermeld. Leuk om dat mee te maken. De stempas hebben we ingenomen en apart gelegd.

Verder valt op dat het toch regelmatig mis gaat met de onderhandse volmacht. Men geeft zichzelf een volmacht, door de eigen naam op de achterkant in te vullen en niet diegene die bij ons aan de tafel staat om namens haar of hem te gaan stemmen. Dan is het dus niet mogelijk om deze volmacht in behandeling te nemen. En als de volmachtgever dan al niet meer bereikbaar is, dan is dat dus een verloren stem. Het is een kwestie van goed en aandachtig lezen, maar dat valt dus niet mee. Misschien zou de invuloefening nog iets duidelijker en explicieter moeten.


Of de volmacht is helemaal niet ondertekend. Of er is geen (kopie van) een identiteitsbewijs van de volmachtgever meegeleverd. Die volmachten kunnen we dan niet ook in behandeling nemen. We geven dan het advies om terug naar huis te gaan om het alsnog in orde te maken of om de volmachtgever toch maar zelf te laten gaan stemmen. Bij eentje ging dat niet meer lukken, omdat de volmachtgever in Zweden zat. En ook eenmaal hebben wij blijkbaar geen goede instructie gegeven. Een mevrouw kwam terug met een onderhandse volmacht, nu met identiteitspapieren, maar ze had zelf al gestemd. Een onderhandse stem moet altijd uitgebracht worden samen met de eigen stem en dat kon dus nu niet meer. Dit was dus echt ook een verloren stem.

Ook wel leuk om te zien dat er nog mensen met die hele oude rijbewijzen. Die waren dan ook allemaal bijna tien jaar oud en meestal heel erg smoezelig en bijna uit elkaar vallend van ellende. Blijkbaar zitten we dus sinds een kleine tien jaar aan de moderne rijbewijzen.

Dit referendum was een raadgevend referendum en dat zou als geldig worden aangemerkt als het opkomstpercentage hoger zou zijn dan 30 %. Iemand kwam binnen met de vraag of een blanco of ongeldige stem ook meetelde bij het opkomstpercentage. Ons antwoord was dat het inderdaad het geval was. Daarop werd er vrolijk geantwoord dat ze daarom niet ging stemmen. Zonder te stemmen is ze daarop het pand weer verlaten.


In de slome middaguurtjes heb ik mijn eigen stem uitgebracht. Om zodoende daar toch nog een beetje opkomst te krijgen. Ook ik heb wel twijfels over het hele referendum, maar ik vond dat ik toch moest gaan stemmen. En ik heb ik twijfels bij het regiem van Oekraïne, maar ik vond toch ook dat ik de mensen uit Oekraïne niet in steek kon laten en wat mij betreft kan het land op termijn ook nog wel lid worden van de EU, dus ik heb gewoon voor het associatieverdrag gestemd. Ook Hermien heeft haar stem die middag uitgebracht. De wat jongere dames achter de tafel waren nog flink aan het twijfelen. Niet wat ze zouden stemmen, maar of ze gingen stemmen. De mobiele telefoon werd constant geraadpleegd om te kijken hoe het zou staan met de opkomst. Zou het boven de 30 % komen, dan gingen ze stemmen, anders niet. Volgens Hermien hadden de dames veel te veel last van keuzestress. Uiteindelijke heeft de een wel besloten om te stemmen, de ander niet. Bij de leden van stembureau 132 hebben dus drie mensen voor gestemd en een is niet gaan stemmen.

Uiteindelijk gaat zo’n dag toch ook wel weer snel voorbij. Iedereen had wel koffie en etenswaren meegenomen, ook bedoeld voor de andere stembureauleden, dus wat dat betreft kwam niemand tekort. Het gezelschap was ook zeer aangenaam met leuke gesprekken. Ook het merendeel van de stemmers was goedgeluimd, met soms tijd voor een kort of een wat langer gesprekje. Een enkeling maakte van zijn hart geen moordkuil en gaf duidelijk aan wat ze zouden gaan stemmen. Dat is geen probleem, mits er niet actief geronseld wordt onder andere stemgerechtigden. Maar veel mensen gaven aan dat ze het gemakkelijk vonden om een goede keuze te maken. Bijna alle stemmers waren blanke stemmers, de autochtoon die is komen stemmen was echt de uitzondering.

