donderdag 7 maart 2013

Yvonne Basebya wanhopig afgevoerd via de zijdeur


Van 22 oktober tot en met 20 december 2012 zijn er zittingen geweest in verband met de zaak tegen Yvonne Basebya. Zij werd er van beschuldigd dat zij voorafgaande en tijdens de genocide in Rwanda zich bezig heeft gehouden met strafbare feiten. Ik ben in totaal drie maal wezen kijken bij zo’n zitting (29 oktober, 15 november en 6 december). Als je drie zittingen hebt bijgewoond, dan wil je er bij de uitspraak natuurlijk ook bij zijn. Op vrijdag 1 maart 2013 was ik dus present. 

Het zou beginnen om tien uur en ruim voor aanvang was ik aanwezig bij zaal F2. De belangstelling was enorm, er waren veel meer mensen aanwezig dan bij de voorgaande zittingen waar ik bij ben geweest. Binnen in de zaal stonden al grote camera’s opgesteld ten behoeve van de televisie, buiten stond een grote groep wachtenden te wachten op wat komen ging. Het was al vrij snel duidelijk dat wij niet om tien uur zouden beginnen en dat niet iedereen zou kunnen plaatsnemen in het zaaltje. Geruststellend werd er bij gezegd dat er nog een tribune was.  

In de hal stonden wel zo’n honderd mensen. Ongeveer de helft van deze bezoekers was van Nederlandse afkomst, de ander helft was Rwandees van oorsprong. Onder de blanken herkende ik Peter te Velde van de NOS en er liepen overduidelijk meer journalisten rond. Voor de Rwandezen leek het of er sprake was van een grote reünie. Men begroette elkaar en wisselde zoenen uit. In groepjes stond men rustig met elkaar te kletsen. Niets leek erop te wijzen dat hier vonnis zou worden gesproken in een zaak waar mogelijk een levenslange gevangenisstraf op het spel zou staan.  

Ik ging zo dicht mogelijk bij de ingang staan, zodat ik de grootste kans zou hebben op een plekje in de zaal. Ik werd aangesproken door een journalist van de NRC. Hij vroeg of ik iets meer wist over mevrouw Basebya, of ik haar kende. Ik kon hem niet helpen, anders dan dat ik kon vertellen dat zij nog bijna geen woord had gezegd tijdens het proces. Het leek me dat hij niet zo goed op de hoogte was en ik vroeg of hij hier voor het eerst kwam. Dat bevestigde hij. Hij viel in voor een collega die nu op vakantie was, die volgens hem elke dag erbij zou zijn geweest. Hij beschreef zijn collega, ik kon me echter niet herinneren dat ik hem eerder heb gezien. Hij hoopte dat het niet te lang zou duren, want zijn deadline voor de krant was half twaalf. 

Een bode trad naar voren. Het zou gaan beginnen. Hij deelde mee dat eerst de aanwezige pers en politie naar binnen mocht gaan. Het leek wel een oneindige stoet van blanke mannen en vrouwen die voldeed aan deze categorie en naar binnen mocht. Mijn plekje vooraan in de rij leek geen garantie meer voor een plaats in de zaal. Ook bij de bode begon er een beetje paniek uit te breken. De zaal zat al bijna vol en er werd geroepen dat er nog maar tien plekjes beschikbaar waren. De volgende categorie was de familie van de verdachte. Hij wilde weten wie van de aanwezige Rwandezen familie was, want hij voelde al aankomen dat die er mogelijk niet allemaal in konden. Diegenen die vooraan stond riep dat ze allemaal familie waren en verderop in de groep werd dat bevestigd. Hoe dit op te lossen? De bode vroeg of de eerste tien naar binnen wilde gaan. Dat stuitte op protest. De hele familie moest erbij aanwezig kunnen zijn. Als niet iedereen naar binnen mocht, dan ging niemand naar binnen. Luidkeels werd bezwaar gemaakt tegen het feit dat de journalisten voorrang hadden gekregen. In hun ogen had de familie het eerst naar binnen mogen gaan. In mijn ogen hebben ze zeker een punt. Waarom gaan de journalisten altijd voor? Dit leek op een echte patstelling, waar de bode ook even geen raad mee wist.  

Binnen in de zaal werd ook wel duidelijk wat er speelde en waarschijnlijk is daar wat actie ondernomen. Wat na een paar minuten gingen de eerste blanken naar buiten, gevolgd door nog veel meer en ook van de Rwandezen die achteraan stonden kozen een aantal voor een praktische oplossing. Al deze mensen gingen naar de tribune om van daaruit de gang van zaken te gaan volgen. Zo is dit probleem uiteindelijk toch nog soepel opgelost. Mijn plekje in de zaal zat er natuurlijk ook niet meer in, dus ging ik ook op weg naar de tribune. 

