maandag 28 januari 2013

M23

Hoe zit het nu met M23? Wordt deze rebellenorganisatie nu gesteund door Rwanda of niet? Hoe kun je er nu achter komen hoe het werkelijk in elkaar zit? Wie spreekt de waarheid? Of is de waarheid een te moeilijk begrip voor deze kwestie.  

M23 is de afkorting van ‘Mouvement du 23-Mars’. De beweging van 23 maart verwijst naar de datum van 23 maart 2009, de dag dat de CNDP (Congrès National pour la Défense du Peuple) een verdrag heeft ondertekend met de regering van de Democratische Republiek Congo (DRC).  

De CNDP was een rebellenleger dat actief was in het oosten van de DRC vocht tegen het Congolese leger en tegen de FDLR (Forces Démocratiques de Libération du Rwanda), dat is de rebellenorganisatie van de Hutu’s uit Rwanda, gelieerd aan het genocidaire regiem van 1994, en die na de genocide zijn gevlucht naar het land dat toen nog Zaire heette. De CNDP stond onder leiding van Laurent Nkunda, een Tutsi uit de DRC. Nkunda is geen lekkere jongen en is beschuldigd van oorlogsmisdaden. Op 22 januari 2009 is hij gearresteerd door de regering in Rwanda. In een deal tussen de DRC en Rwanda is dat geregeld. Nkunda schijnt nog steeds gevangen te zitten in afwachting van zijn proces. 

Vlak voor de arrestatie van Nkunda is de leiding van de CNDP in handen gekomen van Bosco Ntaganda, een Tutsi uit Rwanda. De arrestatie van Nkunda en de overname door Ntaganda staan niet helemaal los van elkaar. Ntaganda is ook geen lekkere jongen, want ook hij wordt gezocht voor oorlogsmisdaden. Maar dat belette hem niet om de koers van de CNDP te verzetten. Voortaan zou het samen met het Congolese leger ten strijde trekken tegen de FDLR en ook Rwanda steunde deze nieuwe koers. De samenwerking werd dusdanig geïntensifieerd dat op 23 maart 2009 een verdrag werd ondertekend dat de CNDP een onderdeel werd van het Congolese leger. 

Iedereen blij, een vredesverdrag tussen de regering van de DRC en een belangrijk rebellenleger in het oosten van het land. Het leek zo mooi, Maar de praktijk is natuurlijk veel weerbarstiger. Een rebellenleger integreren in een regulier leger dat gaat zo maar niet. Dan kan dus ook niet goed gaan, toch heeft het nog ruim drie jaar geduurd. 

Maar in april 2012 was het voorbij. Zo’n 300 soldaten, voornamelijk oorspronkelijk van de CNDP, waren het zat, gingen het reguliere leger weer uit en begonnen een nieuwe rebellengroepering genaamd M23. Ntaganda werd van stal gehaald en is nu de leider van deze groep. M23 bivakkeert in het oosten van de DRC ten noorden van Goma, in het gebied op de grens tussen de DRC, Rwanda en Uganda. 

Wat wil deze M23? Officieel hebben ze natuurlijk een heleboel mooie eisen. Om te beginnen dat het vredesverdrag van 23 maart 2009 daadwerkelijk wordt uitgevoerd. En daarnaast nog allerlei mooie zaken zoals democratie en mensenrechten. In werkelijkheid willen ze gewoon een eigen stukje land waar ze kunnen doen en laten wat ze willen. In november 2012 hebben ze voor een paar dagen Goma even ingenomen, zonder ook maar tegengewerkt te worden door het Congolese leger of door de troepen van de Verenigde Naties, alleen maar om even te laten zien waartoe ze in staat zijn. Het Congolese leger is natuurlijk een zooitje en de troepen van de Verenigde Naties mogen alleen toekijken. 

M23 is een ordinaire rebellenbeweging dat dood en verderf zaait in het oosten van de DRC. Wat te doen om dit groepje te stoppen? De beschuldiging is nu dat Rwanda de M23 ondersteund met geld en materieel. Alleen Rwanda ontkent in hevige mate dat ze er iets mee te maken heeft.  

Wat zou het belang van Rwanda kunnen zijn om M23 te steunen? Allereerst misschien de meest legitieme, namelijk de strijd tegen de FDLR. De FDLR is weliswaar niet enorm sterk, het lijkt me onmogelijk dat ze Rwanda kunnen binnenvallen, maar ze zijn wel irritant voor Rwanda. Vanuit de DRC zorgt de FDLR regelmatig voor speldenprikjes door aanslagen te plegen. Het Congolese leger is te zwak om hier iets tegen te ondernemen en ze heeft er waarschijnlijk ook niet zo veel zin in. M23 trekt wel ten strijde tegen de FDLR en men zegt dat Rwanda soms haar eigen militairen levert om hen daarbij te ondersteunen. 

De andere redenen zijn veel minder legitiem. Zodra M23 zijn gang gaat zal de DRC altijd een zwakke staat blijven. En zolang dat het geval is, kan Rwanda natuurlijk opereren als een sterkte staat in de regio. M23 moet in de ogen van Rwanda ook niet te sterk worden, want dat kan ervoor zorgen dat er tegenkrachten komen. Dat kun dus een reden zijn om M23 te steunen tot het punt dat ze lastig zijn voor de DRC. 

Het oosten van de DRC zit vol met natuurlijke grondstoffen. Men beweert dat deze grondstoffen massaal door Rwandese maatschappijen uit de grond worden gehaald om vervolgens verhandeld te worden over de gehele wereld. Dat kan doorgaan net zo lang het Congolese leger niet in staat is om hier tegen op te treden. Zolang M23 of aanverwante groeperingen onrust veroorzaken, is het gemakkelijker voor Rwanda om door te gaan met haar activiteiten. 

De DRC is een enorm land. Een stad als Goma in het oosten is meer dan 1.500 kilometer verwijderd van de hoofdstad Kinshasa. Per weg is er helemaal geen verbinding. Dat kan alleen met het vliegtuig, of het heel veel moeite over de rivier de Congo. Voor Goma is Kigali in Rwanda of Kampala in Uganda veel dichterbij. De mensen die in het oosten wonen zijn heel anders dan die in het westen wonen. Er zijn geruchten dat de beid Kivu provincies in het oosten van het land zich wel willen afscheiden van de DRC. M23 kan hieraan natuurlijk een bijdrage leveren. Officieel zal Rwanda dat niet bevestigen, maar een nieuwe staat met een hoog Tutsi-gehalte als westelijke buurman zouden ze vast niet erg vinden. 

Al met al genoeg redenen om M23 een beetje te steunen, maar al met al nog meer redenen om dat natuurlijk niet toe te geven. En of ze het werkelijk doen, dat is nooit met zekerheid te zeggen. De rapporten van de ‘Group of Experts on the Democratic Republic of the Congo’ zeggen dat Rwanda wel deze steun geeft. Rwanda beweert dat deze groep bevooroordeeld is. Wat is nu de waarheid?

 

zaterdag 26 januari 2013

Group of Experts on the Democratic Republic of the Congo


De ‘Group of Experts on the Democratic Republic of the Congo’ heeft in 2012 een vernietigend rapport uitgebracht over de bemoeienissen van Rwanda in de Democratische Republiek Congo (DRC). Wat houdt deze expertgroep in en wat is haar taak? Waar komt deze vandaan?

In 2003 is door de Verenigde Naties een eerste resolutie aangenomen betreffende het verbod op militaire steun aan buitenlandse en binnenlandse troepen die actief zijn in de DRC. Dit was resolutie 1493 en omvat de volgende omschrijving: ‘Decides that all States shall, for an initial period of 12 months, take the necessary measures to prevent the direct or indirect supply, sale or transfer of arms and any related material, and the provision of any assistance, advice or training related to military activities, to all foreign and Congolese armed groups and militias operating in the territory of North and South Kivu and of Ituri, and to groups not party to the Global and All-inclusive agreement, in the Democratic Republic of the Congo.’
 
Een resolutie in natuurlijk prachtig, maar dat betekent natuurlijk nog niet dat er daadwerkelijk iets gaat gebeuren. Daarom is in 2004 een volgende resolutie aangenomen om het wapenembargo wat meer inhoud te geven onder andere door het instellen van de eerdergenoemde expertgroep. Resolutie 1533 heeft de volgende inhoud: ‘Establishes a Sanctions Committee to oversee the arms embargo imposed by resolution 1493 (2003) and a Group of experts to gather and analyze all relevant information in the Democratic Republic of the Congo (DRC), countries of the region and, as necessary, in other countries, connected to flows of arms and related materiel, as well as networks operating in violation of the arms embargo.’
 
Sindsdien bestaat er dus de ‘Group of Experts on the Democratic Republic of the Congo’. Sindsdien zijn er nog veel meer resoluties aangenomen met betrekking tot de DRC. Ik tel er zestien.  

De expertgroep heeft in 2004 haar eerste rapport uitgebracht. Deze ging over wat er terecht gekomen is van resolutie 1533. Vervolgens zijn er nog veel meer rapporten verschenen. Soms voorafgegaan door een interim rapport, maar altijd resulterend in een eindrapport betrekking hebbend op een resolutie van de Verenigde Naties. In totaal zijn inmiddels al elf eindrapporten verschenen. Het laatste rapport gaat over resolutie 2021 

De ‘Group of Experts on the Democratic Republic of the Congo’ bestaat uit zes personen en staat onder leiding van Steven Hege. Er zit zowaar ook een Nederlander in, namelijk Ruben de Koning. Geen idee wat zijn achtergrond en zijn expertise op grond waarvan hij zitting mag nemen in dit gezelschap. 

Op 21 juni 2012 heeft deze groep een eerste interim rapport gemaakt inzake resolutie 2021. Hierin wordt in algemene bewoordingen gesproken over de situatie in de DRC. Maar op 27 juni 2012 verschijnt er al een addendum bij dit rapport. Dit addendum gaat specifiek over de rol van Rwanda, want het heeft de volgende titel: ‘Addendum to the interim report of the Group of Experts on the Democratic Republic of the Congo (S/2012/348) concerning violations of the arms embargo and sanctions regime by the Government of Rwanda’. Ik vraag me af waarom dit in zo’n apart addendum is verwoord. Waarom is dit niet gewoon opgenomen in het interim rapport? Bevat het te gevoelige informatie?  