Om 21.00 uur was het klaar en werd het stembureau gesloten. De deuren bleven natuurlijk wel open, want de telling is openbaar. Als er dus iemand wil toekijken bij het tellen, dan mag dat. Helaas kwam ook deze keer weer niemand opdagen om toe te kijken. Bij normale verkiezingen komen er vaak zo rond deze tijd nog twee tellers opdagen, om mee te helpen bij het tellen. Deze keer vond men dat niet nodig, ik denk terecht, en we moesten dus met zijn vieren de klus klaren.


Allereerst werd de stembus gesloten en vervolgens geleegd. Alle 601 biljetten lagen daar op de vloer. Door het bijhouden van het aantal stempassen, kiespassen en onderhandse volmachten wisten we natuurlijk al dat er 601 stemmen zouden zijn.  Vervolgens zijn we aan de slag gegaan om ze allemaal stuk voor stuk uit te vouwen en ze te leggen op een van de volgende stapels: voor, tegen, blanco of ongeldig. Aan het eind van de rit leken beide stapels van voor en tegen leken even hoog, dus daar konden we zo op voorhand nog niet veel over zeggen. Het aantal blanco was wel gelijk heel duidelijk, namelijk 14. Van 5 stembiljetten hebben we moeten vaststellen dat ze als ongeldig moeten worden aangemerkt. Driemaal doordat zowel het vakje met voor als het vakje met tegen aangekruist. En tweemaal doordat er weliswaar een krabbel door het woord tegen gezet, maar er is niets gezet in het vakje dat daarbij hoort.



De dames zijn vervolgens aan het tellen geslagen van de voor- en tegenstemmers. De biljetten werden nog even goed nagekeken of ze op de juiste stapel lagen en als er weer 25 waren geteld werden deze apart genomen en met een grote paperclip bij elkaar gehouden. In het geval de telling niet blijkt te kloppen, dan hoef je telkens maar een stapel van 25 te tellen om te kijken of het bij deze stapel soms is misgegaan. Ik ben ondertussen begonnen met het invullen van het papierwerk horende bij dit referendum.


Het tellen ging zeer voorspoedig en is ook zeer zorgvuldig geschied, want we hoefden niet opnieuw te tellen omdat het totaal niet klopte. Er hadden 314 mensen voor het verdrag gestemd en 268 tegen. In percentage uitgedrukt is dat 52,7 % voor en 45,0 % tegen. Samen met 2,3 % blanco is dat dan 100 %. Dat ligt dan nog wel redelijk in lijn met de percentages voor geheel Utrecht van 57,4 % voor en 40,7 % tegen, dit in tegenstelling tot het opkomstpercentage. Wel opmerkelijk om te zien dat de blanco stemmen klaarblijkelijk wel meetellen bij de voor- en tegenstemmers, maar de ongeldige niet. Op de een of andere manier komt me dat vreemd voor.



Om 22.00 uur waren we dus al klaar met tellen. Veel eerder dan bij eerdere verkiezingen, maar ook wel een beetje logisch. Het proces-verbaal horende bij deze stemming had ik volledig ingevuld en laten tekenen door ons alle vier. De taak voor de drie dames zat erop, en ze hadden ook geen zin meer om mee te gaan naar het stadskantoor met het proces-verbaal en alle stempassen, kiezerspas en onderhandse volmachten. Zelfs het vooruitzicht van een borrel kon hen niet van gedachten veranderen. Op het stadskantoor aangekomen was ik helaas toch niet de eerste, dus ik moest even in de rij gaan staan, om te worden geholpen. Na wat formaliteiten en een klein pauze vanwege een computerstoring werd ik ontslagen van mijn functie en kon mij gaan richten op het feestgedruis.


Dat laatste viel nog wel een beetje tegen. Er was drank, maar de hapjes waren schaars. Toch wel leuk om nog even wat bij te kletsen met de voorzitters van andere stemlokalen. Om dan vast te stellen dat het bij ons wel behoorlijk saai is geweest. Ik sprak een voorzitter die het stemlokaal pas om 11.00 uur heeft kunnen openen, omdat in zijn ogen de situatie in zijn stemlokaal te gevaarlijk was. De burgermeester was zelfs langs geweest. Een andere voorzitter heeft heel lang last gehad van vervelende mensen die aan de kant bleven zitten en luidkeels allerlei opmerkingen aan het maken waren. Dat kan er dus ook gebeuren, moet ik maar bedenken als ik weer opgeef voor een volgende keer.