Bij aankomst bij de tribune bleek dat dat deze ook al helemaal vol zat. Er waren dertig zitplaatsen en die waren allemaal al bezet en aan de zijkant stond het ook al vol met mensen. Dat zag er niet zo goed uit. Maar ik zag dat achter de achterste, tweede rij van stoelen een soort verhoging was, waar het mogelijk zou moeten zijn om alles te gaan volgen. Het bleek de verwarming te zijn, die gelukkig niet aanstond. Al klimmend over de stoelen heb ik mij daar geïnstalleerd. Het was geen ideale plek om te zitten, vooral de beenruimte was beperkt, maar het was te doen en ik had een goed uitzicht op de rechtszaal Veel mensen volgden mijn voorbeeld en zodoende hebben velen het geheel gevolgd vanaf de verwarming.
Vanaf de tribune had ik een goed zicht op de halve maan waarachter de drie rechters, de twee griffiers en de twee aanklagers zaten. Aan de rechterkant Yvonne Basebya met achter haar advocaten. Om 10.23 uur begon de rechter aan zijn betoog. Hij begon met algemeenheden en verwelkomde specifiek Eugenie Mukamugema, de vrouw die tijdens de zitting van 15 november heeft getuigd. Ik kan haar zien zitten aan de linkerkant. Vreemd dat iedereen nu haar gewoon kan zien. Tijdens de zitting van 15 november was het voor het gewone publiek niet mogelijk om haar te zien. Waarom nu wel? Verder kon ik vanuit mijn positie nog drie grote camera’s en twee wat kleinere zien. De rest van de aanwezigen in de zaal kon ik vanuit mijn positie niet aanschouwen.
De rechter deelt mee dat het vonnis bestaat uit 125 pagina’s, maar dat hij dit vonnis niet in zijn geheel zal voorlezen. Het gaat het samenvatten. De historie in de aanloop van het proces werd kort uit de doeken gedaan. De onderzoeksrechter die bezig is geweest, de vele getuigen in deze zaak, die ook nog meerdere malen zijn verhoord. De rechter geeft aan dat het een bijzondere zaak is, omdat het hierbij uitsluitend gaat om ooggetuigen. Ander bewijs is er niet, het gaat uitsluitend om verklaringen van ooggetuigen. De rechtbank geeft aan dat men behoedzaam is omgegaan met de getuigenverklaring. Met heeft rekening gehouden met het feit dat het om zaken van twintig jaar geleden en dat het gaat om getuigen uit een geheel andere cultuur dan de onze.  
Hij behandelt de betrouwbaarheid van de ooggetuigen. Hij gaat in op de these van de verdediging dat er sprake is van een samenzwering met betrekking tot de belastende verklaringen. Deze samenzwering zou onder leiding staan van Eugenie Mukamugema en Wesley Nkurunziza. Zij zouden uit zijn op de bezittingen van Yvonne Basebya. Daarom zouden zij andere mensen hebben geïnstrueerd om ook belastende verklaringen af te leggen. Ik kijk naar Yvonne, ze richt zich op en het lijkt of ze kijkt in de richting van Eugenie, die vijf meter van haar vandaan zit. De rechter gaat echter gewoon door. Het oordeel is dat in haar ogen deze stelling het niveau van speculatie of suggestie niet ontstijgt. Dit lijkt een eerste nederlaag voor de verdediging, ook omdat de verdediging wordt verweten dat men hiervoor niet genoeg bewijs heeft aangeleverd. Yvonne’s zwijgen komt hier haar niet ten goede, ze heeft bijvoorbeeld verzuimd om toe te lichten wie welke bezittingen op welk wijze had willen toe-eigenen. 
De dertien belastende getuigen worden besproken. Bij twee wordt in eerste instantie uitvoerig stilgestaan. Het gaat om Jacqueline en Pascal. Om verschillende redenen worden deze als niet betrouwbaar aangemerkt en hun verklaring zijn dan ook niet meegenomen bij het uiteindelijke oordeel. Dan resteren nog wel elf belastende verklaringen. Van deze belastende ooggetuigen wordt uitvoerig ingegaan op Wesley. De conclusie is dat deze als zeer betrouwbaar wordt aangemerkt, omdat deze op gezette tijden in de verhoren de zaken niet dikker aanzette dan misschien wel mogelijk was. Als de verhoorder zijn verhaal wat scherper neerzette, dan werd dit gecorrigeerd door Wesley. 
Ik kijk regelmatig naar de Rwandezen die bij mij op de tribune zitten om te kijken of ik iets van een reactie kan zien. De mannen met hun kale hoofden en hun puntige schoenen zitten heel rustig voor zich uit te kijken. Een aantal van de vrouwen lijkt veel zenuwachtiger. Een jonge vrouw zit de gehele tijd met haar vingers rondjes te draaien met haar lange rastahaar. Een andere vrouw met een hip hoofddeksel op haar hoofd zit zenuwachtig heen en weer te schuiven op haar stoel. Weer een andere heeft de handen voor haar gevouwen alsof ze aan het bidden is. Ik zie echter geen reactie nu uit het verloop van de zitting blijkt dat de verdediging aan het verliezen is. Later heb ik begrepen dat op de tribune vooral mensen hebben gezeten die hier zaten omdat hun familieleden slachtoffer zijn geweest tijdens de genocide. Deze Rwandezen horen dus helemaal niet bij het kamp ter ondersteuning van Yvonne Basebya. Deze horen bij het andere kamp. Verklaart misschien ook waarom ze bij het opstootje aan het begin van de zitting er al snel voor gekozen hebben om op de tribune te gaan plaatsnemen.
Het inhoudelijke gedeelte wordt besproken. Als eerste gaat het over het lidmaatschap van de CDR. Op grond van de beweringen van verschillende getuigen komt de rechtbank tot oordeel dat Yvonne Basebya lid is geweest van deze politieke partij, ondanks het feit dat er geen enkel document is die dit ondersteund. Daarnaast komt de rechtbank op grond van verklaringen van elf getuigen dat zij het plausibel acht dat over langere tijd op en vlakbij haar perceel ‘animations’ (bijeenkomsten) hebben plaatsvonden waar onder haar leiding is opgeroepen tot het doden van Tutsi’s. Zij ging voor in het zingen van het lied ‘Tubatsembetsembe’. Dat betekent: ‘Laten we hen uitroeien’. Zij ging voor met als gevolg dat na afloop de kansarme jongeren als losgelaten stieren door de wijk heen gingen. De rechter ging uitvoerig in op deze bijeenkomsten een ook in zijn verdere betoog komt regelmatig het lied ‘Tubatsembetsembe’ weer terug. Het lijkt wel of dat lied als heel cruciaal wordt beschouwd. Het zingen van ‘Tubatsembetsembe’ wordt zwaar aangerekend, dit ziet de rechtbank als opruiing tot genocide. Het begint er steeds slechter uit te zien voor Yvonne Basebya.
De rechter gaat verder. De aanklagers hebben opgevoerd dat Yvonne verantwoordelijk zou zijn voor het opstellen van dodenlijsten. Ze wordt ervan beschuldigd dat ze heeft opgeroepen tot het doden van met name genoemde Tutsi’s. Hierin gaat de rechtbank niet in mee. Ze roept dus wel in algemene zin op tot het doden van Tutsi’s. Zij noemt echter geen specifieke namen. De rechtbank vindt de titel ‘generaal-moeder’ voor de plaatselijke jeugd dan ook overdreven. Het tij lijkt nu wat te keren, zou ze er misschien toch mee weg kunnen komen? 
De rechter is inmiddels al meer dan een uur aan het woord. Zijn stem begint een beetje rasperig te worden. De beide vrouwelijk rechters, die er verder alleen maar als decoratie bij lijken te zitten, schenken bijna gelijktijdig een glaasje water voor hem in. Zowel van links als rechts krijgt hij een glas aangeboden, dat hij dankbaar accepteert. Zodoende hebben de twee vrouwen er uiteindelijk niet helemaal voor niets bijgezeten. Ondertussen schuift de ene aanklager een pakje Fisherman’s Friend door aan haar collega. Blijkbaar ook een beetje last van de keel, ondanks dat de beide vertegenwoordigers van het Openbaar Ministerie tijdens deze uitspraak natuurlijk geen enkele taak meer hebben anders dan het aanhoren van het vonnis.
Specifieke gebeurtenissen komen nu ter sprake. In de eerste plaats de ongeregeldheden volgende op de moord op Martin Bucyana op 22 februari 1994. Uit wraak op deze moord op de leider van de CDR zijn toentertijd in de wijk Gikondo veel Tutsi’s vermoord. Er zou sprake zijn geweest van maar liefst 600 slachtoffers. Volgens de aanklagers heeft Yvonne Basebya de jongeren van de wijk aangezet om deze daden te doen. De rechtbank vond dit echter niet voldoende bewezen, het opruien in algemene zin tijdens de ‘animations’ is niet voldoende om dat te ondersteunen. De rechtbank kon geen causaal verband vinden tussen de daders van de moorden en diegene die aanwezig waren bij de bijeenkomsten bij Yvonne thuis. Tsja, geen rechtstreeks verband, maar het is op zijn minst toch niet verwonderlijk dat deze zaken gaan plaatsvinden als een bepaalde groep maandenlang wordt opgehitst.
Aan het begin van de zitting is het publiek verzocht om de mobiele telefoons uit te zetten. Dit moeten we doen, omdat dit mogelijk de tolken mogelijk stoort bij hun werkzaamheden. Om mij heen zie ik diverse mensen die hun telefoon nog gewoon aanhebben. Dan gaat er ook daadwerkelijk een af met een behoorlijk irritante ringtone. De eigenaar is niet al te snel in zijn reactie. De dienstdoende bode spreekt deze aan om het apparaat toch daadwerkelijk uit te zetten. Zijn reactie valt mij allerzins mee, ik zou het in beslag hebben genomen.
De massamoord op de Palottikerk in Gikondo van 9 april 1994 komt ter sprake. De huiszoekingen in het huis van Wesley Nkurunziza zijn het volgende onderwerp. Boven het plafond in de woning van Wesley zaten tussen 8 en 11 april 1994 Tutsi’s verstopt. Yvonne zou de gewapende milities hebben aangezet voor deze huiszoekingen. Ook de moord op Anselme Munyarangabo wordt besproken. In al deze zaken zou Yvonne Basebya een aandeel hebben gehad. De rechtbank acht de verklaringen die de diverse getuigen hierover afgeven betrouwbaar, het probleem is dat het telkens maar een persoon is die het desbetreffende verklaard. De rechtbank vindt echter dat iemand niet veroordeeld kan worden op grond van een getuige, het moeten er minstens twee zijn. Dat lijkt mij niet meer dan terecht, maar het wringt natuurlijk wel ergens. Uiteindelijk komt de rechtbank voor al deze beschuldigingen ook uit op vrijspraak.
Af en toe noemt de rechter de pagina van het vonnis waar hij mee bezig is. Als hij het heeft over pagina 119 dan weet je dat het nadert tot het einde. Hij is al bijna anderhalf uur bezig. Op de tribune voel je de spanning stijgen. Het is nu echt doodstil, iedereen zit zeer ingespannen te luisteren naar wat komen gaat. Het is zo stil dat je alleen nog het geluid van de tolken hoort die ver weg beneden aan het vertalen zijn in hun afgesloten cabine. 
De rechter leest de stafmotivering in zijn geheel voor. De rechtbank komt tot oordeel dat Yvonne Basebya alleen schuldig wordt bevonden aan het feit van opruiing tot genocide. Van alle andere beschuldigingen wordt zij vrijgesproken. De rechtbank kan dan ook niet instemmen met de eis van levenslang. De rechtbank vindt wel dat Yvonne een belangrijke schakel is geweest in het opruien tot genocide, wederom wordt het lied ‘Tubatsembetsembe’ aangehaald. De rechter gaf daarop aan dat hij voor dit feit graag de straf van 30 jaar had opgelegd, omdat dat inmiddels de strafmaat is voor het vergrijp waarvoor ze wordt veroordeeld. Met spijt zegt hij erbij dat hij dat niet kan doen, omdat deze wet er nog was op het moment dat zij haar misdaden beging en dat hij daarom slechts de straf van vijf jaar kan opleggen. Gelukkig kan hij deze straf nog een beetje oprekken doordat Yvonne haar vergrijp meerdere malen heeft uitgevoerd en zodoende komt hij op een uiteindelijke straf van zes jaren en acht maanden.
De omstandigheden van de straf worden erbij gehaald. Yvonne wordt verweten dat ze tot aan vandaag zich negatief uitlaat over Tutsi’s en dat ze contact heeft met extremistische Hutu’s. Dat is naar voren gekomen uit de diverse telefoongesprekken die zijn afgeluisterd. Deze feiten maken haar er niet sympathieke op, maar ik vraag me af of het strafbare feiten zijn. Er zijn vast nog veel meer Hutu’s die zich negatief uitlaten over Tutsi’s, en andersom. Is het terecht dat dit meegenomen wordt in de overwegingen van het vonnis?
Ook wordt Yvonne verweten dat ze geen inzicht of spijt heeft getoond ten aanzien van alle gebeurtenissen. Dat is misschien wel moeilijk als je van mening bent dat je onschuldig bent. Is het dan redelijk om dat te verwachten? Maar misschien had het haar toch wel geholpen als ze er voor gekozen had om te praten tijdens de verschillende zittingen. Dan had ze misschien kunnen zeggen dat ze het verschrikkelijk heeft gevonden wat er allemaal was gebeurd, maar dat zij er toch niets mee te maken heeft gehad. 
Om 12.55 uur komt het uiteindelijke vonnis met onder andere de volgende woorden:                               De rechtbank verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het bij dagvaarding onder 5 tenlastegelegde feit (in de periode van 22 februari tot 6 april 1994) heeft begaan en veroordeelt de verdachte tot een GEVANGENISSTRAF voor de duur van 6 (ZES) JAREN en 8 (ACHT) MAANDEN.
Het vonnis is gesproken. Dan staat Yvonne Basebya op. Ze steek haar rechterwijsvinger de lucht in. Ze wil klaarblijkelijk toch nog iets zeggen. Maar nu is het te laat. Het lijkt wel of niemand het ziet. De rechters, griffiers en aanklagers zijn al opgestaan en verdwijnen door de achterdeur. Vertwijfeld kijkt Yvonne om haar heen. Het lijkt wel of ze niet goed beseft wat er is gebeurd. Zelfs haar advocaten laten haar in de steek. Twee bewakers nemen haar bij de arm en voeren haar hardhandig af via de zijdeur. Wanhopig kijkt Yvonne om, het lijkt of ze haast smekend hoopt dat iemand haar nog te hulp schiet, maar dan sluit de zijdeur zich onverbiddelijk en verdwijnt zij uit het zicht.
De tribune loopt al heel snel leeg. Het vonnis is op de tribune heel rustig ontvangen. Geen grote blijk van instemming of afkeur. Ik snel mijzelf naar beneden om te kijken of de reacties daar hetzelfde zijn. Ik zie wel enkele huilende jonge Rwandese vrouwen, maar het is wel een ingetogen snikken. Dit zal vast familie van Yvonne zijn. Het zichtbare verdriet duurt ook niet al te lang, na een paar minuten is hier niets meer van te merken.
In de hal buiten de zaal verzamelen zich alle mensen die zich in de zaal en op de tribune bevonden. Men staat in groepjes bij elkaar. De Rwandezen staan bij elkaar en de verschillende Nederlandse groepjes staan ook bij elkaar. De sfeer is heel rustig. Geen opwinding over de uitspraak. De reactie pas goed bij het algemene beeld dat ik heb van de gemiddelde Rwandees, men zal zeker niet al te uitbundig laten zien hoe men over bepaalde zaken denkt.
 