Het zijn vele bladzijden en in totaal betreft het 58 paragrafen. Een van de paragrafen bevat de volgende tekst.  

2. Since the outset of its current mandate, the Group has gathered evidence of arms embargo and sanctions regime violations committed by the Rwandan Government. These violations consist of the provision of material and financial support to armed groups operating in the eastern Democratic Republic of the Congo, including the recently established M23, in contravention of paragraph 1 of Security Council resolution 1807 (2008). 2 The arms embargo and sanctions regimes violations include the following:

• Direct assistance in the creation of M23 through the transport of weapons and soldiers through Rwandan territory

• Recruitment of Rwandan youth and demobilized ex-combatants as well as Congolese refugees for M23

• Provision of weapons and ammunition to M23

• Mobilization and lobbying of Congolese political and financial leaders for the benefit of M23

• Direct Rwandan Defence Forces (RDF) interventions into Congolese territory to reinforce M23

• Support to several other armed groups as well as Forces armées de la République démocratique du Congo (FARDC) mutinies in the eastern Congo

• Violation of the assets freeze and travel ban through supporting sanctioned individuals.3

 Een ander paragraaf heeft de volgende inhoud.

16. Former M23 combatants from Rwanda stated that the main transit point for recruitment is the RDF position at Kinigi, where recruits are regrouped and sent to the Democratic Republic of the Congo (see image 4). This pattern has also been independently confirmed by Congolese intelligence services and a former RDF officer. According to some of the recruits, they often receive a meal in Hotel Bishokoro, which belongs to General Bosco Ntaganda and his brother at Kinigi. Afterwards, RDF soldiers escort large groups of new recruits to the border and send them into the Democratic Republic of the Congo. 

Rwanda heeft ook officieel gereageerd op de beschuldigingen in het addendum. Het stuk is gedateerd op 7 augustus 2012 en heeft de titel ‘RWANDA’S RESPONSE TO THE ALLEGATIONS CONTAINED IN THE ADDENDUM TO THE UN GROUP OF EXPERTS INTERIM REPORT.’ Bij dit antwoord zit onder andere bijlage met precies dezelfde titel, waarin veel uitgebreider wordt ingegaan op een aantal zaken.

De uitgebreide versie heeft ook een conclusie en die luidt als volgt:

54. Rwanda, more than any other country, has invested a lot of efforts to preserve peace in Eastern DRC especially since 2009. The GoR deplores the hasty publication of the addendum to the GoE interim report prior to discussions with the GoR and accused officials. As noted above, any formal consultation with the GoR would have either invalidated the need for the addendum or significantly alter its content that has misled the international community caused considerable damage to the Government of Rwanda. It is clear from the evidence provided on each of the allegations above that the GoE chose to ignore their own stated methodology and evidentiary standards and instead relied on compromised and inaccurate sources with total disregard for the basic principles of fairness and integrity. It might not be possible to reverse the tremendous damage already caused by the addendum to the GoR and International Community by the addendum to the interim report It is however expected that the contextual perspectives, clarifications, factual corrections and material evidence provided to the GoE during their recent visit to Rwanda will lead to better informed, more accurate, and fairer conclusions in the report’s final version.
 
55. As earlier observed, the GoR views the allegations in the addendum as illegitimate given the process leading to its compilation, flawed procedures and the inaccurate evidence presented to support the allegations. The GoE’s addendum to the interim report, and anyt decisions that builds on it should therefore, be treated publicly and privately as biased and devoid of integrity.  

56. The GoR remains committed to the ongoing process of seeking durable solutions to political issues in Eastern DRC including dialogue and reintegration of armed groups as well as the neutralization and/or repatriation of negative forces currently operating in the region. 

In de uitgebreide versie staat niets vermeld over het hotel in Kinigi. Maar in de korte versie komt deze wel ter sprake. Op zijn minst bijzonder dat dit niet vermeld staat in de uitgebreide versie. De weerlegging van de tiende beschuldiging ziet er als volgt uit:  

Allegation 10. Bosco Ntaganda-owns property in Rwanda

Rebuttal: Investigations on the claim of a house belonging to Ntaganda indicate that the house presented as image 15 in the addendum is actually owned owned by Mr. Innocent Ndagano alias “Cent Kilos”. Further allegations that Hotel Bushokoro located at Kinigi is co-partially owned by Gen. BoscoNtaganda is proved wrong because the property is actually owned at 50% each by Mr. Enock Munyajabo and his wife Mrs. NyiramanaKesie. it is therefore categorically false to claim that the properties belong to BoscoNtaganda.

Evidence: The certificate of registration of epithetic lease title No. UPI 3/03/04/05/217 is available at Annex J to this submission under the certificate of registration of epithetic lease title No. UPI 4/03/07/03/329 is at Annex Kto this submission.

Dit is natuurlijk wel een heel grappige weerlegging. In de reactie wordt beweerd dat de broers Ntanganda niet de eigenaars zijn van het hotel. Dat is natuurlijk niet de ware aard van de beschuldiging. Het hotel zou dienst doen als verzamelplek van Rwandese krijgers voordat ze naar de DRC gaan om zich aan te sluiten bij M23.

Op 15 november 2012 is het definitieve rapport uitgebracht door de expertgroep. Deze keer zijn de beschuldigingen in de richting van Rwanda wel opgenomen in het uiteindelijke rapport. De reactie van Rwanda heeft niet gezorgd voor een wezenlijke verandering van de mening van de expertgroep.Dit is de conclusie van de groep.

The eastern Democratic Republic of the Congo remains plagued by dozens of foreign and national armed groups. Instability has increased since the mutiny by former members of the Congrès national pour la défense du peuple and the subsequent creation of the Mouvement du 23 mars (M23) earlier in 2012. The rebels expanded their control over Rutshuru territory with extensive foreign support in July 2012 and have recently taken advantage of an informal ceasefire to enhance alliances and command proxy operations elsewhere. 

The Government of Rwanda continues to violate the arms embargo by providing direct military support to the M23 rebels, facilitating recruitment, encouraging and facilitating desertions from the armed forces of the Democratic Republic of the Congo, and providing arms, ammunition, intelligence and political advice. The de facto chain of command of M23 includes Gen. Bosco Ntaganda and culminates with the Minister of Defence of Rwanda, Gen. James Kabarebe. Following the publication of the addendum to its interim report  S/2012/348/Add.1), the Group met the Government of Rwanda and took into consideration its written response. The Group has, however, found no substantive element of its previous findings that it wishes to alter.

In 29 paragrafen wordt meer gedetailleerd ingegaan op de materie. Dat zijn er in ieder geval minder dan wat er in de appendix heeft gestaan. Hier is een voorbeeld. 

22. Before being sent to the Democratic Republic of the Congo, most recruits continued to transit through Gen. Ntaganda’s Hotel Bushokoro in Kinigi, Rwanda. During its visit to Bushokoro on 21 August 2012, the Group confirmed that the premises of the hotel, surrounded by a protection unit of the Rwandan armed forces, corresponded to the descriptions that former M23 soldiers had provided (see annex 19 to the present report). 

Grappig dat het hotel in de definitieve versie Hotel Bushokoro in plaats van Hotel Bishokoro heet.

Het lijkt erop dat men in het interim rapport Rwanda nog de kans heeft gegeven om een en ander recht te zetten, door de beschuldigingen aan Rwanda in een aparte appendix op te nemen. Klaarblijkelijk heeft Rwanda niet te behoefte gevoeld om officieel te reageren op de beschuldigingen. In Rwanda nemen ze gewoon de expertgroep niet serieus. Ze zeggen dat voorzitter Steven Hege een aanhanger is van de FDLR en daarom per definitie tegen Rwanda. 

Zo’n expertgroep, hoe wordt die nu samengesteld? Wie bepaalt wie er in komt? Welke zorgvuldigheid wordt er betracht bij het benoemen van de personen in deze commissie? Is het mogelijk een erebaantje? Mogelijk is het ook helemaal geen dankbare taak, want er worden rapporten volgeschreven, maar het is onduidelijk wat er verder mee gebeurt. 

Zestien resoluties en elf rapporten van de expertgroep. Al bijna tien jaar lang worden documenten gemaakt. En wat heeft het opgeleverd? Een enkele aanbeveling zal ongetwijfeld wel zijn opgevolgd of tot een resultaat geleid, maar dan is er op een andere plek wel weer een nieuw probleem ontstaan. In dit conflict wordt de ineffectiviteit van de Verenigde Naties toch maar weer vlekkeloos aangetoond. 

Rwanda voelt dat ook probleemloos aan. Haar politiek is het om het officieel zo veel mogelijk te negeren en verder alles te ontkennen. Vervolgens de auteurs van het document in diskrediet brengen en verder natuurlijk zinspelen op het feit dat men altijd Rwanda moet hebben om te beschuldigen. En dat lijkt te werken. 

Eind 2012 is Rwanda namelijk gekozen om zitting te nemen als tijdelijk lid in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Dat zal zijn voor de jaren 2013 en 2014. Het is toch wel bijzonder dat een orgaan van de Verenigde Naties in 2012 een vernietigend rapport uitbrengt over Rwanda en vervolgens wordt hetzelfde land gekozen in de Veiligheidsraad. Dat klopt toch ergens niet, of typeert dat nu Verenigde Naties? 