We zijn inmiddels een flinke poos verder. De kiesdrempel is gehaald. Een grote meerderheid heeft tegen gestemd. Ondanks dat het een raadgevend referendum was, kun je volgens mij er niet om de uitslag van dit referendum. Het volk heeft gesproken en dat betekent dat Nederland het associatieverdrag met Oekraïne niet zou moeten goedkeuren. Dat is misschien wel lastig, maar dit is niet anders dan de uitkomst van dit referendum. De handelsverdragen met Oekraïne kunnen gewoon doorgaan, maar alle overige politieke overeenkomsten hebben we weggestemd. En volgens mij moet elke beslissing door de EU nog steeds unaniem zijn. Door de uitkomst van dit referendum is het niet meer unaniem en dat betekent dat het associatieverdrag van tafel moet. Elke andere uitkomst zou kiezersbedrog zijn.

donderdag 3 december 2015

Sinterklaas en Zwarte Piet als immaterieel cultureel erfgoed

Op zaterdag 14 november kwam Sinterklaas met zijn Zwarte Pieten aan in ons land. We zagen het op televisie. De dag erop kwam hij aan in Utrecht. Wij waren erbij! Op 21 november was het hele gezelschap al in onze wijk. Afgelopen zaterdag zag ik zelfs Sinterklaas in ons eigen winkelcentrum. Gelukkig met Zwarte Pieten! Fijn dat ze er zijn. Steeds dichterbij komen zij. Zullen ze op pakjesavond ons huisje stilletjes voorbij gaan? We hopen van niet. Vol verwachting klopt ons hart!


Maat ondertussen ……

De mooie traditie van Sinterklaas en Zwarte Piet staat onder druk. Het grootwinkelbedrijf heeft al afscheid genomen van Zwarte Piet. Zag je een paar jaar geleden nog op diverse plekken onze vrolijke vriend; nu is hij al bijna verdwenen uit het winkelbeeld. Helaas zwichten deze winkelketens voor de terreur van enkele mensen met nare en vervelende eigenschappen. Omdat men zogenaamd geen klanten wil kwetsen? Aan de ene kant is het ook wel fijn dat Sinterklaas en Zwarte Piet een beetje naar de achtergrond verdwijnen, het werd al te commercieel. Maar het nadeel daarvan is dat nu vanaf begin november de winkels al volstaan met kerstbomen en rendieren. En dat gaat steeds erger worden. Dank voor deze fijne ontwikkeling!

Er zijn dus mensen die er blijkbaar lol in hebben om het feestje van een ander te verstieren. Alleen om hun eigen gelijk te krijgen. Absurd dat sommige mensen zo’n mooie traditie om zeep willen helpen. Ik zou zeggen, als je het niet leuk vind, ga dan wat anders doen!


Jammer dat men een fijne folklore de das om wil doen. En waarom eigenlijk, omdat het racistisch zou zijn. Jammer voor de tegenstanders, maar dat is het helemaal niet. Er zit geen greintje racisme in Zwarte Piet. En wat denk je, als Zwarte Piet is afgeschaft, is er dan geen racisme meer in Nederland? Doe dan echt iets aan het tegengaan van discriminatie op het gebied van banen en werk, dan ben je nuttig bezig.

Ook ons slavernijverleden wordt erbij gehaald. Dat is niet al te best. Een discussie over dit verleden mag zeker plaatsvinden. Maar ook dit heeft niets met Zwarte Piet te maken. Zwarte Piet is geen slaaf. Hij speelt in rol in een toneelstuk. Dat toneelstuk is kunst, dat is niet goed of fout. Dat is zoals het is. Als ik aan slavernij denk, dan zie ik die mooie panden aan de Amsterdamse grachten. Wat mij betreft ben je pas een echte vent als je gaat pleiten voor de afbraak van deze panden. Deze zijn gebouwd met het geld dat verdiend is in de slavenhandel.