De pers loopt wat tussen de aanwezigen door. Het lijkt wel of ze aarzelen om contact te zoeken met de Rwandezen om te kijken wat de reactie van hen is. Ik zie Peter te Velde van de NOS met in zijn kielzog drie anderen (camera, geluid en assistent) rondlopen. RTL loopt rond, maar ook de Limburgse zender L1, waarschijnlijk omdat Yvonne Basebya woonachtig is in Reuver. De schrijvende pers is ook aanwezig. Sommigen zijn op hun laptop al bezig met hun verhaal. Advocaat Victor Koppe is natuurlijk een gewild object om te interviewen en staat de verschillende journalisten achter elkaar te woord. 
 De journalist van de NRC is er ook nog. Als een van de weinigen zie ik dat hij aan het spreken is met Rwandezen. De andere journalisten lijken dat bijna niet te doen. Durven ze niet of interesseert het hun niet? Ik zou wel benieuwd zijn hoe zo’n vonnis nu valt in de Rwandese gemeenschap. Ik blijf zo een beetje rondhangen om te kijken wat er gebeurt. Ik zie allerlei fotograven foto’s maken van diegene die nog aanwezig zijn in de hal. Ik vraag aan een van de bodes of ik ook foto’s mag maken. Hij zegt dat het geen probleem is. Dus ik neem de kans waar en maak ook wat foto’s van de diverse gezelschappen die nog aanwezig zijn. Dit ondanks het feit dat op elke deur een groot plakkaat staat dat het strikt verboden is om foto’s te maken in en buiten de rechtszaal, ook niet met mobiele telefoons. 
Na drie kwartier begint de hal leeg te geraken. Alle journalisten zijn vertrokken en ik zie ook bijna geen Nederlanders meer. Alleen flink veel Rwandezen zijn nog aanwezig. Ze praten nog steeds na. Ik zie een groepje in een kring staan met gevouwen handen en met het hoofd gebogen. Ze lijken in gebed. Het is tijd om te vertrekken.  
Op de weg naar buiten kom ik de journalist van de NRC nog een keer tegen. We hebben het even kort over zijn deadline. Hij glimlacht en zegt dat het duidelijk is dat hij zijn deadline voor vandaag niet meer zal halen. Dat wordt een stukje voor de krant van zaterdag. Ik vertelde hem dat het mij opviel dat hij als een van de weinigen ook aan het praten was met Rwandezen. Hij vertelde dat vooraf aan de zitting niemand met hem wilde praten, maar na afloop wel. Ik vroeg hem of hij vooral met familie had gepraat. Daar had hij ook mee gesproken, maar ook met mensen die er zijn geweest als zijnde familie van slachtoffers van de genocide. Als eerbetoon aan die slachtoffers wilden zij bij dit vonnis zijn.  
Ik loop terug naar de veel te dure parkeergarage om mijn auto op te halen. Buiten zie ik nu ook een grote vrachtwagen van de NOS staan. De deur staat wagenwijd open. Technici zitten aan de knoppen, waarschijnlijk om van alle opnamen een rapportage te maken voor het journaal.

 

maandag 25 februari 2013

Tien stellingen van Rwanda om haar onschuld te bewijzen


Een poosje geleden heb ik verdiept in de beschuldigingen die er zijn aan het adres van Rwanda in verband met hun steun aan rebellengroep M23. In eerste instantie dacht ik dat Rwanda helemaal niet de moeite heeft genomen om te reageren. Dat is niet juist. Ik heb documenten gevonden waarin de beschuldigingen worden ontkend. 

Ik heb helemaal niet goed gezocht, want de reactie is te vinden op maar liefst drie plekken. Op de algemene site van de regering van Rwanda (Government of Rwanda) en op de sites van het Ministerie van Defensie en het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Alleen die van het Ministerie van Defensie is gedateerd op 7 augustus 2012, de andere twee versies zijn ongedateerd.

De reactie van Rwanda heeft een ietwat vreemde indeling. In eerste instantie heeft men het over tien stellingen die niet waar zijn. Het gaat hierbij om feiten zoals deze beweerd zouden zijn door de ‘Group of Experts on the Democratic Republic of the Congo’. Maar vervolgens is er dan als een soort bijlage nog een officieel rapport waarin men meer inhoudelijk ingaat op de beschuldigingen. Deze bijlage zit zowel bij de reactie van de regering als die van het Ministerie van Defensie. Bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken wordt wel de suggestie gewekt dat er een uitgebreid rapport is, maar die is niet te openen. Mijns inziens zou het beter zijn om dat laatste als officiële reactie te presenteren, in plaats van de pamfletachtige reactie door middel van het kapittelen van tien zogeheten feiten. 

Het vreemde hierbij is dat de versies ook niet allemaal identiek zijn. Die van de regering van Rwanda is wel gelijk aan die van het Ministerie van Defensie, die van het Ministerie van Buitenlandse Zaken wijkt echter af. Hier lijkt mij ook duidelijk dat er sprake is van het ontbreken van regie om dit toch heikele punt voor Rwanda op adequate wijze te tackelen.  

Ik wil hierbij wat nader ingaan op een aantal van deze stellingen. 

Stelling 1 

De eerste stelling gaat over de bewering in het addendum van 27 juni 2012 dat RDF soldaten training hebben gehad in Rwanda om zich daarna aan te sluiten bij M23.  

Dit staat in het addendum bij paragraaf 31:
31. (a) An RDF soldier, who surrendered on 14 June 2012 from Ntaganda’s position in Runyoni, stated that his unit had been trained for two weeks in Kanombe military camp in Kigali, before being deployed in Runyoni already during the first week of March. Having previously fought as a CNDP soldier under Laurent Nkunda and as part of joint RDF FARDC Amani Leo operations, the soldier in question was recruited alongside several other Rwandan ex-CNDP soldiers by an RDF Captain at the beginning of February. The mission of his 80-men unit was to prepare the arrival of Ntaganda in Runyoni. On its way to Runyoni via Kinigi the unit was joined by an estimated 150 more RDF soldiers

Dat staat in de reactie van het Ministerie van Buitenlandse Zaken:
1. Claims of training at Kanombe absurd
In paragraph 31(a) of the addendum, the GoE cites allegations of a two-week training provided to a RDF unit in Kanombe barracks located near Kigali International Airport, before deploying it to Runyoni as Gen. Ntaganda’s advance party. Regardless of the irrational suggestion that General Ntaganda, one of the most senior FARDC Commander in the region, would require RDF support in order to establish his advance party to Runyoni, it is common (and verifiable) knowledge that Kanombe is a garrison-type barracks that comprises living quarters; a referral military hospital also open to civilian patients; a cemetery; and five service support units’ headquarters and related facilities. It wouldn’t require any form of expertise to find out that this barracks cannot host the training of recruits or any other force preparation activity. A simple tour of Kanombe barracks would have led the GoE to easily discard this allegation wherever they got it from. 