Als epiloog wil ik hier nog een toevoegen dat Rwanda een keer eerder tijdelijk lid is geweest van de Veiligheidsraad en dat was in 1994 en 1995. Laat dat nu de periode van de genocide zijn geweest. Laten we hopen dat de geschiedenis zich niet gaat herhalen.

woensdag 16 januari 2013

Sawa sawa sawaley

Nog niet zo lang geleden hoorde ik een stuk muziek wat me heel bekend in de oren klonk. Dit had ik eerder gehoord. In Rwanda had ik dit nummer heel vaak gehoord. Zo maar op straat, als ik langs een kapperszaak liep. Met een kapperszaak is namelijk onlosmakelijk verbonden dat er muziek wordt gespeeld, het liefst zo luid mogelijk. Een enkele keer ben ik in een discotheek geweest en daar kan het gespeeld zijn, bijvoorbeeld in de New Cadillac Nightclub. Of bij feestjes bij mensen thuis, ik denk dat het bijvoorbeeld vast wel op mijn afscheidsfeestje is gespeeld. Of in een gewone bar als de televisie niet aanstond voor een wedstrijdje Engels voetbal.  

Na enig spitwerk ben ik erachter gekomen dat het ‘I gotta feeling’ van de Black Eyed Peas was. Dat is een lied dat al gemaakt is in 2009 en dat ik natuurlijk allang had kunnen kennen, maar waarschijnlijk was ik er toen niet ze heel erg mee bezig. In Nederland was het zelfs een nummer 1 hit in 2009, maar ik heb het lied pas leren waarderen in 2011 in Rwanda.  

Ik vroeg me welke liedjes me nog meer aan Rwanda deden herinneren. Voor het eerste gedeelte van het jaar was dat natuurlijk ‘Bella’ van de Dream Boyz ft Kitoko. De Dream Boyz heb ik ook maar liefst drie keer zien optreden. Ik heb ze gezien bij Kwita Izina, de bijeenkomst waar de in dat jaar geboren gorilla’s een naam krijgen.  

Daarnaast heb ik ze tweemaal gezien in verband met Primus Guma Guma Superstar. De eerste keer in de voorronde, toen ik nog geen idee dat het Primus Guma Guma Superstar betrof. Na meegedaan te hebben aan de Kigali Hash House Harriers stuitte ik zaterdagavond op weg naar huis op een grote menigte bij het Amahoro stadion. Daar heb ik de Dream Boyz voor het eerst gezien. Het was vrij regenachtig die avond, de helft van de tijd heb ik geschuild onder een afdak bij een apotheek in de buurt, met als gevolg dat ik ze meer gehoord dan gezien heb. Vervolgens heb ik ze ook nog gezien op de finale-avond van de Primus Guma Guma Superstar, waar alle deelnemers aan deze wedstrijd acte de présence hebben gegeven.  

Voor de tweede helft van het jaar 2011 geldt dat een ander lied het vaandel overgenomen. Het werd overal gedraaid en ook vooral meegezongen als het lied bij de regels ‘Sawa sawa sawaley’ aankwam. Ik had eigenlijk geen idee wie het zong, waar het overging en waar het vandaan kwam. De regels ‘Sawa sawa sawaley’ bleven maar in je hoofd hangen, ook omdat er gewoonweg niet aan te ontkomen was. Ik dacht natuurlijk ook dat het lied ‘Sawa sawa sawaley’ zou moeten heten, maar dit bleek echter niet het geval te zijn. Het lied bleek ‘Nwa Baby’ te heten en de artiest Flavour N’abania, afkomstig uit Nigeria.  

Nu blijkt dat het lied verre van origineel is, het is een remix van een heel oud nummer genaamd ‘Sawale’, gezongen door Rex Lawson, ook uit Nigeria. Deze artiest heeft dit nummer al in de jaren zestig opgenomen en het schijnt toen een enorme hit te zijn geweest in geheel Afrika en is daarna door nog heel veel andere artiesten opgenomen, waaronder dus Flavour N’abania.  

Als je het hele lied wilt meezingen, dan volgt hier de volledige tekst van ‘Nwa baby’: 

Nwa baby, nye me fege (7x)
Nwa baby, o kwa Nabania
I don hammer no be small, now it's
time to chop money
Somebody say Nabania
Na takwa ne fe omo wania
See the girls them plenty
Waka waka baby (oh yeah), wuru
wuru baby (oh yeah)
I go tell my mama, (oh yeah) I go
tell my papa (oh yeah)
And I go tell am say (oh yeah)
You be waka waka baby (oh yeah)
You be wuru wuru baby (oh yeah)
Corner corner baby (oh yeah)
Sango sango baby (oh yeah)
Para rara baby (oh yeah)
Oh baby sawaley
Sawa sawa sawaley (2x)
Ashawo
Kpokpotom kpomkpom, kporokotom
kpomkpom (2x)
Kpakolo kpa (3x), kpomkpom
Ojari kpokpo, ukwu nwa baby
Achukwu rege, kpom kpom
Ashawo, awusha
Awusha, ashawo
Ashawo, awusha, kpom kpom
Eh eh eh eh eh eh, kpom kpom
Oh baby Sawaley
Sawa Sawa Sawaley (2x)
Ashawo
Nwa baby, nye me fege (7x)
Nwa baby, wa Nabania
Na soso walka I come dey go
Everywhere I go, anai ti fe
All my guys where una dey
From here to saloon hotel
See the girls them plenty
Waka waka baby (oh yeah), wuru
wuru baby (oh yeah)
I go tell my mama, (oh yeah) I go
tell my papa (oh yeah)
And I go tell am say (oh yeah)
You be waka waka baby (oh yeah)
You be wuru wuru baby (oh yeah)
Corner corner baby (oh yeah)
Sango sango baby (oh yeah)
Para rara baby (oh yeah)
Oh baby sawaley
Sawa sawa sawaley (2x)
Ashawo
Kpokpotom kpomkpom, kporokotom
kpomkpom (2x)
Kpakolo kpa (3x), kpomkpom
Ojari kpokpo, ukwu nwa baby
Achukwu rege, kpom kpom
Ashawo, awusha
Awusha, ashawo
Ashawo, awusha, kpom kpom
Eh eh eh eh eh eh, kpom kpom
Oh baby Sawa lele
Sawa Sawa Sawale (2x)
Ashawo
Ala de no de, no de
Ala ala de no de, de no de, Ala
Ema na ala de no de, no de
Ala ala de no de, de no de, Ala
Ala mama
Wera kagi ji de a ala
Ala mama
Wero noge me jaya ala

 

donderdag 27 december 2012

Victor Koppe begint verdediging van Yvonne Basebya

Op donderdag 6 december ben ik voor de derde maal op bezoek geweest bij de rechtszaak tegen Yvonne Basebya. Dat was de eerste dag van het pleidooi van de verdediging. ’s Ochtends vroeg heb ik trein naar Den Haag genomen. De gevallen sneeuw zorgde wat voor vertraging met als gevolg dat ik pas om half elf in de zittingzaal H1 aanwezig kon zijn. Ik dacht aanvankelijk dat ik maar een halfuurtje te laat was, maar later bleek dat men al om negen uur was begonnen. Hoe kun je nu als gewone bezoeker van een rechtszaak nu op de hoogte komen van gewijzigde aanvangstijden? Zou men zich niet gewoon aan de afgesproken tijden kunnen houden? Zo kan het gebeuren dat een bezoeker een essentieel onderdeel mist en komt zo de openbaarheid van de zittingen formeel niet in gevaar? Maar dit terzijde. 

Bij binnenkomst was een jonge vrouw bezig met haar verhaal. De officiële advocaat Victor Koppe zat ernaast. Die jonge vrouw had ik nog niet eerder gezien in de rechtszaal. Zij hield een heel betoog over de achtergronden van genocide in 1994. Ik vond het verhaal over de achtergronden vrij dubieus. Ik viel in haar verhaal over ‘inyenzi’. Volgens haar betoog had dat woord in het begin alleen betrekking op leden van de RPF die vanaf 1990 vanuit Uganda bezig waren met een aanval op Rwanda. Dat pas vanaf het begin van de genocide op 7 april 1994 het woord ‘inyenzi’ werd gebruikt voor alle Tutsi’s. Ik was er niet bij in die tijd, maar ik heb wel heel wat over Rwanda gelezen en kan niet aan de indruk ontkomen dat dit een beetje een gekleurde versie is. Het wil eigenlijk vergoelijken dat het gebruik van het woord tot die datum eigenlijk legitiem is.  

Dan zegt ze in mijn ogen nog iets waar ik vraagtekens bij heb. Zij zegt: “De theorie dat de genocide voor 6 april 1994 is gepland, kan niet worden gevolgd.” Dit komt omdat er geen sprake is van een staatscomplot en dat de massaslachting vanzelf gebeurde en dat het dus niet nodig was om te plannen. De vliegtuigcrash van 6 april 1994 wordt erbij gehaald. Diverse rapporten geven aan dat de RPF schuldig is aan het neerhalen van het vliegtuig. Omdat ze enkele weken ervoor Rwanda gretig zijn binnengevallen moeten ze ervan geweten hebben. Omdat de RPF het heeft gedaan, moet het genocideverhaal worden herschreven. Ik vond dit allemaal nogal krasse taal, wat in tegenstelling staat tot de gangbare theorieën over de genocide. Met dit verhaal had de verdediging niet mijn sympathie. 

Vervolgens wordt er breed uitgemeten over de misdaden van het huidige regime van president Paul Kagame en het feit dat hij de genocide nu gebruikt bij zijn huidige beleid. Volgens zijn bewind is de Hutu de dader en de Tutsi het slachtoffer. Volgens de verdediging is de huidige regering geen bevrijder van het land: “Het is een autoritair land, dan was het, en nu nog meer.” Er valt heel veel op te merken over de huidige regering, maar te suggereren dat het nu minder is dan ten tijde van het jaar 1994 lijkt mij wat te stellig. Verder wordt het mijns inziens ook bont gemaakt met de constatering dat de FDLR is opgericht als gevolg van de invallen van het Rwandese leger in Kongo in de jaren na de genocide. De Hutu’s in Kongo worden zo gepresenteerd als slachtoffer die door Kagame haast wel werden gedwongen om de FDLR op te richten. 

Door de gevoerde wijze van verdedigen in deze zaak komt men politiek gezien in dubieus gezelschap. De aangehaalde theorieën sluiten aan bij de aanhangers van het verdreven regime van Juvénal Habyarimana. 