Nee, we pakken een gemakkelijk slachtoffer als Zwarte Piet. Daar kun je gemakkelijk mee scoren. Ik begrijp dat er tegenstanders zijn en dat mag ook. Maar zo heeft iedereen wel iets waar men een hekel heeft. Ik heb een hekel aan Gordon, ik zorg er dus voor dat ik de beste man niet ga opzoeken en als ik hem dan ergens tegenkom, dan negeer ik hem. Zo zou je het ook kunnen bekijken.

Waar gaat het mis in Nederland? Is Nederland zo'n karakterloos land dat het bij het minste of geringste zijn tradities overboord zet? De grootgrutters die geen ruggengraat tonen. Maar ook de bestuurders van scholen, musea en aanverwante instellingen. Deze zijn eigenlijk nog erger dan de tegenstanders. Zij willen over de ruggen van het publiek Zwarte Piet in de ban doen. Waarom? Om een minderheid hoegenaamd te ontzien. Bizar dat dat kan gebeuren en dat het ook nog wordt geaccepteerd. Dat een grote meerderheid daar anders over denkt is niet belangrijk. Men luistert naar die enkeling die meent het gelijk aan zijn zijde te hebben. Een schreeuwende minderheid daar wordt naar geluisterd. Zo wordt het gevaarlijk in Nederland, als er en mix ontstaat van misleide geesten en meewaaiende bestuurders.

Ik wordt gekwetst door dit hele gedoe om Zwarte Piet af te schaffen. Cultuurbarbaren zijn het die dit willen doen, zowel de tegenstanders als bestuurders. Mijn culturele identiteit dreigt van me te worden afgepakt. Alsof ik al jaren heel fout bezig ben geweest. Het is juist een waardevolle culturele traditie, die bewaard moet blijven. Sinterklaas en Zwarte Piet staan op de lijst van ons immaterieel cultureel erfgoed en mag dus nooit verloren gaan, net zoals carbidschieten. Ik zal dus blijven pleiten voor Sinterklaas en Zwarte Piet. Dat zij eeuwig mogen bestaan.

Maar als Zwarte Piet onverhoopt toch afgeschaft moet worden, dan gelijk Sinterklaas ook maar. Een oude katholieke man in een jurk die cadeautjes uitdeelt aan kinderen. Dat kan toch echt niet meer. Hoeveel door de katholieke kerk misbruikte kinderen worden er elk jaar niet gekwetst door de komst van deze bisschop naar Nederland. Om deze mensen te ontzien moeten we Sinterklaas toch nooit meer een voet op onze bodem laten zetten. En doe dan Kerst ook maar gelijk in de ban, met zijn zoetsappige sfeer om dit rond de kerstboom lekker samen met de familie te gaan vieren. Hoeveel eenzame, oudere mensen zonder familie zitten er gedurende deze dagen niet eenzaam thuis. Bespaar hun deze martelgang en schaf het kerstfeest zo snel mogelijk af.

Tot slot een laatste boodschap. Niet te hard van stapel lopen. Gewoon lekker feest vieren met Sinterklaas en Zwarte Piet en verder niet meer zeuren!


maandag 16 november 2015

Diaspora Conferentie

Plotseling verscheen het ergens op mijn netvlies. Op 5 en 6 november was er een bijeenkomst in Den Haag onder de titel ‘Diaspora Conferenceon the Great Lakes region: Root causes of conflict and opportunities for change’. Georganiseerd door The Hague Peace Projects. Toegang: gratis. Plaats: Institute for Social Studies in Den Haag. Op 5 november stond er niets op mijn agenda en een van de sprekers was Filip Reyntjes, een expert op het Grote Meren gebied. Het leek me wel eens interessant om hem te zien spreken.


Het zou om half tien beginnen met een introductie. Dat kon ik net niet halen. Maar net voordat de eerste spreker om tien uur zou beginnen ben ik de zaal binnengegaan en heb ik zitten luisteren. De eerste spreker was Jagoda Paukovic. Zij hield een heel betoog over allerlei oorzaken voor conflict. Haar praatje was wel erg algemeen. Ik had zo ook een hele riedel kunnen opnoemen. Natuurlijk komt dan ter sprake hoe een land omgaat met zijn natuurlijk hulpbronnen, hoe er omgegaan wordt met terugkerende vluchtelingen, hoe er omgegaan wordt met landrechten en nog veel meer.