Dat staat in de reactie van het Ministerie van Defensie:
Allegation 1. RDF unit trained in Kanombe Barracks to go and fight for M23
Rebuttal: It is common (and verifiable) knowledge that Kanombe Barracks is a garrison-type barracks that comprises living quarters; a referral military hospital also open to civilian patients; a cemetery; and five service support units’ headquarters and related facilities. This Barracks therefore cannot host the training of recruits or any other force preparation activity.
Evidence: During their visit to Kigali, the GoE toured Kanombe Barracks and were able to see that the allegation is farfetched 

Dat staat in het officiële document van Rwanda bij paragraaf 38 en 49:
38. d. In paragraph 31(a) of the addendum, the GoE cites allegations of a twoweek training provided to a RDF unit in Kanombe barracks located near Kigali International Airport, before deploying it to Runyoni as Gen. Ntaganda’s advance party. Regardless of the illogical suggestion that General Ntaganda, one of the most senior FARDC Commander in the region, would require RDF support in order to establish his advance party to Runyoni, it is common (and verifiable) knowledge that Kanombe is a garrison-type barracks that comprises living quarters; a referral military hospital also open to civilian patients; a cemetery; and five service support units’ headquarters and related facilities. It wouldn’t require any form of expertise to find out that this barracks cannot host the training of recruits or any other force preparation activity. A tour of Kanombe barracks carried out by members of the GoE on the 25th June 2012made it clear that no military instruction could be held in such a busy neighbourhood. Much less so a ‘secret training’ operation on behalf of a foreign armed group. It is regrettable that such verifications on the ground were not held before the submission of the addendum as they would have led the GoE to easily discard this allegation wherever it originated from.
49. Paragraph 31 (a) describes information from an alleged RDF soldier who surrendered on 14 June 2012 from Ntaganda’s position in Runyoni. The RDF has never engaged in any operations in support of M23. All RDF personnel are accounted for. In this particular case, the onus to prove the identity of the alleged surrendered RDF soldier is on the GoE and/or its sources. 

Vervolgens heb ik gekeken wat er nu van deze eerste beschuldiging terecht is gekomen in het definitieve rapport van de expertgroep van 15 november 2012. Dit staat er in de paragrafen 43 en 44 van Annex 3:
43. As cited above, in support of its conclusion that the GoR had deployed RDF forces in the DRC to  sporadically reinforce M23, the Group gathered twelve detailed accounts of this particular category of arms embargo violation. One of the accounts mentioned “training” at the Kanombe military barracks. The GoR claims in its rebuttal that training in Kanombe is impossible because “it is common (and verifiable) knowledge that Kanombe is a garrison-type barracks that comprises living quarters; a referral military hospital also open to civilian patients; a cemetery; and five service support units’ headquarters and related facilities.”50
44. However, the Group did visit Kanombe barracks on 25 July 2012, alongside RDF officers, and found that there were indeed several parade fields for marching and military drills as well as wooded areas where training could be conducted. Furthermore, for covert operations in DRC territory, “training” for experienced RDF soldiers usually consists of briefings and preparations of small groups, to be carried out in any military facility. The Kanombe military barracks provides more than sufficient facilities for such activities. The Group communicated these observations to the GoR while at Kanombe, but nevertheless the GoR rebuttal inaccurately states that “a tour of Kanombe barracks carried out by members of the GoE on the 25th of June 2012 made it clear that no military instruction could be held in such a busy neighborhood.” 

Wat kunnen wij hieruit concluderen? Allereerst valt op dat de reactie van het Ministerie van Buitenlandse Zaken niet helemaal up-to-date is. Daarin wordt gezegd dat de expertgroep eenvoudig had kunnen concluderen dat het niet waar kon zijn als men was komen kijken. De reactie van het Ministerie van Defensie is niet helemaal accuraat. In deze reactie staat dat de expertgroep is wezen kijken op 25 juni 2012 en heeft kunnen vaststellen dat er niets aan de hand is. In de conclusie van de expertgroep wordt er vervolgens fijntjes op gewezen dat de bezichtiging heeft plaatsgevonden op 25 juli 2012, maar bovendien dat het in haar ogen wel degelijk mogelijk is geweest dat daar een training heeft plaatsgevonden. Uiteindelijk gaat het hierbij om vele getuigen die beweerd zouden hebben dat die training daar heeft plaatsgevonden. Het tegenbewijs van Rwanda is nogal mager, want alleen de bewering dat deze niet heeft kunnen plaatsvinden is niet voldoende. Al is het tegendeel van zoiets bewijzen natuurlijk altijd een moeilijke, zo niet onmogelijke taak.  

Stelling 3  

Gaan we door naar een volgende punt. De derde stelling gaat over de ontmoeting tussen de Rwandese generaal Ruvusha met iemand van M23: Makenga. Deze ontmoeting zou hebben plaatsgevonden op 4 mei 2012 en dat geldt tevens als de begindatum van M23 als rebellenleger. Niet een geheel onbelangrijke datum en gebeurtenis dus. 

Dit staat in het addendum bij paragraaf 8:
8. Colonel Sultani Makenga deserted the FARDC in order to create the M23 rebellion using Rwandan territory and benefiting directly from RDF facilitation (see S/2012/348, para. 104). On 4 May, Makenga crossed the border from Goma into Gisenyi, Rwanda, and waited for his soldiers to join him from Goma and Bukavu. Intelligence sources, M23 collaborators and local politicians confirmed for the Group that RDF Western Division commander, General Emmanuel Ruvusha, welcomed Makenga upon his arrival to Gisenyi. The same sources indicated that Ruvusha subsequently held a series of coordination meetings with other RDF officers in Gisenyi and Ruhengeri over the following days with Makenga. 

Dat staat in de reactie van het Ministerie van Buitenlandse Zaken:
3. Key so-called facilitator of M23 movements was not in Gisenyi -- there is proof he was on leave during the time named by the GoE!
In his summary of statement at Annex B to this submission, Brig Gen. Ruvusha denies all allegations. He states that he was on leave and out of Gisenyi from 3 - 14 May 12 and provides an incontrovertible evidence of his whereabouts during the period 

Dat staat in de reactie van het Ministerie van Defensie:
Allegation 3. Proof that Key facilitator of M23 was seen in Gisenyi
Rebuttal: Brig Gen. Ruvusha denies all allegations and states that he was on leave and out of Gisenyi from 3 - 14 May 12 and provides an incontrovertible evidence of his whereabouts during the period.
Evidence: A summarized statement of Brig. Gen. Ruvusha denying allegations can be found on Annex B to this submission.

Dat staat in het officiële document van Rwanda bij paragraaf 42:
42. In paragraph paragraphs 8 – 13, the GoE alleges direct assistance by RDF in the creation of M23 using RDF resources and Rwandan territory. More specifically, the GoE (i) accuses Brig Gen. Emmanuel Ruvusha of having received Col. Makenga in Gisenyi on May 4th upon the latter’s desertion from FARDC; (ii) alleges that Brig Gen. Ruvusha accompanied Makenga to coordinate the movements of his troops; (iii) the GoE further alleges that Col. Makenga’s 60 troops and tones of equipment were transported on Rwanda’s territory using RDF trucks while clad in RDF uniforms.
42. a. In his summary declaration at Annex B to this submission, Brig Gen. Ruvusha denies all allegations. He states that he could not be where the addendum locates him on 4th May as he was on a 2-week leave from 30th April. His leave was however shortened after he was recalled due to the deteriorating situation at the border area. He reported back to duty on 5th May 12 and provides incontrovertible evidence of his whereabouts during the period. He however accepts maintaining official communication with FARDC Officers of the 8th Military Region since 2009 in his capacity as the area commander on the border area. 

Annex B bestaat uit een slecht gemaakte kopie van een rapport met de verklaring van generaal Ruvusha. Deze verklaring is niet ondertekend. In deze verklaring staat dat hij op 4 mei 2012 op zijn boerderij was in het oosten van Rwanda en dat hij op die dag koeien heeft verkocht aan Johnson Murindahabi. Op verzoek kan hij het bewijs van de verkoop aanleveren. Ook heeft hij op die dag een sms ontvangen van zijn vrouw met het verzoek om groenten te kopen op de markt van Kayonza. Hiermee wordt aangegeven dat de generaal op 4 mei 2012 nooit in staat moet zijn geweest om in Gisenyi een ontmoeting te hebben gehad met Makenga. 

In het definitieve rapport van de expertgroep staat dit in de paragrafen 78 en 79 van Annex 3:
78. The GoR claims that General Ruvusha could not possibly have supported the movement of Colonel Makenga to form M23 because, at the time, he was on a two-week leave starting 30 April 2012.87 Nevertheless, three first-hand witnesses interviewed by the Group placed General Ruvusha at the Kabuhanga RDF base on 5 May 2012. The same sources sighted Ruvusha together with Colonel Makenga, after the latter had fled through Rwandan territory and just before he returned to the DRC to create the M23 rebellion. In addition, M23 collaborators, as well as North Kivu political leaders, told the Group that Ruvusha met Makenga upon his arrival from Goma to Gisenyi on 4 May 2012.
79. As the RDF Division Commander in Gisenyi, it is highly unlikely that Ruvusha would have departed his post during a period of tremendous unrest along the border with DRC, as well as during RDF direct operations in the DRC.