Ook wordt er nog iets gezegd over Yvonne Basebya zelf: “In de periode van 1990 tot 1994 leefde ze in grote angst en onzekerheid. Al 18 jaar op de vlucht. Staande aan de kant van de daders. Haar huidige standpunten over Hutu’s en Tutsi’s zeggen niets over haar standpunten toen, onder invloed van de polarisatie van het huidige regime.” Blijkbaar zijn haar huidige standpunten nogal discutabel, maar dat komt eigenlijk door het huidige bewind in combinatie met de erbarmelijke omstandigheden van de verdachte, aldus de verdediging. 

Dan volgt een korte pauze en na deze pauze neemt Victor Koppe zelf het woord. Hij gaat het hebben over de ontlastende getuigen. Hij geeft aan deze een contrast vormen met de belastende getuigen. Deze komen allemaal uit hetzelfde groepje rond de verdachte: wijk, familie, werk. De ontlastende getuigen zijn veel zuiverder, veel meer divers, niet besmet door de vele verhalen die de ronde doen. Hij begint een indrukwekkend relaas om aan te tonen dat Yvonne Basebya geen dader is. Hij heeft zijn getuigen ingedeeld in diverse groepen. Hij wil aantonen dat door de diversiteit van de ontlastende verklaringen duidelijk is dat het niet klopt wat het Openbaar Ministerie zegt. 

De eerste getuige die hij opvoert is Paul Rusesabagina. Wereldberoemd als diegene die als hotelmanager van Hotel des Mille Collines het leven heeft gered van meer dan 1.000 mensen. Dit verhaal is verfilmd in de bioscoopfilm ‘Hotel Rwanda’. Paul Rusesabagina zegt dat hij haar niet kende. De verdediging voert aan dat Kigali in 1994 een dorp was en nu eigenlijk nog steeds. Dat laatste lijkt mij helemaal waar. En dat Paul Rusesabagina goed ingewijd is geweest in alles wat er gaande was in Kigali. Als getuige Wesley in zijn belastende verklaring beweert dat Yvonne in alle openheid anti-Tutsi bijeenkomsten in en bij haar huis heeft gehouden, dan had hij ervan geweten. Maar Paul Rusesabagina weet van niets en aangezien hij een man van statuur is, is zijn mening van belang. De verdediging komt dan tot de conclusie dat Yvonne Basebya een integer, voorbeeldig mens is met een onberispelijk gedrag.  

De tweede groep getuigen betreft mensen die in 1994 in Gikondo woonden, maar die inmiddels zijn opgeklommen tot eerbiedwaardige burgers van Rwanda en de wereld. Het betreft Edda Mukabagwiza en Jean Marie Kamatali. Beiden waren nog twintigers tijdens de genocide. Edda Mukabagwiza was van 2004 tot 2006 Minister van Justitie in Rwanda en heeft in haar functie in die tijd vele mensen van de CDR veroordeelt. Inmiddels is zij ambassadeur in Canada. Jean Marie Kamatali was ooit de president van de universiteit van Butare en is nu werkzaam aan een universiteit in Ohio (Notre Dame). Beiden worden opgevoerd als belangrijke persoonlijkheden die ook nog aan de kant van het regiem van Paul Kagame staan. Beiden woonden in Gikondo in 1994 en beiden zeggen niet te hebben gezien of gehoord van politieke activiteiten van Yvonne Basebya. Als nadeel van deze getuigen wordt opgevoerd dat het in 1994 nog jonge mensen waren, die mogelijk niet van alles op de hoogte waren. Maar gezien hun huidige status hecht de verdediging veel waarde aan hun mening. Edda was in die tijd, en nu nog steeds, goed bevriend met de dochters van Yvonne. Zij was op het kerkelijk huwelijk van haar dochter Jeanne op 19 februari 1994 en was in Nairobi bij Claire op bezoek vanwege het overlijden van de man van Claire. Edda geeft aan dat ze nooit iets gemerkt heeft van een anti-Tutsi houding van Yvonne. Dat Edda bevriend is met de dochters lijkt mij ook weer tegen haar te spreken, want vrienden ga je natuurlijk niet zwart maken. Victor Koppe eindigt dit hoofdstuk met de woorden: “De Officier van Justitie noemt Yvonne de generaal-moeder van de plaatselijke jeugd. Maar Jean Marie en Edda hebben hier niets van gemerkt. Yvonne is geen extremist, geen Tutsi-hater, er waren geen ‘manifestations’ bij haar thuis. De beschuldigingen zijn absurd.” 

Dan komt de volgende groep getuigen. Het betreft twee Tutsi-vrouwen uit de wijk Gikondo met de namen Dorothee en Helene. Dit waren Tutsi-vriendinnen van Yvonne Basebya, volgens de verdediging haar beste vriendinnen. Beide vrouwen waren aanwezig op het huwelijk van Jeanne, dochter van Yvonne, op 19 februari 1994, waar Dorothee ook nog een belangrijke functie vervulde als ‘femme d’honneur’. Dorothee was peetmoeder van Claire, de andere dochter van Yvonne. Beide vrouwen hebben tijdens de genocide veel familieleden verloren. Nadat haar man in 1993 is aangevallen met machetes en haar huis is vernield is ze gevlucht uit Gikondo. Vervolgens heeft ze tot 6 april 1994 ondergedoken gezeten in een huis in Kiyovu. De broer van Helene zat namens de RPF in Kigali ten tijde van het begin van de genocide en die heeft ervoor gezorgd dat Helene op de dag van de inval is geëvacueerd vanuit Kigali. Deze broer zit nu in de presidentiele garde van Paul Kagame. De verdediging zegt dat beide vrouwen nooit hebben geweten van haar bijeenkomsten met anti-Tutsi activiteiten en zijn tot heden ten dage nog vriendin met Yvonne. Retorisch vraagt de heer Koppe of dit dan naïeve Tutsi-vrouwen zijn die geen benul hadden van de duivelse activiteiten van de kwaadaardige generaal-moeder Yvonne Basebya.  

De volgende getuige die wordt opgevoerd is Stanley Safari. Een man met een kleurrijke geschiedenis, ook woonachtig in Gikondo, niet ver van het huis van Basebya. In de jaren van 1990 tot 1994 was hij actief in de oppositiepartij MDR (Mouvement Démocratique Républicain). Deze partij was weliswaar een Hutupartij, maar was veel gematigder dan de partijen van de Hutupower beweging en een voorstander van de akkoorden van Arusha. Na 1994 werd hij een bondgenoot van Kagame. Hij heeft de PSP (Party for Solidarity and Progress) opgericht, een partij in de oksel van de RPF. Hij is jaren politiek actief geweest in Rwanda, totdat hij kritiek begon te krijgen op Kagame en hij in ongenade is gevallen. Met als resultaat een veroordeling in 2009 tot levenslang in een gacaca rechtbank. Dit was voor moorden gepleegd op Tutsi’s in Butare tijdens de genocide. En als gevolg daarvan is hij ook afgezet als senator. Hij was inmiddels al lang gevlucht uit Rwanda en woont nu in Zuid-Afrika. Hij wordt omschreven als intelligente, geestig, welbespraakt. Hij was zeer actief in de politiek en kende de CDR en zijn leider Martin Bucyana, maar hij had nooit gehoord van activiteiten van Yvonne Basebya. Hij kende haar man Augustin Basebya wel, maar kon alleen positief over hem spreken. Zijn vrouw kende hij niet. Hij was ook bevriend met Wesley. Iedere avond dronk hij bier met hem in zijn kroeg. Wesley is een van de personen die Yvonne Basebya beschuldigd een ook via hem heeft hij nooit iets over haar gehoord. Stanley Safari zou ook van de slachtoffers zijn van twee jongens van de groep van generaal-moeder Yvonne Basebya.  

Dan worden vier getuigen behandeld die allen worden samengevat als zijnde directe achterburen. Deze worden opgevoerd als de meest krachtige verklaringen. Dit betreft onder andere Angelique en Jean de Dieu. Hoogopgeleid en getrouwd op 7 augustus 1983, vanaf die dag nieuwkomers in de wijk. Politiek gezien sympathiserend met de RPF. Zij hebben gezegd dat het tot 22 oktober 1983 rustig was in de wijk, tot de dag van de dood van de president van Burundi. Daarna was het onrustig in de wijk. Dansende mensen bij meetings in voetbalstadions en rondhangende ‘Interahamwe’. Maar van politieke bijeenkomsten bij Yvonne Basebya hadden ze nooit gehoord. Sterker nog, op 22 februari 1994 en 7 april 1994 zijn ze juist gevlucht naar haar huis. Zij heeft hen gered. Ook twee anderen worden opgevoerd die beweren dat Yvonne Basebya hen heeft geholpen. Zij was een moeder die goed voor haar kinderen zorgde. 

Dan begint Victor Koppe aan een eerste samenvatting. Hij zegt dat hij nu elf, ikzelf kom op tien, getuigen heeft behandeld. Hij vat samen. Hutu’s en Tutsi’s, buren, volwassen, kinderen. Allen zeggen ze dat het ondenkbaar is dat Yvonne Basebya schuldig is. Nooit hebben ze iets gehoord, gezien of gemerkt van extremistische activiteiten. Hij komt nog met een drietal andere categorieën die wat minder uitgebreid worden behandeld.
 
De eerste betreft getuigen uit Gikondo die nooit iets hebben gehoord over haar activiteiten en in veel gevallen haar helemaal niet kenden. Acht getuigen vallen in deze categorie. 

De tweede groep betreft leden van de CDR of van milities. Dit betreft mensen die zijn veroordeeld of die voorvluchtig zijn. Victor Koppe geeft zelf al aan dat men wel behoedzaam moet zijn voor deze categorie. Er kan sprake zijn van eigenbelang bij deze mensen. In totaal zijn dertien mensen ingedeeld in deze categorie. Hij diverse van deze personen concludeert de advocaat dat deze getuige opnieuw een bevestiging is van de onhoudbaarheid van de bewering van de Officier van Justitie. 