De tweede spreker was Ben Rutabana. Hij werd aangekondigd als zanger, schrijver, activist. Hij hield een heel persoonlijk verhaal over zijn geschiedenis. Hij kwam uit Rwanda en was Tutsi. Zijn jongste herinneringen zijn die van angst. Dat hij als 3-jarige zich moest verbergen in de bossen om te voorkomen dat hij zou worden gedood. Hij heeft gezien dat de huizen van Tutsi’s in brand werden gestoken. Hij kon zich herinneren dat men blij was dat in 1973 er nieuw regiem aan de macht kwam met nieuwe hoop. Maar deze hoop was van korte duur. Niet lang daarna begonnen de Hutu’s de Tutsi’s te zien als kakkerlakken, als minderwaardig en dat ze eigenlijk niet thuis hoorden in Rwanda. En het ergste vond hij dat de Tutsi’s die ook gingen accepteren. Als 21-jarige heeft jij zes maanden in de gevangenis gezeten en is toen gemarteld, alleen omdat hij Tutsi was. Daarna heeft hij zich aangesloten bij de RPF. Daar heeft hij van alles meegemaakt. Hij was blij dat er in 1994 een einde is gekomen aan Hutu power en dat vanaf die tijd de Tutsi’s aan de macht zijn gekomen. Maar ook deze blijdschap was van korte duur. Hij zag dat het nieuw regiem hele slechte kanten had. Ook onder het huidige regiem heeft hij zes maanden gevangen gezeten. Wederom is hij gemarteld, deze keer gewoon ergens in een huis in Kigali. Ik heb niet goed meegekregen waarom hij is gearresteerd. Als slot van zijn betoog vraagt hij zich af of de huidige regering nu voor zichzelf bezig is of voor het volk. Ik denk dat dit voor hem een retorische vraag is. Het was in ieder geval een heel indrukwekkend verhaal.


Een bijzonder detail waar hij zich druk over maakt is het laten zien van de lijken van de slachtoffers van de genocide. Die heb ik inderdaad ook in Rwanda wel gezien. Het meest indrukwekkend zijn de skeletten, in gebluste kalk bewaard, die in grote hoeveelheden zijn tentoongesteld in Murambi. Zijn moeder is één van de slachtoffers en hij wil haar eigenlijk graag begraven. Dat is Rwandese cultuur. Een persoon kan geen rust krijgen totdat deze wordt begraven. Hij vindt dat de regering de lijken gebruikt als propaganda voor haar standpunt om de genocide blijvend onder de aandacht te brengen. Om de schuldigen te blijven laten voelen wat ze hebben gedaan. Dit is in zijn eigen voorbeeld dat de regering niet handelt in het belang van de bewoners, want die willen de lijken begraven, maar in het belang van zichzelf. Om te blijven regeren.

Halverwege tijdens zijn betoog ben ik even iets naar voren gelopen om een foto te maken. Dat viel niet in goede aarde. Ik kreeg een bestraffende blik toegeworpen van een mevrouw aan de zijkant met de insteek dat dat echt niet de bedoeling was. Na de pauze werd hier nog even op teruggekomen. Het was niet toegestaan om foto’s te maken en om via sociale media tijdens de conferentie hier over iets te vertellen. De reden is dat het hier om vertrouwen ging en dat er vertrouwelijke informatie werd gedeeld en dat niet iedereen dan in staat zou zijn om te zeggen wat men werkelijk vond. Ik vond het allemaal wel wat overdreven, zeker ten aanzien van de sprekers. Deze hebben er toch voor gekozen om te gaan spreken en lijken me dan ook zeker niet bang om hun mening te geven. Het deed mij toch al wel weer een beetje denken aan de geheimzinnigheid die er heerste bij bijvoorbeeld een Rwanda Day.