Wat kunnen we hier nu van zeggen? Allereerst dat de simpele redenering dat de generaal op vakantie is gegaan ook weer een beetje mager overkomt. Eens te meer als de verklaring niet is ondertekend en niet wordt ondersteund door bewijsstukken. Rwanda had haar zaak al een stuk sterker gemaakt als ze haar bewering had ondersteund met bewijsstukken, nu blijft  het onder de maat. 

Stelling 10

De laatste stelling gaat over de bezittingen van Ntaganda in Rwanda, maar eigenlijk ook over het gebruik van deze bezittingen als onderdeel van het transport van troepen van Rwanda naar Congo. 

Dit staat in het addendum bij paragraaf 16 en 50:
16. Former M23 combatants from Rwanda stated that the main transit point for recruitment is the RDF position at Kinigi, where recruits are regrouped and sent to the Democratic Republic of the Congo (see image 4). This pattern has also been independently confirmed by Congolese intelligence services and a former RDF officer. According to some of the recruits, they often receive a meal in Hotel Bishokoro, which belongs to General Bosco Ntaganda and his brother at Kinigi. Afterwards, RDF soldiers escort large groups of new recruits to the border and send them into the Democratic Republic of the Congo.
50. Furthermore, politicians, ex-CNDP officers, and intelligence officers informed the Group that Ntaganda owns a house in Gisenyi where he evacuated his family. He also partially owns Hotel Bishokoro at Kinigi, officially a property of his brother, used in the recruitment activities carried out by RDF soldiers for M23. Both Ntaganda’s house and hotel are still under construction (see image 15). His possessions and investments continue to be managed by Cubi Wasabahizi, Ntaganda’s relative who operates from Gisenyi. 

Dat staat in de reactie van het Ministerie van Buitenlandse Zaken:
10. Claims of Ntaganda-owned property are categorically false
The so-called evidence of a house pictured allegedly belonging to Ntaganda is demonstrably inaccurate. Investigations on the matter indicate that the house presented as image 15 in the addendum is owned by Mr. Innocent Ndagano alias “Cent Kilos”. The certificate of registration of epithetic lease title No. UPI 3/03/04/05/217 is available at Annex J to this submission. It further alleged in the Addendum, that Hotel Bushokoro located at Kinigi is co-partially owned by Gen. Bosco Ntaganda. As a matter of fact, the property is actually owned at 50% each by Mr. Enock Munyajabo and his wife Mrs. Nyiramana Kesie under the certificate of registration of epithetic lease title No. UPI 4/03/07/03/329 is at Annex K to this submission. The assertion that the named properties belongs to Bosco Ntaganda is a typical baseless allegation from information peddlers. 

Dat staat in de reactie van het Ministerie van Defensie:
Allegation 10. Bosco Ntaganda-owns property in Rwanda
Rebuttal: Investigations on the claim of a house belonging to Ntaganda indicate that the house presented as image 15 in the addendum is actually owned owned by Mr. Innocent Ndagano alias “Cent Kilos”. Further allegations that Hotel Bushokoro located at Kinigi is co-partially owned by Gen. BoscoNtaganda is proved wrong because the property is actually owned at 50% each by Mr. Enock Munyajabo and his wife Mrs. NyiramanaKesie. it is therefore categorically false to claim that the properties belong to BoscoNtaganda.
Evidence: The certificate of registration of epithetic lease title No. UPI 3/03/04/05/217 is available at Annex J to this submission under the certificate of registration of epithetic lease title No. UPI 4/03/07/03/329 is at Annex Kto this submission. 

Dat staat in het officiële document van Rwanda bij paragraaf 52:
52. The evidence adduced on Rwanda supporting Gen. Bosco Ntaganda in paragraphs 28, 49 and 50 of the addendum do not support the charge. The picture of a house allegedly belonging to Ntaganda is demonstrably inaccurate. Investigations on the matter indicate that the house presented as image 15 in the addendum is owned by Mr. Innocent Ndagano alias “Cent Kilos”. The certificate of registration of emphyteutic lease title No.UPI 3/03/04/05/217 presented to the GoE is also available at Annex P to this submission. It is further alleged in the addendum that Hotel Bushokoro located at Kinigi is co-partially owned by Gen. Bosco Ntaganda. As a matter of fact, the property is actually owned at 50% each by Mr. Enock Munyajabo and his wife Mrs. Nyiramana Kesie under the certificate of registration of emphyteutic lease title No. UPI 4/03/07/03/329 available at Annex Q to this submission was also presented to the GoE. The assertion that the named properties belongs to Bosco Ntaganda is therefore a typical baseless allegation. 

In het definitieve rapport van de expertgroep staat dit in de paragraaf 22:
22. Before being sent to the Democratic Republic of the Congo, most recruits continued to transit through Gen. Ntaganda’s Hotel Bushokoro in Kinigi, Rwanda. During its visit to Bushokoro on 21 August 2012, the Group confirmed that the premises of the hotel, surrounded by a protection unit of the Rwandan armed forces, corresponded to the descriptions that former M23 soldiers had provided (see annex 19 to the present report).

En dit in de paragrafen 50, 84 en 85 van Annex 3:
50. Following the publication of the Addendum on 29 June 2012, the Group did visit Kinigi and specifically General Bosco Ntaganda’s hotel used for M23 recruitment, by the name of Bushokoro.55 The Group confirmed that the premises of Bushokoro correspond to the description provided by Rwandan ex-combatants of M23. An RDF protection force also surrounded the hotel and several individuals inside took photos of members of the Group.
84. Concerning the GoR’s violation of the sanction regime through failing to apply the assets freeze on General Bosco Ntaganda, the GoR claims that the documents for the house identified by the Group as belonging to Ntaganda in the Rwandan town of Gisenyi are not in Ntaganda’s name.97 However, the Group did not seek to obtain the land records from the GoR regarding General Ntaganda’s properties because the Group had previously established that Ntaganda has never held in his own name any of his extensive assets, including hotels, commercial businesses, vehicles, residences or bank accounts.
85. Furthermore, in an interview with Time Magazine published on 14 September 2012,98 Rwandan President Paul Kagame responded to a question about Ntaganda’s properties in Rwanda by saying, “So what? . . . I would not be bothered. We do not differentiate when it comes to money unless it is money that you killed people for or money that is questionable. But if you invest here, what’s the problem?” 

De hele discussie gaat over het feit dat Ntaganda eigenaar zou zijn van een huis en een hotel in Rwanda. Nu lijkt dit een wat academische discussie. Rwanda zegt dat Ntanganda de eigenaar niet is en de expertgroep zegt hierop dat hij formeel niet de eigenaar is, maar dat hij wel de eigenlijke eigenaar zou zijn. De status van het eigendom vind ik persoonlijk niet zo interessant, wat veel interessanter is dat dat hotel gebruikt zou zijn als doorvoerhaven van rebellen van Rwanda naar Congo. In de reactie van Rwanda zie ik hier niets over vermeld. Het lijkt erop dat Rwanda het in ieder geval niet tegenspreekt. Dat zou betekenen dat het wel klopt. 

Conclusie 

Rwanda heeft er voor gekozen om op de beschuldigingen in het addendum te reageren door middel van tien stellingen die zouden aantonen dat Rwanda onschuldig is. Aan deze reactie schort het een en ander. In de eerste plaats doordat er niet coherent op een duidelijke wijze wordt gecommuniceerd. Op drie plaatsen is de reactie te vinden en dan is die ook niet altijd identiek. Welke reactie is de juiste? De reactie bevat soms feitelijke slordigheden en dat komt het relaas ook niet te goede.  

Verder valt wat op te merken over de toon van de reactie. Deze komt een weinig zakelijk over. De reactie kan eerder omschreven worden als hooghartig, arrogant. In ronkend taalgebruik wordt de beschuldiging van de hand gewezen. Men neemt termen als onbetwistbaar (‘incontrovertible’) in haar mond, terwijl men geen bewijsstukken overlevert die het tegendeel zouden aantonen. Het zou beter zijn geweest om gewoon op zakelijke wijze te beweren dat de beweringen niet juist zijn.  

De tien stellingen lijken ook wat willekeurig. Uit het addendum worden een paar krenten genomen en die worden bestreden. Deze krenten worden dan vervolgens ook nog een beetje op knullige wijze aangeleverd, met als gevolg dat de beweringen niet als zeer betrouwbaar overkomen. Zouden ze bedoeld zijn als een eerste reactie om door middel van overtreffende trap de tegenstander te overbluffen?  

De reactie is ten slotte nog als ambigu aan te merken. Als hoofdreactie heeft men de tien stellingen, maar als bijlage bij de tien stellingen zit ook nog een heel uitgebreid rapport. Daarin wordt eerst een heleboel hoofstukken gewijd aan de legitimiteit van de expertgroep, voordat op de feitelijkheden wordt ingegaan. Het geheel wordt ook afgesloten met een conclusie, die natuurlijk luidt dat Rwanda onschuldig is. Rwanda had beter dit document kunnen inzetten als officiële reactie, ook al worden hierin ook lang niet alle beschuldigingen behandeld. 