De interessantste bijdrage van deze categorie betreft Theoneste Nahimana. Hij was de nummer twee van de CDR en is sinds 1994 voortvluchtig. Waarschijnlijk zit hij ergens in Kenia. Hij is dagenlang onderweg geweest naar Nairobi voor een verklaring over Yvonne Basebya. In zijn woorden om deze onschuldige mevrouw te redden. Hij is universitair opgeleid, onder andere in de Sovjet-Unie en bestempelt zichzelf als socialist. Hij werkt op het Ministerie van Financiën in Kigali. Theoneste Nahimana was een belangrijk lid van de CDR en die hoedanigheid kende hij haar buurman Martin Bucyana, maar haar kende hij niet. Een belangrijk lid van de CDR, dat zegt dat hij haar niet kent, een sterker bewijs bestaat haast niet. Bijzonder om te zien dat het Openbaar Ministerie van Nederland heeft kunnen spreken met deze man, die al bijna twintig jaar op de vlucht is. Hij wordt gezocht door Interpol, maar is wel bereid om te getuigen in dit strafproces. Het zou ook interessant zijn om te weten waar hij zicht ophoudt en hoe hij het voor elkaar krijgt om al die jaren uit de handen van justitie te blijven. Wie beschermt deze man? En hoe is de Nederlandse justitie wel in staat geweest om hem te spreken. 

De laatste categorie betreft tien personen die opgevoerd worden als belanghebbende om geen belastende verklaring af te leggen. Hieronder vallen ook Paulette en Rene Bucyana, zoon en dochter van de voormalige leider van de CDR. Ze vertelden over de bar van hun broer Roger Bucyana met de naam Freetime, die gerund werd op of naast het terrein van Martin Bucyana en dat deze heeft gelopen van 1992 tot augustus 1993. En dat deze weer snel gesloten vanwege de bijeenkomsten van de CDR en bijbehorende vechtpartijen. Deze mensen en ook alle anderen konden niets negatief over Yvonne Basebya zeggen. Een enkele dacht zelfs dat Yvonne Basebya een Tutsi was, omdat ze zoveel Tutsi vriendinnen had. En iedereen wist dat Hutu’s die te vriendschappelijk met Tutsi’s omgingen een zeker risico liepen. Victor Koppe concludeert dat dit alles aantoont dat het ondenkbaar is dat Yvonne Basebya zich schuldig gemaakt heeft aan hetgeen haar ten laste wordt gelegd. 

Hier eindigt dus het betoog van de verdediging op het onderwerp van de ontlastende getuigen. In totaal zijn 41 getuigen opgevoerd die ontkennen of niets weten van de extremistische activiteiten van Yvonne Basebya. Een indrukwekkende lijst en afgaande op die getuigenissen maakt hij het wel zeer onlogisch dat ze als schuldig moet worden beschouwd. In totaal zijn het er ongeveer 70, dus getalsmatig is een ruime meerderheid ontlastend. Maar juridisch zal het wel niet zo mathematisch worden uitgewerkt. Misschien heeft het Openbaar Ministerie in haar presentatie wel een net zo’n indrukwekkend betoog gehouden waaruit klip en klaar blijkt dat ze schuldig is. 

Intussen is het al een keer pauze geweest. In de pauze werd ik in het Engels aangesproken door een Rwandees. Hij was benieuwd wat mij naar dit proces bracht. Ik vroeg ook een beetje naar zijn achtergrond. Hij woonde al een paar jaar in Nederland en bevestigde dat hij familie was van Yvonne Basebya. We praten wat over Rwanda, maar het wordt dan echt een aftastend gesprek. In welke hoek zit mijn gesprekspartner of tot op welke hoogte. Uiteindelijk kom je dan toch niet verder dan algemeenheden. Op deze dag waren er zo’n vijftien Rwandezen aanwezig, de meesten waarschijnlijk horend bij het kamp van Yvonne Basebya. In elke pauze verzamelen ze zich rondom haar. Er zijn twee Rwandezen die zich duidelijk niet in dit gezelschap mengen. Ze lopen langs het groepje en kijken niet op of om als ze er langs lopen. Ik zou wel eens willen weten wat deze twee naar deze rechtszaak brengt. 

Dan begint Victor Koppe aan het volgende hoofdstuk van zijn betoog. Het gaat nu over de belastende verklaringen. Maar eerst komt er een algemeen verhaal. Hij zegt dat er sprake is van elkaar uitsluitende verklaringen. Dat de aard van de zaak zorgt voor complicaties. Een schouw ter plekke is niet mogelijk, om te verifiëren of gedane uitspraken correct zijn of niet. Documenten zoals ledenlijsten en notulen van de CDR zijn niet aanwezig. Al deze complicaties zorgen ervoor dat zijns inziens er hogere eisen aan de getuigen gesteld moeten worden.  

De betrouwbaarheid van de verklaringen wordt opgevoerd. Hij geeft aan een deel van de getuigen opzettelijk heeft gelogen. Getuigen hebben het over een gebeurtenis op een bepaalde datum, die echter niet blijkt te kloppen. Bij doorvragen zegt de getuige dat deze niet zo goed is in data. De chaotische omstandigheden, het grote tijdsverloop en nieuwe informatie in de plaats van oude herinneringen vergroot de kans op fouten. Getuigen zeggen dat ze dingen denken te weten, maar dat is vaak de waarheid van de groep of gemeenschap, zonder dat de getuige dit zelf heeft geweten of gezien. Hij raakt hier aan het verschil tussen onze individuele maatschappij in tegenstelling tot de meer collectieve maatschappij in Rwanda.  

Dan een heel betoog over liegen. Liegen in de Rwandese samenleving is veel minder problematisch dan in westerse landen. De Rwandees wenst de gesprekspartner van dienst te zijn. “Ik mag niet liegen” is in Rwanda vaak een opmaat voor een leugen. De westerse mens is vervolgens niet in staat om de waarheid van de leugen te onderscheiden. Dit fenomeen van liegen is een heel interessante. In Rwanda was het soms ook wel moeilijk om de waarheid te achterhalen en ik ben nu ook bezig in het interessante boek van Koen Peeters met de titel ‘Duizend heuvels’ en daar komt het fenomeen ook naar voren. Iemand heb ik wel eens horen zeggen dat in Rwanda niemand zegt wat hij denkt en denkt wat hij zegt en dus dat niemand gelooft wat een ander bevestigt. Als een voorbeeld van opzettelijk liegen wordt Eugenie aangehaald, de wens om een genocide verdachte te veroordelen is de achtergrond van haar getuigenis. 

Het huidige regime wordt erbij gehaald. Deze heeft als algemene regel dat de Tutsi als slachtoffer beschouwd moet worden en de Hutu als dader. Als dat maar vaak genoeg wordt herhaald, dan gaat iedereen er ook in geloven. Men is snel overtuigd dat iemand die Hutu is en ook nog in het buitenland woont wel een genocidair moet zijn. Alleen op die grond is de Hutu schuldig en als we niets concreets weten dan verzinnen we er wel iets bij. Deze doctrine zorgt ervoor dat een slachtoffer wraak wil nemen op elk lid van de andere groep en daarom toevlucht zoekt naar valselijke beschuldigingen.  

Meer specifiek wordt ingezoomd op de organisatie Ibuka. In het Engels betekent dit woord ‘remember’. Het is een paraplu organisatie van allerlei andere organisaties die bezig zijn met belangenbehartiging van slachtoffers van de genocide. De organisatie AVEGA (Association des Veuves du Genocide), die onder andere is opgericht door Eugenie, is hier ook lid van. Ibuka is politieke organisatie die geen Hutu’s helpt. Victor Koppe beweert dat deze organisatie getuigen heeft voorbereid op de verklaringen die ze gingen afleggen en die hierbij mensen heeft overgehaald om valse getuigenissen af te leggen. Ibuka is een organisatie die liegt en die er is om beschuldigingen te verzinnen.  

Ibuka heeft ook een rol gespeeld in de gacaca rechtbanken. Ook daar zijn verklaringen gefabriceerd om mensen veroordeeld te krijgen. Victor Koppe benadrukt nogmaals het geringe belang van de uitspraken van deze rechtbanken. De uitspraken zijn vaak handgeschreven en ongedateerd. Deze uitspraken mogen dus in de Nederlandse rechtbank niet gebruikt worden. Bovendien is er in deze rechtbanken sprake van groepswaarheid, die wordt naverteld. In eerste instantie beweert een getuige dat deze het zelf heeft gezien of gehoord, maar bij navragen blijkt dat niet waar te zijn. Men heeft het van horen zeggen. Dat wordt samengevat in de volgende zinsnede: “The knowledge of one, becomes the knowledge of all”. Victor Koppen geeft aan dat de 18 verklaringen die belastend zijn eigenlijk terug te voeren zijn op maar enkele bronnen.  

Human Rights Watch heeft in 2011 een vernietigend rapport geschreven over de gacaca rechtbanken. Dat er sprake is van grootscheepse corruptie op grond van geldelijk gewin of persoonlijke grieven. Bij een gacaca rechtbank kreeg je bovendien een lagere gevangenisstraf als je bekende, maar deze kon nog verminderd worden als je slachtoffers en mededaders noemde. Yvonne Basebya als mededader noemen was wel heel gemakkelijk, omdat ze inmiddels ver weg was. Het was ook niet wenselijk om ontlastende verklaringen af te leggen, want dan kon je juist zelf weer beschuldigd worden op grond van ‘genocide ideology’.  

Het is inmiddels bijna vijf uur en tijd om de dag af te ronden. De laatste twee uren heeft Victor Koppe gebruikt als opmaat om de betrouwbaarheid van de belastende getuigen te ondermijnen. Sommige van deze ondermijningen zoals het liegen en de groepswaarheid zijn natuurlijk ook van toepassing op zijn ontlastende verklaringen en ook bij deze groep zal ergens wel geldelijk gewin of een persoonlijk grief zijn invloed hebben. Maar de wijze zoals deze gepresenteerd is, lijkt het alleen van toepassing is op de belastende verklaringen.  