In de koffiepauze kwam ik in gesprek met iemand die me herkende van Rwanda Day. Het leek wel een deja vu. Overal waar ik kom word ik herkend van een vorige bijeenkomst. Ik vond het wel grappig om hem hier zo te zien. Op Rwanda Day is de loftrompet gestoken over Rwanda. Op deze dag zal er heel wat kritischer over Rwanda worden gesproken. Is hij gewoon geïnteresseerd of is het een soort spion van het andere kamp om te weten te komen wat er gezegd wordt en vooral door wie? Misschien toch een reden om op te passen met foto’s en sociale media? Of krijg ik nu ook als last een gezonde hoeveelheid paranoia?


Na de koffiepauze was het woord aan Filip Reyntjes. Hij had een heel betoog over de oorzaken van de ellende in het Grote Meren gebied. De eerste en belangrijkste reden is de zwakte van de staat Zaïre en later Congo. Hij verduidelijkt dat met anekdotes. Hij sprak met een militair en vroeg aan hem waar de rebellen waren. Het antwoord was, iets verderop, op die heuvels. Vervolgens vroeg hij wanneer die zouden worden verjaagd. Het antwoord daarop was dat dat niet ging gebeuren. Nee, de rebellen bleven daar en de militairen bleven hier. Het is net of ze niet eens hun best deden om een staat te zijn. Al was hij uiteindelijk toch wel positief. Dat de staat nu niet meer zo zwak is als twintig jaar geleden. Er is dus vooruitgang.

De tweede oorzaak die hij opvoerde was territoriale expansie van de buurlanden Rwanda en Uganda. Die hebben hun oorlog tegen hun eigen rebellen uitgebreid tot in Congo. Ook de wisselende alliantie tussen de verschillende landen heeft het er niet beter op gemaakt. Rwanda en Uganda vochten eerst zij aan zij, maar later kwamen ze tegenover elkaar te staan.

De winstgevendheid van oorlog voeren is ook een factor. Normaal gesproken kost een oorlog geld. De oorlog in Congo bracht echter geld op, doordat er geprofiteerd is van de grondstoffen in het oosten van dat land. Tenslotte legde hij ook de nadruk op de straffeloosheid van met name de RPF in Rwanda. Dat in dat land alleen de verliezers zijn gestraft, maar dat de misdaden van de overwinnaars totaal niet worden vervolgd.

Aan het eind van het betoog werd het toch wel wat duidelijker. Ja, inderdaad Congo heeft het deels aan zichzelf te danken dat het daar zo’n puinhoop is, dus daar moet ook wat gebeuren. Maar de meest pijlen zijn uiteindelijk wel gericht op Rwanda. Dat is de grote pestkop op het schoolplein, die het arme Congo maar zit te pesten. Al vraagt slachtoffer Congo er ook wel een beetje om.

Aan het slot waagde hij zich ook nog een soort van voorspelling. Hij was zeer sceptisch over de toekomst van Rwanda. Het lijkt allemaal zo stabiel, maar onder de oppervlakte rommelt het. Verder zijn er heel veel vluchtelingen uit Burundi in Rwanda en dat zorgt voor veel onrust. Hij vreesde dat Rwanda een inval gaat doen in Burundi om orde op zaken te stellen, maar dat zal als gevolg hebben dat Tanzania Rwanda zal aanvallen, omdat de situatie tussen deze twee landen al heel lang verre van ideaal is.

Het was tijd voor vragen, vooral voor Ben een ook voor Filip. Voor Jagoda kwamen geen vragen. Geen wonder, dat was ook zo nietszeggend. De leider van de conferentie wilde nog wel even een dankwoord uitspreken aan de sprekers op de conferentie. Want ze hadden heel veel mensen gevraagd om te komen praten, maar heel veel mensen hebben nee gezegd. Hoe moest ik deze opmerking duiden? Hebben we hier nu te maken met derderangs sprekers, of betekend het inderdaad dat andere mensen niet durven komen?

De gelegenheid om vragen te stellen wordt vaak niet alleen benut door echte vragen te stellen. Dat geeft ook een podium aan mensen die iets kwijt willen. De eerste vragensteller viel dan ook in deze categorie. Hij stelde dat Rwanda een land van angst is. Dat er in Rwanda al meer dan 100 conflicten hebben plaatsgevonden, waarvan de genocide er één is. De genocide is dan ook niet de oorzaak van de huidige toestanden, het is een gevolg. De oorzaak van alle conflicten zit in de geschiedenis. Voordat hij verder kan gaan wordt hij afgebroken om andere vragenstellers ook de kans te geven om een vraag te stellen.