De beschuldigingen van de expertgroep bestaat voornamelijk uit getuigen die beweren dat bepaalde zaken hebben plaatsgevonden. Dat is natuurlijk altijd moeilijk te bestrijden met keihard tegenbewijs. Door de wijze waarop Rwanda heeft gereageerd lijkt het haast wel of Rwanda het allemaal niet zo serieus heeft genomen. Gewoon tien stellingen deponeren en daarmee de kous afdoen. Voorlopig is de zaak ook afgedaan, want sinds het definitieve rapport van expertgroep is er niet veel meer gebeurd.

donderdag 7 februari 2013

Tin, tungsten en tantalum (Tin, wolfraam en tantalium)

Op donderdag 31 januari ben ik naar een seminar geweest met de titel: ‘Het conflict in oostelijk Congo en mijnbouw: zijn er lokale oplossingen mogelijk?’ Georganiseerd door het African Studies Centre (ASC), IKV Pax Christi (mijn oude werkgever) en het Ministerie van Buitenlandse Zaken (BuZa). Het seminar vond plaats in de Malietoren, vlak tegenover het gebouw van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.


Mijn interesse voor dit seminar betreft voornamelijk de invloed van Rwanda op de erbarmelijke situatie in het oosten van de Democratische Republiek Congo (DRC). Daar zijn veel meningen over en ik was benieuwd of het hier ook ter sprake zou komen en wat dan de mening zou zijn van deze experts. 

Het zou om twee uur beginnen en zo rond die tijd was het ook al aardig volgelopen. Ik denk dat er uiteindelijk zo’n vijftig mensen het seminar hebben bijgewoond. Het werd geopend door de voorzitter Bengt van Loosdrecht (BuZa), hij was een op laatst opgeroepen vervanger van de oorspronkelijk beoogde voorzitter Ton Dietz, de directeur van het ASC. Zijn voorkomen had iets van de ouderwetse diplomaat; deftig, gereserveerd, afstandelijk. 
 
 
Het woord werd gegeven aan de eerste spreker Koen Vlassenroot. Zijn bijdrage had de titel ‘Conflict, politieke economie en de rol van de grondstoffen exploitatie in Oost Congo’. Hij ging in op de veelvuldig aangehaalde these dat de conflicten in het oosten van de DRC worden veroorzaakt door de mijnbouw. Het verkrijgen van de macht over de exploitatie van de grondstoffen is de belangrijkste drijfveer voor het ontstaan van de diverse rebellengroepen. Zijn betoog hield in dat er zeker een verband is tussen de rebellie en de mijnbouw, maar dat het zeker niet de oorzaak ervan is. Volgens hem is de wanordelijke situatie rondom de mijnbouw eerder een symptoom. De oorzaak moet gezocht worden in het gebrek aan degelijk bestuur en verantwoordelijkheidsgevoel bij de autoriteiten in de DRC.  

Hij ging verder ook in op de vele initiatieven die er ook zijn om te komen tot eerlijker mijnbouw. Zijn kritiek hierop was dat er te veel van zijn, die allemaal langs elkaar heen werken. Hij noemde er een aantal. Het meest belovende vond hij het plan van de ICGLR (International Conference on the Great Lakes Region). Ik kan me herinneren dat ik het bord van deze organisatie wel eens ergens heb zien staan in Kigali. Deze organisatie van elf landen in de regio heeft een Regional Certification Mechanism (RCM) in het leven geroepen. De focus van dit mechanisme is conflictvrije mijnbouwexploitatie, transparantie en het verbeteren van de werkomstandigheden. Dit zou dan moeten gebeuren door certificatie, inspectie, douane en audit. Het probleem van dit initiatief is dat maar moeilijk uit de startblokken kan komen. Met elf deelnemende landen, allen met hun eigen belangen, zal dat ook zeker niet meevallen. 

Verder betoogde hij dat ze soms een averechts effect hebben, zoals de Dodd-Frank Act. Deze wet behelst onder andere een embargo van allerlei grondstoffen uit de DRC. Dit embargo zorgt ervoor zorgt dat ook de goedwillende mijnwerkers worden getroffen en hun inkomsten kwijtraken en als gevolg daarvan naar de wapens gaan grijpen.  

Ook gaf hij aan dat de relatie tussen illegale mijnbouw en rebellie er slechts gedeeltelijk is. Als voorbeeld noemde hij de FDLR (Forces Démocratiques de Libération du Rwanda). Deze rebellenorganisatie van de oude genocidairs uit Rwanda is maar voor 30 % afhankelijk van de illegale mijnbouw. De rest van de inkomsten komt uit belastingheffing en de productie van houtskool en marihuana. Door het afsnijden van de inkomsten uit de mijnbouw wordt er echt niet voor gezorgd dat de rebellenorganisaties geen inkomsten meer hebben. 

Tenslotte gaf Vlassenroot aan dat dit allemaal schijnoplossingen zijn. Door certificatie kun je ervoor zorgen dat een bepaald kanaal van mijnwinning tot consument helemaal zuiver is. Maar dat zorgt er alleen maar voor dat de producent zijn westerse consument kan verzekeren dat deze een product in huis heeft gehaald dat helemaal verantwoord is. Het is er eigenlijk ten behoeve van de westerse producent. Ondertussen is er parallel aan dit kanaal nog heel veel ellende bij allerlei mijnbouw die niet onderworpen is aan deze certificatie. 

De tweede spreker is Joost van Puijenbroek van IKV Pax Christi. Zijn bijdrage gaat over de mijnbouw in Ituri. Dat is de provincie in de DRC die ten noorden van de beide Kivu provincies ligt. Hij vertelt hoe over de rebellengroepen in deze regio en hoe de mijnbouw daar in elkaar zit. Zijn betoog gaat voornamelijk over de delfstof goud. Dat er sprake is van grote internationale mijnbouwmaatschappijen zoals AngloGold Ashanti en van vele duizenden artisanale mijnbouwers, de ‘creuseurs’ die met een schop en pikhouweel op zoek gaan naar de kostbare ertsen. De ‘creuseurs’ bevinden zich vaak op onbereikbare plaatsen, het kost vijf dagen te voet om er te komen. Hij vertelt over de tegenstrijdige belangen die er zijn tussen deze groeperingen.  

De derde spreker is Ken Matthysen van IPIS (International Peace Information Service). Ik heb zijn bijdrage niet zo goed kunnen volgen, maar het ging over conflictvrije mineralen. En het werd me ook duidelijk dat met deze mineralen de zogenaamde ‘3Ts’ en goud werden bedoeld. In de loop van de middag zou de term ‘3Ts’ nog regelmatig vallen. Ik hoorde deze term hier voor het eerst, maar nu weet ik ook wat het inhoudt. 

De term ‘3Ts’ staat voor de drie ertsen die in het Engels met de letter t beginnen, namelijk tin, tungsten en tantalum. In het Nederlands is het tin, wolfraam en tantalium. Helaas beginnen deze in het Nederlands niet allemaal met de letter t. In het periodiek systeem heeft tin het symbool Sn en heeft het atoomnummer 50. Het symbool van wolfraam is W en het atoomnummer is 74. Tantalium is Ta en het atoomnummer 73. Tantalium is onderdeel van het mineraal tantaliet ((Fe,Mn)(Ta,Nb)2O6) en dit vormt samen met columbiet het befaamde erts coltan. Uit coltan wordt tantalium gehaald en dat wordt gebruikt voor mobiele telefoons, spelcomputers, pc’s en laptops.  

De laatste spreker was Pim Kraan. Namens BuZa is hij bezig geweest met de ondersteuning van een initiatief om conflictvrije tin te verkrijgen in het westen. Het project heeft Conflict-Free Tin Initiative (CFTI). Door de Dodd-Frank Act was het in feite onmogelijk geworden om tin te exporteren uit het oosten van DRC. Alle tin werd in feite als besmet beschouwd. In de Kalimbi mijn in Zuid Kivu wordt het mineraal cassiteriet (SnO2) gedolven door 3.000 mijnwerkers. Dit mineraal wordt via allerlei tussenhandelaren naar een commerciële exporteur gebracht, die het vervolgens exporteert naar Maleisië, waar het verwerkt wordt tot tin door de Malaysia Smelting Corporation Berhad (MSC). Ondertussen wordt alles gelabeld in London en wordt het via steekproeven door Duitse geologen gecontroleerd in Bujumbura. Aan de samenstelling van de grondstof is door deze geologen te allen tijde te bepalen wat de herkomst hiervan is, met een nauwkeurigheid van een vierkante kilometer. Van elk stukje cassiteriet is vast te stellen uit welke mijn deze afkomstig is. 

Dit initiatief sluit naadloos aan met het betoog van Koen Vlassenroot. Het is natuurlijk een prachtig initiatief, maar het is natuurlijk een druppel op een gloeiende plaat. Dit hele kleine stukje van mijn tot consument is gegarandeerd conflictvrij. Maar al het delven van al die andere tin dat niet conflictvrij is gaat gewoon door. Verder moet over de arbeidsomstandigheden in de mijn ook niet al te rooskleurig worden gedacht. In de presentatie werd een plaatje getoond van de mijn. Het was een delta van meanderende modderige beekjes waar de ‘creuseurs’ met zeer eenvoudige middelen bezig zijn om tin te winnen.  