Op 7 december zullen de belastende verklaringen vast één voor één door de mangel zijn gehaald. Vervolgens is op 10 december het pleidooi vast afgesloten met de conclusie dat de rechtbank niets anders resteert dan de verdachte vrij te spreken. Dan zal het totale pleidooi van meer 200 bladzijden in zijn geheel zijn voorgelezen.  

Op 14 december moet er een repliek van het Openbaar Ministerie zijn geweest en op 20 december is de rechtszaak voorlopig afgesloten met een dupliek van de verdediging en mogelijk een laatste woord van de verdachte. Al is dat laatste waarschijnlijk zeer onwaarschijnlijk. Ik heb wel begrepen dat Yvonne Basebya inmiddels weer is vastgezet. Waarschijnlijk zal ze daar in ieder geval moeten zitten tot de uitspraak in haar zaak. Die wordt verwacht in maart 2013. Zou men bang zijn dat ze in de tussentijd toch nog op de vlucht zou gaan? Maar waarheen?
 

 

vrijdag 21 december 2012

Levenslang geëist tegen Yvonne Basebya


Op 16 november waren alle reguliere zittingen reeds afgerond. Dat was wat eerder dan oorspronkelijk gepland. Daar was een goede reden voor. De verdachte maakte gebruik maakte van het recht op zwijgen. Dit zwijgrecht zorgde ervoor dat er veel minder tijd nodig voor de vragen van de rechter. Vragen zonder antwoorden. 

Deze reguliere zittingen werden gevolgd door achtereenvolgens het requisitoir, het pleidooi, de repliek en de dupliek vergezeld van het laatste woord. Mooie juridische termen. 

Op maandag 26 november is het Openbaar Ministerie begonnen met het requisitoir. In het requisitoir worden alle feiten nog eens opgesomd van wat de verdachte heeft misdaan met een conclusie in de vorm van een eis. Drie zittingsdagen later, op donderdag 29 november, is levenslang tegen Yvonne Basebya geëist. Dat is waarlijk geen misselijke eis. 

In de Nederlandse kranten heeft dit geresulteerd in het volgende bericht. 

Levenslang geëist tegen genocideverdachte Yvonne B.


29/11/12, 14:28 − bron: ANP










© anp. Yvonne B. tijdens het proces in de rechtbank van Den Haag.

De 65-jarige Yvonne Basebya moet levenslang de gevangenis in van het Openbaar Ministerie (OM). Donderdag eiste het OM bij de rechtbank in Den Haag de uiterste vrijheidsstraf omdat de vrouw in 1994 in Rwanda zou hebben meegedaan aan de genocide op de Tutsi-bevolking.

Bij die genocide, die voortkwam uit een burgeroorlog die in 1990 was uitgebroken, werden in 1994 in ongeveer 100 dagen 600.000 tot 800.000 Tutsi's en gematigde Hutu's vermoord. De Hutu's zagen de Tutsi's als vijand van de staat en vereenzelvigden hen met het Rwandese Patriottistisch Front, dat tegen het overheidsleger streed. Het verwerd onder Hutu's tot een ideologie om alle Tutsi's te willen uitroeien. Begin april 1994 mondde dat uit in een bloedige geweldsorgie.

Volgens het OM heeft Basebya twee jaar lang een militie van jonge mannen geleid, die werden opgehitst om Tutsi's aan te vallen. Op bijeenkomsten die door onder anderen Basebya zouden zijn georganiseerd, werden de mannen toegesproken en werden liederen gezongen, aldus justitie. Die hadden niet alleen als doel om de militie op te warmen voor geweld tegen de 'kakkerlakken' - 'inyenzi' - zoals Tutsi's werden genoemd, maar ook om hen bang te maken. Dat Basebya niet zelf een kapmes of knuppel ter hand heeft genomen, maakt haar niet minder verantwoordelijk, vindt het OM.

Drijvende kracht
Sterker nog: ze was de drijvende kracht achter de orgie van geweld in haar woonomgeving, vindt de officier van justitie. 'En daarmee een van de meest verantwoordelijken daarvoor.' Ze woonde in de wijk Gikondo van de hoofdstad Kigali. Dat ze relatief rijk was en goed opgeleid doet haar zaak ook geen goed, zo meent het OM. Ze kon nadenken en, doordat ze geen analfabeet was en niet financieel afhankelijk, haar eigen keuzes maken. 'En dat heeft ze gedaan', aldus het OM.

Basebya is volgens justitie 'een echte dader'. 'Juist bij zware delicten zijn het de echte plegers die achter de schermen blijven en anderen het vuile werk laten doen.' De vrouw zou achter drie moorden zitten die justitie ziet als genocide, omdat ze passen in het streven alle Tutsi's uit te roeien. Verder beschuldigt justitie haar onder meer van nog een 'gewone' moord, van poging tot genocide, aanzetten tot genocide en bedreiging van Tutsi's.

Grappig om te zien dat in alle kranten precies dezelfde tekst staat. Of je het AD, de Volkskrant, Trouw, De Telegraaf of een lokale krant neemt. In deze kranten wordt met exact dezelfde woorden bericht over deze zaak, compleet met spelfout. Alles netjes overgenomen van het ANP, die er dan ook keurig als bron bij wordt vermeld.  

Ik vind het vreemd dat er zo weinig aandacht voor deze zaak in Nederland is. Hoe vaak in een jaar wordt er nu een levenslang geëist in een Nederlandse rechtszaak? Ik denk niet zo vaak. En gebeurt het een keertje in Nederland, dan wordt het in de Nederlandse kranten afgedaan met een berichtje van het ANP. Deze zaak lijkt echt een ver van mijn bed show. 

Maar ook in Rwanda is er geen aandacht voor deze zaak. De levenslange eis heeft ook de redactie van The New Times niet gehaald.

 

woensdag 28 november 2012

Gezocht: Charles Ntagawa en Fidèle Ntawiha

In totaal zijn dit jaar vier atleten van het Rwandese zitvolleybalteam achtergebleven in Europa. Twee zijn er in Engeland achtergebleven aan het eind van de paralympische spelen. Twee zijn al in mei 2012 in Nederland achtergebleven tijdens een trainingskamp in ons land. Dat zijn Charles Ntagawa en Fidèle Ntawiha. In de nacht van 16 op 17 mei zijn ze verdwenen uit een hotel in Zevenaar. Ze worden nu zelfs gezocht door TROS Vermist. Van beide heren bestaat een mooie poster met het opschrift VERMIST.

Ook in Rwanda is men op zoek naar deze spelers. De Nederlandse coach Peter Karreman heeft een vlammend pleidooi gehouden voor hun terugkeer. Dat is ook vermeld in The New Times.

Dus als iemand Charles Ntagawa en Fidèle Ntawiha tegen het lijf loopt, maak een praatje met hen en zorg ervoor dat ze terugkeren naar hun geboorteland.

 

Hieronder het bericht in The New Times.

NPC coach leads hunt for missing athletes


(L-R) Eric Ngirinshuti,James Rutikanga, Peter Karreman is determined to see that the four athletes return home.

RWANDA sitting volleyball team Dutch coach Peter Karreman is leading the search for four missing athletes, who escaped from a training camp in Holland and the Paralympic Village.

James Rutikanga and Eric Ngirinshuti, members of the national sitting volleyball team went missing during the closing ceremony of the London Paralympic Games on September 9.

Karreman, who has contacted friends and officials in London, said in an email, “I contact you, because we are looking for some players that stayed behind in the UK. Since last week, their visas have expired.”

“The reason why we are looking for them is because we are afraid that they will end up in criminal circuits or on the streets begging for food,” Karreman’s e-mail, also copied to Times Sport, reads.

“For all our good work in Rwanda and with the NPC Rwanda, this is an enormous step back for the development of sport in Rwanda. And it is a very bad example for all the current and potential players in Sitting Volleyball or whatever sport,”

“You can imagine that the Ministry will decline teams to travel abroad in future, because every time players stay behind. In this way, the players with the right intention have to suffer,” said Karreman.

The Dutchman added that the players stayed behind under the pressure of so-called friends, “they are misinformed about their chances and opportunities in the modern world.”

All missing players are staying illegally and have no passports, no identity papers and no money. Because Rwanda is a safe and stable country for at least the last 10 years, Karreman believes there is no probable cause for asylum.

“If you come in contact with them, please tell them to return to their country (for their own sake). Or if you have any information about them, please inform the local authorities,” he pleaded.

Homeless!

According to the coach, Ngirinshuti, who is a father and husband is probably staying in Manchester (UK) but last known information about him is that he has registered himself as ‘homeless’, while Rutikanga is residing in Euston in London (UK) and has since changed his name to JP McWilliams.

Prior to the Olympic Games, two sitting volleyball players went missing during the team’s pre-training camp in the Netherlands.

Double amputee Ntawiha Fidèle, a 4th year student and one leg amputee Charles Ntagawa, a 1st year student, went missing since May and their probable residences are in Germany, Belgium or the Netherlands.


En dit stond er op de site van TROS Vermist.

Fidele NTAWIHA


 


Foto van Fidele Ntawiha en zijn teamgenoot Charles Ntagawa.

Geboorteplaats en geboortejaar:

Karongi, Rwanda, 1988

Weg sinds:

Donderdag 17 mei 2012

Laatste woonplaats:

Zevenaar, Nederland

Uiterlijke kenmerken:


Zwart haar kaalgeschoren, donkerbruine ogen, getinte huidskleur, sportief postuur, handicap door amputatie.

Gezocht door:


Vrienden/kennissen.

Extra info:


Fidele Ntawiha uit Rwanda was van 7 mei t/m 18 mei 2012 in Zevenaar voor oefentrainingen van het Rwandese Zitvolleybalteam ter voorbereiding op de Paralympische Spelen 2012 in Londen. In de nacht van 16 op 17 mei 2012 is de 23-jarige Fidele uit het hotel verdwenen in het gezelschap van de eveneens gehandicapte 23-jarige medespeler Charles Ntagawa. Vermoedelijk hebben ze hulp gehad van buitenaf en willen ze zich illegaal in Europa vestigen.