De volgende vragensteller vraagt aan Ben waarom hij zich introduceerde als Tutsi en niet als Rwandees. En of hij instemde met de officiële benaming van de genocide, namelijk dat het een ‘genocide against the Tutsi’ wordt genoemd. Ben kan instemmen met de officiële term en hij weet dat er door het huidige regiem ook misdaden zijn gepleegd, maar zo lang niet bewezen is dat dat een genocide is geweest, zal hij het niet als zodanig benoemen. Hij wil ook nog wel benadrukken dat hij, terwijl hij een Tutsi is, bedreigd wordt door Tutsi’s. De klassieke tegenstelling Tutsi’s tegen Hutu’s is in zijn ogen achterhaald. Op dit moment zijn de grootste tegenstanders van het regiem vaak Tutsi’s, die op een of andere manier niet meer kunnen instemmen met de huidige gang van zaken. Als gevolg daarvan worden er in het buitenland nu Rwandezen vermoord, ontvoerd of een andere wijze lastig gevallen.

Filip geeft hier nog een aanvulling op. Hij stemt ook in met de benaming ‘genocide against the Tutsi’ omdat bewezen is er doelgericht geprobeerd is een bepaalde groep te elimineren. Hij voegde er aan toe dat in zijn ogen in de jaren na 1994 door de RPF in Congo een genocide is gepleegd tegen de Hutu’s. In zijn ogen is daar genoeg bewijs voor. Ik kan me voorstellen dat hij door dit soort uitspraken niet heel erg geliefd is in Rwanda.

Als laatste zegt hij nog iets over de vergelijking tussen Rwanda en Burundi. In Rwanda heeft men ervoor gekozen om de etniciteit te gaan ontkennen. Iedereen is Rwandees en niemand is meer Hutu of Tutsi. Dat werkt niet, omdat iedereen onderhuids nog weet wat hij of zij is en nog belangrijker dat ook weet van ieder ander. In Burundi is men nog openlijk Hutu of Tutsi, met als gevolg dat het onderscheid op etniciteit daar veel minder een rol speelt. Daar is wel een hoop onrust en daar vallen ook veel doden bij, maar dat wordt niet veroorzaakt door etniciteit. Of je daar nu zo blij van moet worden, dat weet ik dan ook niet.

In ieder geval was het tijd voor de lunch. Dat was voortreffelijk verzorgd en ik liet me de broodjes dan ook goed smaken. Ondertussen nog wat luchtige conversatie met de diverse deelnemers.

Na de pauze gingen we de verdieping in een kleinere groep. Je kon kiezen voor een Nederlandstalige, een Engelstalige en Franstalige groep. Ik koos voor de Engelstalig en dat deden nog zo’n 15 andere mensen. We begonnen met een voorstelrondje. Het gezelschap bleek voor de ongeveer de helft uit Rwandezen te bestaan en de andere helft betrof Nederlanders die op de een of andere manier een link met Rwanda hadden. Het was dus eigenlijk een heel Rwandees gezelschap. De discussie spitste zich dan ook meteen toe op Rwanda.

Een deelnemer ging van start en somde op waar het volgens hem om ging: Afkomst, macht, etniciteit en land. En dat laatste schakelde hij gelijk met rijkdom. Hij suggereerde dan ook dat het voor sommige mensen nooit genoeg is. Die willen altijd meer land en rijkdom, waaronder de president, die heeft onlangs iemand laten vermoorden omdat hij uit was op zijn rijkdom.

De discussie spitste zich op de een of andere manier toe op land. Door informatie van verschillende deelnemers kregen we in ieder geval steeds een beter overzicht. Met behulp van het kadaster uit Nederland is ook al het land in Rwanda in kaart gebracht. Het gaat om 12 miljoen stukjes land die verdeeld zijn over 11 miljoen inwoners. Dit land blijft eigendom van de overheid, maar is nu voor 90 jaar verpacht aan inwoners van het land. Hierbij zijn wel kanttekeningen te maken.