De vier heren hadden hun bijdrage geleverd. Het was tijd voor pauze. Tot nu toe was het nog nauwelijks gegaan over Rwanda. Na de pauze zou dat toch lichtelijk veranderen. Na de pauze was er gelegenheid voor het publiek om vragen te stellen. 

De eerste vraag werd gesteld aan de heer Kraan. Het was een heel eenvoudige vraag. De vragensteller vroeg hoe de tin fysiek van de Kalimbi mijn terecht kwam in Maleisië. Maar het leek wel of hij deze vraag niet wilde antwoorden. Tot twee maal gaf hij een verdere toelichting op het project. Vervolgens greep een ander panellid in en die zei dat het cassiteriet via Goma, Gisenyi, Kigali via Uganda en Kenia in de haven van Mombasa werd vervoerd om daar naar Maleisië te worden verscheept. Het leek er gewoon op dat de heer Kraan niet wilde vermelden dat de grondstof door Rwanda heen werd vervoerd. Ik denk dat hij bang was om enige connectie met Rwanda te laten zien. 

Vervolgens kwam een Congolees aan het woord. Hij vroeg aan de zaal of iemand bezwaar had dat hij zijn vraag in het Frans stelde. Slechts een mevrouw stak haar hand op, dat belemmerde hem niet om toch zijn betoog in het Frans te doen. Hij nam uitgebreid het woord, op een manier zoals Afrikanen dat goed kunnen. De orale traditie zal er wel voor gezorgd hebben dat hij een betoog van wel vijf minuten deed. Mijn Frans is niet goed genoeg, dus ik kon het niet volgen, maar hoorde wel regelmatig te woorden ‘congolais’, ‘rwandais’ en Kagame. 

De eerste reactie was van de voorzitter van het seminar, de heer van Loosdrecht. Zijn antwoord was ook in het Frans, wederom kon ik het niet goed volgen, maar het klonk allemaal niet zo spannend, eerder een beetje ambtelijk. Vervolgens kwam Koen Vlassenroot aan het woord, gelukkig in het Nederlands. Hij zei het volgende: “Alle problemen in de DRC zijn niet te wijten aan Kagame. Natuurlijk is er sprake van pogingen van Rwanda om controle uit te oefenen op de DRC. Het fundamentele probleem zit echter op nationaal niveau, de complete afwezigheid van verantwoordelijk bestuurskader. Ik word een beetje moe van het feit dat de Congolezen geen eigen verantwoordelijkheid nemen. De sterkte van Kagame wordt grotendeels veroorzaakt door de zwakte van de Congolezen.” Duidelijke woorden. 

De volgende vraag ging over de kosten van het project van de Kalimbi mijn. De onderliggende vraag is natuurlijk of het hele project wel rendabel genoeg is. De heer Kraan legde uit dat de kosten niet hoger zijn dan andere tinwinning, deze tin kon dus gewoon de concurrentie op de wereldmarkt aan. In dit project wordt door ontwikkelingssamenwerking gedurende drie jaar ondersteund voor € 1.000.000 voor onder andere het aanschaffen van scanapparaten, maar na die drie jaar moet het project op eigen benen kunnen staan en in staat zijn om conflictvrije tin aan te beiden tegen een concurrerende prijs. 

De groeiende invloed van China op Afrika kwam ter sprake, en dan specifiek op de DRC. In de DRC is geen fatsoenlijk wegennet, de Chinezen zijn bezig om daarin te investeren. Nederland heeft nauwelijks een ontwikkelingsrelatie met de DRC, dus kan daar geen bijdrage in leveren. Door het ontbreken van wegen is het natuurlijk dat de handelsrelatie van het oosten van de DRC gericht is op het oosten en niet naar het westen. Daardoor verdienen alle landen ten oosten eraan in plaats van de DRC zelf. Daarbij werd nog probleem van de belastingen aangestipt. In de DRC is de uitvoerheffing meer dan 5 %, terwijl die in omliggende landen, zoals Uganda minder dan 1 % is. Dan is men natuurlijk geneigd om de grondstoffen illegaal het land uit te smokkelen om deze zodoende vanuit een aangrenzend land uit te voeren.  

Van een Congolees kwam een beschuldiging aan het adres van Rwanda dat het geen grondstoffen heeft en toch een grote exporteur is. In algemene zin antwoordde Vlassenroot hierop dat de export van coltan uit Rwanda bestaat uit 1) gesmokkelde waar uit de DRC, 2) Rwandese winning in de DRC op legale wijze en 3) in Rwanda zelf geproduceerde grondstoffen. Hij verbond echter geen percentages aan zijn gemaakte driedeling. 

Aan het eind van het vragenuurtje waren er nog opmerkingen over het ontstaan van M23. Hij betoogde dat het integreren van een rebellenleger in het reguliere leger nooit zal gaan werken, dat dat dus nooit meer gedaan zou moeten worden. Dat het vredesproces ook veel te veel van bovenaf is opgelegd, en dat dat ook niet werkt. Het zou in ieder geval van onderuit moeten komen, maar gaf daarbij aan dat het onzeker is of dit wel zal werken. Dat klonk niet erg hoopvol. 

Het was vijf uur geworden en tijd voor de borrel. Het was een zeer interessante middag waarin ik veel geleerd heb over de mijnbouw in het oosten van de DRC en ook nog wat meer te weten ben gekomen over de invloed van Rwanda op deze regio.

 

 

maandag 28 januari 2013

M23

Hoe zit het nu met M23? Wordt deze rebellenorganisatie nu gesteund door Rwanda of niet? Hoe kun je er nu achter komen hoe het werkelijk in elkaar zit? Wie spreekt de waarheid? Of is de waarheid een te moeilijk begrip voor deze kwestie.  

M23 is de afkorting van ‘Mouvement du 23-Mars’. De beweging van 23 maart verwijst naar de datum van 23 maart 2009, de dag dat de CNDP (Congrès National pour la Défense du Peuple) een verdrag heeft ondertekend met de regering van de Democratische Republiek Congo (DRC).  

De CNDP was een rebellenleger dat actief was in het oosten van de DRC vocht tegen het Congolese leger en tegen de FDLR (Forces Démocratiques de Libération du Rwanda), dat is de rebellenorganisatie van de Hutu’s uit Rwanda, gelieerd aan het genocidaire regiem van 1994, en die na de genocide zijn gevlucht naar het land dat toen nog Zaire heette. De CNDP stond onder leiding van Laurent Nkunda, een Tutsi uit de DRC. Nkunda is geen lekkere jongen en is beschuldigd van oorlogsmisdaden. Op 22 januari 2009 is hij gearresteerd door de regering in Rwanda. In een deal tussen de DRC en Rwanda is dat geregeld. Nkunda schijnt nog steeds gevangen te zitten in afwachting van zijn proces. 

Vlak voor de arrestatie van Nkunda is de leiding van de CNDP in handen gekomen van Bosco Ntaganda, een Tutsi uit Rwanda. De arrestatie van Nkunda en de overname door Ntaganda staan niet helemaal los van elkaar. Ntaganda is ook geen lekkere jongen, want ook hij wordt gezocht voor oorlogsmisdaden. Maar dat belette hem niet om de koers van de CNDP te verzetten. Voortaan zou het samen met het Congolese leger ten strijde trekken tegen de FDLR en ook Rwanda steunde deze nieuwe koers. De samenwerking werd dusdanig geïntensifieerd dat op 23 maart 2009 een verdrag werd ondertekend dat de CNDP een onderdeel werd van het Congolese leger. 

Iedereen blij, een vredesverdrag tussen de regering van de DRC en een belangrijk rebellenleger in het oosten van het land. Het leek zo mooi, Maar de praktijk is natuurlijk veel weerbarstiger. Een rebellenleger integreren in een regulier leger dat gaat zo maar niet. Dan kan dus ook niet goed gaan, toch heeft het nog ruim drie jaar geduurd. 

Maar in april 2012 was het voorbij. Zo’n 300 soldaten, voornamelijk oorspronkelijk van de CNDP, waren het zat, gingen het reguliere leger weer uit en begonnen een nieuwe rebellengroepering genaamd M23. Ntaganda werd van stal gehaald en is nu de leider van deze groep. M23 bivakkeert in het oosten van de DRC ten noorden van Goma, in het gebied op de grens tussen de DRC, Rwanda en Uganda. 

Wat wil deze M23? Officieel hebben ze natuurlijk een heleboel mooie eisen. Om te beginnen dat het vredesverdrag van 23 maart 2009 daadwerkelijk wordt uitgevoerd. En daarnaast nog allerlei mooie zaken zoals democratie en mensenrechten. In werkelijkheid willen ze gewoon een eigen stukje land waar ze kunnen doen en laten wat ze willen. In november 2012 hebben ze voor een paar dagen Goma even ingenomen, zonder ook maar tegengewerkt te worden door het Congolese leger of door de troepen van de Verenigde Naties, alleen maar om even te laten zien waartoe ze in staat zijn. Het Congolese leger is natuurlijk een zooitje en de troepen van de Verenigde Naties mogen alleen toekijken. 