Charles NTAGAWA

Geboorteplaats en geboortejaar:

Kinyinya, Rwanda, 1989

Weg sinds:

Donderdag 17 mei 2012

Laatste woonplaats:

Zevenaar, Nederland

Uiterlijke kenmerken:


Zwart kaal geschoren haar, donkerbruine ogen, sportief postuur, getinte huidskleur.

Gezocht door:


Vrienden/kennissen

Extra info:


Charles Ntagawa uit Rwanda was van 7 mei t/m 18 mei 2012 in Zevenaar voor oefentrainingen van het Rwandese Zitvolleybalteam ter voorbereiding op de Paralympische Spelen 2012 in Londen. In de nacht van 16 op 17 mei 2012 is de 23-jarige Charles uit het hotel verdwenen in het gezelschap van de eveneens gehandicapte 23-jarige medespeler Fidele Ntawiha. Vermoedelijk hebben ze hulp gehad van buitenaf en willen ze zich illegaal in Europa vestigen.

dinsdag 20 november 2012

Eugenie Mukamugema treedt op als getuige

Op 29 oktober ben ik voor het eerst op bezoek geweest bij de rechtszaak tegen Yvonne Basebya. Toen hoorde ik dat de dag van 15 november wel eens een interessante dag zou kunnen worden, want op die dag zou een getuige lijfelijk aanwezig zijn in de zaal om nader ondervraagd te worden. Yvonne Basebya beroept zich op zwijgrecht en dat maakt de reguliere zittingen behoorlijk oninteressant. Ook zorgt het ervoor dat er veel minder procesdagen zijn dan oorspronkelijk gedacht. Van de vijftien geplande zittingsdagen bleven er uiteindelijk nog elf over. 

Deze keer ben ik met de trein gegaan. Op het drukke station van Utrecht Centraal ben ik de eerste de beste trein gestapt met als eindbestemming Den Haag Centraal. Dat was niet zo’n verstandige keuze, want ik bleek in een sprinter te zijn ingestapt. Dat is eufemistisch taalgebruik voor een stoptrein. Ik dacht ruim voor tien uur, het aanvangstijdsrip van de zittingen, er te kunnen zijn, maar dat ging dus niet meer lukken. Als ze de term stoptrein hadden genoemd op de informatieborden had ik wel tweemaal bedacht voordat ik zou gaan instappen.  
 

Een kwartier te laat kwam ik aan bij de zittingszaal in de rechtbank van Den Haag aan de Prins Clauslaan 60. Daar zag ik iedereen nog verzameld staan in de hal. Ik was dus gelukkig uiteindelijk nog gewoon op tijd, dankzij de apparatuur waaraan nog wat gesleuteld moest worden. Leve de techniek! Na een halfuurtje wachten was het allemaal in orde en kon de zitting haar aanvang nemen. 
 
 

De techniek was nodig, omdat de bezoekers deze keer niet in de echte rechtszaal (F2) mochten zitten. We kregen een apart zaaltje toegewezen (H2) waar we het geheel op een scherm konden volgen. Alleen de mensen met een perskaart, vertegenwoordigers van het advocatenkantoor en de man van Yvonne Basebya mochten wel plaatsnemen in de eigenlijke rechtszaal. 

Op het scherm kregen we een statisch beeld te zien waarbij wij de drie rechters, de twee aanklagers van het Openbaar Ministerie en een van de twee griffiers goed konden zien. Verder was in de linkerhoek nog net Yvonne Basebya te zien, samen met haar advocaat en keken we achter tegen het hoofd van Augustin Basebya en konden we nog net de kruinen van twee anderen waarnemen. 

De getuige kregen we niet te zien. Mij werd niet duidelijk wat de reden hiervan kon zijn. Mogelijk om te voorkomen dat ze herkend zou worden. Zou ze dan nog gevaar kunnen lopen? De man van Yvonne kon haar zien. Zou dat dat geen probleem zijn? Ook de pers kon haar wel zien. De pers wordt verzocht geen contact met haar te zoeken, maar hoeveel garantie geeft zo’n verzoek? 

De getuige sprak in het Frans en de rechter vroeg zijn vragen in het Nederlands. Beiden werden uiteraard vertaald. De ene vertaalster vertaalde de vragen in het Frans en de ander de antwoorden in het Nederlands. Wij kregen een koptelefoon om alles goed te kunnen volgen, maar dat zorgde nog wel voor een heel ballet aan gedraai aan knopjes gedurende de zitting. Op het eerste knopje zat de rechter in het Nederlands en het antwoord in het Frans van de getuige. Het tweede knopje bevatte de vertalingen. Om het Nederlandse vertaalde antwoord te horen op de Nederlandse vraag moest ik op het moment dat de vraag was beëindigd gauw het tweede knopje indrukken en als dat dan klaar was moest ik snel weer terug naar het eerste knopje om de volgende vraag te horen. Niet altijd was duidelijk wanneer de vraag of het antwoord klaar waren, dus dat zorgde ervoor dat ik regelmatig te vroeg of te laat het juiste knopje had ingedrukt. Dit zorgde voor een behoorlijke stress en mijns inziens had dat toch wat soepeler geregeld kunnen worden. 

De getuige had als voornaam Eugenie en als achternaam iets van Mukamogena of Mukawagena. Mogelijk heb ik de spelling van haar naam niet helemaal juist. Verder heb ik haar naam ook niet op een andere manier boven water kunnen krijgen. Door de rechter werden gedurende de gehele dag vragen aan haar gesteld als aanvulling op hetgeen zij op reeds eerder had beweerd en dat als document is toegevoegd tot het dossier. Ik zal proberen aan de hand van deze vragen proberen om een zo’n compleet mogelijk beeld te schetsen van haar leven. Later zal blijken dat haar naarm Mukamugema is.

Eugenie was getrouwd met Theodore en heeft vier kinderen. In de periode tot februari 1994 woonde ze in de wijk Gikondo in Kigali. Het huis waarin zij woonde hadden ze gekocht in 1987 en ze woonde er met haar man en kinderen. Regelmatig woonden er ook familieleden van hen in het huis, bijvoorbeeld iemand die gevlucht was uit Burundi, nadat daar onrust was ontstaan. Verder hadden ze personeelsleden in de vorm van een kok en een kindermeisje.  

Zij hadden verschillende buren. Over velen hiervan werden door de rechter vragen gesteld. Eugenie zei dat ze goed omging met al deze buren en dat ze het nooit hadden over politieke zaken. Twee stellen zullen een prominente rol krijgen in het gehele verhaal. Het eerste echtpaar is Lambert en Hillaria en het tweede Wesley (Hutu) en Jeanne d’Arc (Tutsi). Wesley was tevens een collega van haar man. 

Eugenie werkte bij het Ministerie van Landbouw, waar ze een normale baan had van zeven tot vijf. Normaliter ging ze daar elke dag met het openbaar vervoer naar toe. Ik weet waar het Ministerie van Landbouw nu ligt, als het toen op dezelfde plek was, kan ik me hiervan een goede voorstelling maken. Soms moest ze voor het ministerie het land in als landbouwkundige. Haar taak was dan om voorlichting te geven of om als kroniekschrijver rapporten te maken.  

Daarnaast had ze sinds begin 1993 een kapsalon die ze zelf helemaal had opgezet en gefinancierd. Het startkapitaal van 100.000 Rwf had ze uit eigen zak betaald. In de kapsalon trad ze op als werkgever, verschillende kapsters waren bij haar in dienst. Zij deed de PR en de marketing. Mij werd niet duidelijk waar de kapsalon was gelegen, mogelijk in haar eigen wijk Gikondo, maar misschien ook niet. De kapsalon huurde ze de vrouw van Kaitana. Het was de bedoeling dat Hillaria een partner zou worden in de kapperszaak. In aanloop naar dit partnerschap was ze begin 1994 regelmatig in de kapsalon aanwezig.  

Over de wijk Gikondo vertelde ze dat er een gespannen sfeer was in de jaren van 1990 tot en met 1994. Ze vertelde over de route naar de markt en dat ze vooral bang was om leden van de CDR (Coalition pour la Défense de la République) tegen te komen. Ze had de keuze om over de hoofdweg te gaan, maar dan moest ze langs de huizen van Yvonne Basebya, Martin Bucyana en Jean Sefara. Ze kon ook de weg binnendoor nemen, maar dan moest ze langs de huizen van Andre Kalimba, Antoine Kasai en Kaitana. Al deze mensen waren lid van de CDR. Eugenie zei dat ze altijd op haar hoede was, ze wilden geen ontmoetingen riskeren. Zij wist dat deze mensen lid waren van deze partij, doordat ze manifestaties hielden. Vooral Andre Kalimba had geen best imago. Hij voerde vaak bedreigingen uit in de barretjes in de wijk. Hij zei dan tegen de bezoekers: ”Wij gaan jullie uitroeien. Wij zullen jullie pakken”.
 
De rechter vraagt over haar contacten met Yvonne Basebya. Eugenie zegt dat ze haar kende, maar dat ze geen echt contact met haar had. Ze spraken elkaar wel eens, maar wisselden dan alleen beleefdheden uit. Ze stond bekend als vrouw van parlementslid Augustin Basebya en als leidster van de lokale afdeling van de CDR. Verder kwam Eugene haar wel eens tegen bij het Ministerie van Landbouw. Yvonne Basebya werkte daar ook en ze zag haar wel eens als verkoopster bij winkel waar ze melk verkochten. Zakelijk hadden ze niets met elkaar te maken. Ook kwam ze haar tegen op de markt van Gikondo. Verder kenden ze elkaar van de kerk. Beiden gingen naar de katholieke Pallotti-kerk. Eugenie zat in een koor en de rechter vroeg of Yvonne ook lid was van het koor. Dat was niet het geval. De rechter begon hier aardig over door te vragen en vroeg onder andere over de hoogte van de stem van Yvonne Basebya. Hierop kwam echter geen duidelijk antwoord. 