Als je het land niet gebruikt, dan vervalt je recht op pacht. Probleem daarbij is dat sommige mensen gewoon niet genoeg geld hebben om het land te gaan verbouwen. Als de overheid het land nodig heeft voor een andere bestemming, dan kan je pacht ook vervallen. Je krijgt dan wel een compensatie, maar die zal altijd natuurlijk veel te weinig zijn. Voor sommige gebieden geeft de overheid aan welk gewas je er moet verbouwen. In het noorden moet je bijvoorbeeld verplicht pyrethrum te verbouwen dat je vervolgens alleen kan verkopen aan het bedrijf Horizon, dat dan weer gelieerd is aan de overheid. Als gevolg daarvan is de opbrengst van dit land veel minder dan de pachter had verwacht.

De schaarste van het land in combinatie met de groeiende bevolking kwam ter plaatse. Is er nog genoeg land voor iedereen in de toekomst? Idealiter zouden jongeren gaan verhuizen naar de stad om daar in appartementen te gaan wonen. Maar daar is nog een hele omslag in cultuur nodig. Een stuk land en een koe geeft hen identiteit. Iemand die in een flat in de stad woont, heeft geen identiteit.

Het land is dan wel in kaart gebracht door het kadaster, maar dat wil niet zeggen dat alle problemen daardoor zijn opgelost. Weeskinderen als gevolg van de genocide worden nu meerderjarig en ontdekken dat een oom het land van hun ouders in gebruik heeft. Hoe wordt dit afgehandeld als dit wordt behandeld in een rechtzaak?

Door iemand werd als probleem ervaren dat er regelmatig in opdracht van de overheid land werd verkocht aan buitenlandse investeerders. En laat er nu juist zo’n investeerder in onze groep zitten. Zijn bedrijf had 10.000 hectare land gekocht in Rwanda. Hij zat er ook met hele goede bedoelingen. Hij herkende alle problemen die ter sprake kwamen. Hij vond dat het in Rwanda goed was geregeld in tegenstelling tot andere landen. Zijn organisatie moest in Rwanda betalen voor een stuk land, in Uganda kregen ze het vaak zo maar voor niets. In zijn ogen wordt er in Rwanda eerlijker zaken gedaan. Hij hoopte ook dat de verkoper van het land zo genoeg geld kreeg voor zijn land, dat ze op deze manier naar de stad zouden vertrekken. Ze hadden goed overleg gevoerd met Executive Secretary van de Sector over de verkoop van het land aan hun organisatie. Niet helemaal duidelijk werd wat er nu precies gebeurde op dat stuk land. Ze gingen het voor 20 jaar exploiteren en boden tegelijkertijd ook banen aan via coöperaties, waarschijnlijk om het land te bewerken. Na 20 jaar was het de bedoeling om het land te schenken aan deze coöperaties. Ik denk dat deze investering met de allerbeste bedoelingen is opgezet en misschien gaat het ook wel werken. Toch kon je ook bij de rest van de groep wel bedenkingen merken of het in werkelijkheid gaat uitwerken zoals het bedoeld was.
De tijd vorderde al aardig en over de problematiek van het land hebben we dan ook zeer uitgebreid van gedachten gewisseld. Op het laatst was er nog een beetje aandacht voor wat andere kwesties. En dan ging het met name om opvoeding in het gezin en op school. Dat mensen opgroeien in een systeem van angst en geweld. Dat dit al generaties aan de gang is en dat dit een oorzaak is waarom mensen elkaar niet vertrouwen. Een heel interessant thema, maar de tijd was om en er was dus helaas geen gelegenheid meer om dat verder uit te diepen.

Na een kleine pauze zou er nog een plenaire sessie komen waarin alle groepen de resultaten uit hun groep zouden presenteren. Ik was niet meer in de gelegenheid om dat onderdeel mee te maken en ook dag twee van deze conferentie paste niet in mijn tijdschema. Al me al was het wel een heel interessante dag met veel verdieping en toch ook nog wat nieuwe inzichten. Ik vraag me af of het deze conferentie echt gelukt is om een bijdrage te leveren aan het vredesproces in het Grote Meren gebied, maar we zijn wel een stuk wijzer geworden. Er zal echter nog heel wat moeten gebeuren voordat er echt vrede in dat gebied zal zijn.