Toen kwam de dag van 22 februari 1994. Over de dag zelf werd niet veel gezegd, maar ik weet wel dat op die dag de militante CDR-leider Martin Bucyana is vermoord in Butare en dat naar aanleiding daarvan Hutu’s in Kigali de straat op zijn gegaan om zich te wreken op Tutsi’s. Als gevolg daarvan is buurvrouw Hillaria op 22 februari om het leven gekomen. Hoe dat precies heeft plaatsgevonden is me niet duidelijk geworden. 

Tijdens de doodswake van Hillaria bij Lambert heeft Eugenie bezoek gekregen van drie leden van de CDR, namelijk Kalimba, Kasai en Kaitana, die op zoek waren naar haar. Tijdens dit bezoek is ze vooral bedreigd door Andre Kalimba. Hij zei: “Wij hebben je gemist, maar deze keer krijgen we je te pakken. Je kunt ons niet meer ontvluchten.” 

Na dit bezoek heeft ze zich drie dagen schuil gehouden. Ze had zich verscholen onder het bed waar Hillaria opgebaard heeft gelegen. Op 24 februari is Eugenie weggegaan uit haar schuilplaats. De vrouw van Kasai heeft haar meegenomen om haar eten te geven en om een krans te regelen voor het graf van Hillaria. Toen ze daar aan het ontbijt zat, kwam Kasai binnen in uniform, met mes in zijn hand. Hij zei tegen zijn vrouw: “Wat doet deze inyenzi (kakkerlak) hier? Waarom ga je met haar om?” en tegen Eugenie: “Als we terugkomen om ons werk af te maken, zullen we je afmaken.” 

Hierna is ze op de vlucht geslagen. Verward, met doorbloede ogen is ze rennend het huis uitgegaan, terug naar het verstopplekje, onder het bed waar Hillaria dood lag. Later heeft ze haar toevlucht gezocht tot de Ecole Belge. Hier is Eugenie gebleven tot na de genocide. Niemand wist dat ze daar onderdak had gevonden. Alleen haar man Theodore wist ervan, via een tussenpersoon. 

Bij terugkomst in haar wijk in juli 1994 vertelde ze wat ze aantrof. In de straat op weg naar huis liep ze langs de menselijke ledematen en gebitten. Bij de hoofdingang van haar huis lag heel veel bloed. Verderop in de tuin lag een plastic zak rood van bloed. Ze was bang dat haar man hier inzat en is toen snel rechtsomkeert gerend. Achteraf bleek hij hier niet inzitten, maar werd haar wel verteld dat hij de genocide niet had overleefd. 

Wesley heeft haar verteld dat haar man Theodore, samen met onder andere Lambert, bij hem is gaan schuilen op zolder. Wesley heeft geprobeerd Theodore te redden, maar dat is mislukt. Hij zei dat Kaitana de moordenaar was van haar man. Wesley heeft in juli 1994 de sleutel, die hij op zijn beurt weer van Kaitana had gekregen, van het verwoeste huis aan Eugenie gegeven. Dat huis was een puinhoop geworden, intussen door de buren al in gebruik was genomen als vuilnisbelt. 

Eugenie gaf aan dat mensen in de wijk verbaasd waren haar weer terug te zien. Men was er vanuit gegaan dat ze de genocide niet had overleefd. Mensen voelden zich ongemakkelijk in haar buurt. Sommigen hadden haar huis vernield en geplunderd in de verwachting dat ze niet meer terug zou komen. Een buurman had meubels en kleding meegenomen en weer teruggegeven. Zij voelde animositeit van de buurtbewoners.  

Ze is zelf nooit meer gaan wonen op die plek. Wel heeft ze al die tijd het eigendom gehouden en tot op heden hebben er familieleden in het huis gewoond. Eugenie heeft gedurende twee jaren gewoond in een ander huis in Gikondo. Dat was een huis dat verlaten was. De kapsalon heeft ze ook nooit meer teruggezien, nadat ze in juli 1994 was teruggekeerd in Gikondo. 

Na haar terugkomst in Gikondo is ze wel een vereniging begonnen van weduwen en wezen die slachtoffer zijn geweest van de genocide onder de naam Association des Veuves du Genocide (AVEGA). Voor deze vereniging is tot op heden nog steeds actief. 

In 1996 is Eugenie vertrokken uit Rwanda en is ze verhuisd naar België. Daar woont ze nog steeds. Wel komt ze tegenwoordig regelmatig terug naar Rwanda. Het huis is nog steeds in haar bezit en door de jaren heen heeft ze ervoor gezorgd dat deze gerepareerd is. Voor deze herstelwerkzaamheden heeft ze nooit een vergoeding ontvangen. 

In april 2007 is haar man Theodore gevonden in een massagraf in een greppel bij de kerk van de methodisten. Bij de herbegrafenis hoopte ze op steun van Wesley. Maar deze bleef uit. Toentertijd begonnen ook de geruchten rond te gaan dat Wesley verantwoordelijk was voor de dood van Theodore. En dat ze gehoord heeft dat hij in een gacaca-rechtbank is veroordeeld. Sindsdien heeft ze geen contact meer met hem. Eugenie weet niet of ze van doen heeft met een redder of een moordenaar. 

Met Lambert had ze in het begin nog wel contact. Ze spraken niet veel, maar begrepen elkaar wel. Beiden hadden hun echtgenoot verloren. Later is er wel verwijdering opgetreden tussen hen beiden. Bij haar huis hadden buren illegaal een stuk van haar land geannexeerd. Eugenie wilde dat Lambert voor haar ging getuigen. Hij hield zich liever afzijdig, omdat hij dacht dat hij gevaar liep als hij bepaalde verklaring zou gaan afleggen. 

Over hoe het afgelopen is met Kalimba, Kasai en Kaitana komt niet zo veel meer naar buiten. Alleen van Kaitana wordt een keer vermeld dat deze is gearresteerd vanwege betrokkenheid bij de dood van haar man en in de gevangenis heeft gezeten, maar ook dat hij nu ergens woont maar niet in Gikondo.  

Eugenie is nooit naar een gacaca-rechtszaak toe geweest. Blijkbaar heeft iemand in haar naam een klacht ingediend, zonder dat zij ervan wist. Op 24 november 2007 is een uitspraak geweest in haar zaak, hier zijn verschillende mensen schuldig bevonden aan het plunderen van haar bezittingen. Deze personen zijn veroordeeld tot schadevergoeding. Eugenie zegt echter dat ze tot nu toe nog nooit iets heeft ontvangen. In 2009 had ze een telefoontje ontvangen dat iemand toch had betaald en het gegeven aan een lid van de rechtbank. Deze heeft dat bedrag vervolgens in eigen zak gestoken en is ermee met de noorderzon vertrokken.  

Bij deze veroordeling werd onder andere ook Augustin Basebya genoemd, de man van Yvonne. Ook hij is veroordeeld tot schadevergoeding. De rechter leek hier echter achteloos aan voorbij te gaan. Waarom ging de rechter hier niet nader op in? Dat vond ik heel vreemd. Dat leek mij wel een detail waar even op ingegaan zou kunnen worden. 

In 2010 en 2011 is ze eerst drie dagen verhoord door de nationale recherche en later nog eens vier dagen door de rechter-commissaris onder begeleiding van mensen van het Openbaar Ministerie en de verdediging. Op 15 februari 2011 heeft het laatste verhoor met haar plaatsgevonden. 

Eugenie is de hele dag aan het woord geweest. Ik hoor haar stem gedurende de gehele dag op dezelfde rustige wijze. Volgens een aanwezige in de echte rechtszaal is het een vrouw van een jaar of vijftig die met gevouwen handen haar relaas doet. De rechter komt vaak terug op eerdere uitspraken en dan begint ze op rustige toon een zin die begint met: “Zoals ik al gezegd heb, ..…..” Aan het eind van de dag is de rechter nog niet klaar met vragen en ook de verdediging heeft nog niets kunnen vragen. Er wordt besloten om de volgende dag door te gaan. Dan zullen ze om negen uur ’s ochtends beginnen. 

Al met al een heel verhaal dat ik in elkaar heb geknoopt door het relaas van Eugenie in een chronologische volgorde te zetten. Op grote punten komt het redelijk logisch over. Al komen er wel wat vragen naar voren. Waarom gaat ze op 24 februari 1994 bijvoorbeeld mee met de vrouw van Kasai, terwijl ze dan het risico liep om Kasai tegen te komen? Ze was bang voor hem, omdat hij lid is van de CDR. En waarom ging Eugenie in haar eentje schuilen in de Ecole Belge? Waarom liet ze haar man achter? Liep hij dan minder gevaar? En waarom heeft Lambert het wel overleefd in tegenstelling tot haar man? Beiden waren ze verstopt op de zolder van Wesley. 

Voor deze dag in de rechtbank was veel meer belangstelling dan tijdens mijn eerste bezoek. In zaal H2 zaten deze keer over de dag verdeeld telkens wel zo’n 30 mensen, waarvan een meerderheid van Rwandese afkomst. Gedurende de gehele dag luisterde bijna iedereen het geheel heel rustig in stilte aan. Pas op het laatst begon een man achter mij wat te reageren. Het leek erop dat er een soort van afkeuring in zijn reactie zat op wat er door Eugenie werd gezegd.  

Een groot deel van de Rwandese bezoekers was vrij jong, niet veel ouder dan twintig. Ook zij luisterden aandachtig. In de pauze werd het veel drukker. Ik constateerde dat ze met elkaar communiceerden in een fascinerende cocktail van Nederlands, Engels en Kinyarwanda. 

Het was een heel interessante dag, waarin langzaam een beeld ontstaat van wat iemand is overkomen, voor, tijdens en na de genocide. Niet duidelijk is echter wat het verhaal van Eugenie nu te maken heeft met de misdaden die begaan zouden zijn door Yvonne Basebya. Ze kenden elkaar, maar uit deze contacten komt op geen enkele wijze naar voren wat voor slechts Yvonne Basebya heeft uitgespookt. De relevantie van haar getuigenis voor deze zaak is mij ontgaan.