M23 is een ordinaire rebellenbeweging dat dood en verderf zaait in het oosten van de DRC. Wat te doen om dit groepje te stoppen? De beschuldiging is nu dat Rwanda de M23 ondersteund met geld en materieel. Alleen Rwanda ontkent in hevige mate dat ze er iets mee te maken heeft.  

Wat zou het belang van Rwanda kunnen zijn om M23 te steunen? Allereerst misschien de meest legitieme, namelijk de strijd tegen de FDLR. De FDLR is weliswaar niet enorm sterk, het lijkt me onmogelijk dat ze Rwanda kunnen binnenvallen, maar ze zijn wel irritant voor Rwanda. Vanuit de DRC zorgt de FDLR regelmatig voor speldenprikjes door aanslagen te plegen. Het Congolese leger is te zwak om hier iets tegen te ondernemen en ze heeft er waarschijnlijk ook niet zo veel zin in. M23 trekt wel ten strijde tegen de FDLR en men zegt dat Rwanda soms haar eigen militairen levert om hen daarbij te ondersteunen. 

De andere redenen zijn veel minder legitiem. Zodra M23 zijn gang gaat zal de DRC altijd een zwakke staat blijven. En zolang dat het geval is, kan Rwanda natuurlijk opereren als een sterkte staat in de regio. M23 moet in de ogen van Rwanda ook niet te sterk worden, want dat kan ervoor zorgen dat er tegenkrachten komen. Dat kun dus een reden zijn om M23 te steunen tot het punt dat ze lastig zijn voor de DRC. 

Het oosten van de DRC zit vol met natuurlijke grondstoffen. Men beweert dat deze grondstoffen massaal door Rwandese maatschappijen uit de grond worden gehaald om vervolgens verhandeld te worden over de gehele wereld. Dat kan doorgaan net zo lang het Congolese leger niet in staat is om hier tegen op te treden. Zolang M23 of aanverwante groeperingen onrust veroorzaken, is het gemakkelijker voor Rwanda om door te gaan met haar activiteiten. 

De DRC is een enorm land. Een stad als Goma in het oosten is meer dan 1.500 kilometer verwijderd van de hoofdstad Kinshasa. Per weg is er helemaal geen verbinding. Dat kan alleen met het vliegtuig, of het heel veel moeite over de rivier de Congo. Voor Goma is Kigali in Rwanda of Kampala in Uganda veel dichterbij. De mensen die in het oosten wonen zijn heel anders dan die in het westen wonen. Er zijn geruchten dat de beid Kivu provincies in het oosten van het land zich wel willen afscheiden van de DRC. M23 kan hieraan natuurlijk een bijdrage leveren. Officieel zal Rwanda dat niet bevestigen, maar een nieuwe staat met een hoog Tutsi-gehalte als westelijke buurman zouden ze vast niet erg vinden. 

Al met al genoeg redenen om M23 een beetje te steunen, maar al met al nog meer redenen om dat natuurlijk niet toe te geven. En of ze het werkelijk doen, dat is nooit met zekerheid te zeggen. De rapporten van de ‘Group of Experts on the Democratic Republic of the Congo’ zeggen dat Rwanda wel deze steun geeft. Rwanda beweert dat deze groep bevooroordeeld is. Wat is nu de waarheid?

 

zaterdag 26 januari 2013

Group of Experts on the Democratic Republic of the Congo


De ‘Group of Experts on the Democratic Republic of the Congo’ heeft in 2012 een vernietigend rapport uitgebracht over de bemoeienissen van Rwanda in de Democratische Republiek Congo (DRC). Wat houdt deze expertgroep in en wat is haar taak? Waar komt deze vandaan?

In 2003 is door de Verenigde Naties een eerste resolutie aangenomen betreffende het verbod op militaire steun aan buitenlandse en binnenlandse troepen die actief zijn in de DRC. Dit was resolutie 1493 en omvat de volgende omschrijving: ‘Decides that all States shall, for an initial period of 12 months, take the necessary measures to prevent the direct or indirect supply, sale or transfer of arms and any related material, and the provision of any assistance, advice or training related to military activities, to all foreign and Congolese armed groups and militias operating in the territory of North and South Kivu and of Ituri, and to groups not party to the Global and All-inclusive agreement, in the Democratic Republic of the Congo.’
 
Een resolutie in natuurlijk prachtig, maar dat betekent natuurlijk nog niet dat er daadwerkelijk iets gaat gebeuren. Daarom is in 2004 een volgende resolutie aangenomen om het wapenembargo wat meer inhoud te geven onder andere door het instellen van de eerdergenoemde expertgroep. Resolutie 1533 heeft de volgende inhoud: ‘Establishes a Sanctions Committee to oversee the arms embargo imposed by resolution 1493 (2003) and a Group of experts to gather and analyze all relevant information in the Democratic Republic of the Congo (DRC), countries of the region and, as necessary, in other countries, connected to flows of arms and related materiel, as well as networks operating in violation of the arms embargo.’
 
Sindsdien bestaat er dus de ‘Group of Experts on the Democratic Republic of the Congo’. Sindsdien zijn er nog veel meer resoluties aangenomen met betrekking tot de DRC. Ik tel er zestien.  

De expertgroep heeft in 2004 haar eerste rapport uitgebracht. Deze ging over wat er terecht gekomen is van resolutie 1533. Vervolgens zijn er nog veel meer rapporten verschenen. Soms voorafgegaan door een interim rapport, maar altijd resulterend in een eindrapport betrekking hebbend op een resolutie van de Verenigde Naties. In totaal zijn inmiddels al elf eindrapporten verschenen. Het laatste rapport gaat over resolutie 2021.  

De ‘Group of Experts on the Democratic Republic of the Congo’ bestaat uit zes personen en staat onder leiding van Steven Hege. Er zit zowaar ook een Nederlander in, namelijk Ruben de Koning. Geen idee wat zijn achtergrond en zijn expertise op grond waarvan hij zitting mag nemen in dit gezelschap. 

Op 21 juni 2012 heeft deze groep een eerste interim rapport gemaakt inzake resolutie 2021. Hierin wordt in algemene bewoordingen gesproken over de situatie in de DRC. Maar op 27 juni 2012 verschijnt er al een addendum bij dit rapport. Dit addendum gaat specifiek over de rol van Rwanda, want het heeft de volgende titel: ‘Addendum to the interim report of the Group of Experts on the Democratic Republic of the Congo (S/2012/348) concerning violations of the arms embargo and sanctions regime by the Government of Rwanda’. Ik vraag me af waarom dit in zo’n apart addendum is verwoord. Waarom is dit niet gewoon opgenomen in het interim rapport? Bevat het te gevoelige informatie?  

Het zijn vele bladzijden en in totaal betreft het 58 paragrafen. Een van de paragrafen bevat de volgende tekst.  

2. Since the outset of its current mandate, the Group has gathered evidence of arms embargo and sanctions regime violations committed by the Rwandan Government. These violations consist of the provision of material and financial support to armed groups operating in the eastern Democratic Republic of the Congo, including the recently established M23, in contravention of paragraph 1 of Security Council resolution 1807 (2008). 2 The arms embargo and sanctions regimes violations include the following:

• Direct assistance in the creation of M23 through the transport of weapons and soldiers through Rwandan territory

• Recruitment of Rwandan youth and demobilized ex-combatants as well as Congolese refugees for M23

• Provision of weapons and ammunition to M23

• Mobilization and lobbying of Congolese political and financial leaders for the benefit of M23

• Direct Rwandan Defence Forces (RDF) interventions into Congolese territory to reinforce M23

• Support to several other armed groups as well as Forces armées de la République démocratique du Congo (FARDC) mutinies in the eastern Congo

• Violation of the assets freeze and travel ban through supporting sanctioned individuals.3

 Een ander paragraaf heeft de volgende inhoud.

16. Former M23 combatants from Rwanda stated that the main transit point for recruitment is the RDF position at Kinigi, where recruits are regrouped and sent to the Democratic Republic of the Congo (see image 4). This pattern has also been independently confirmed by Congolese intelligence services and a former RDF officer. According to some of the recruits, they often receive a meal in Hotel Bishokoro, which belongs to General Bosco Ntaganda and his brother at Kinigi. Afterwards, RDF soldiers escort large groups of new recruits to the border and send them into the Democratic Republic of the Congo. 

Rwanda heeft ook officieel gereageerd op de beschuldigingen in het addendum. Het stuk is gedateerd op 7 augustus 2012 en heeft de titel ‘RWANDA’S RESPONSE TO THE ALLEGATIONS CONTAINED IN THE ADDENDUM TO THE UN GROUP OF EXPERTS INTERIM REPORT.’ Bij dit antwoord zit onder andere bijlage met precies dezelfde titel, waarin veel uitgebreider wordt ingegaan op een aantal zaken.

De uitgebreide versie heeft ook een conclusie en die luidt als volgt:

54. Rwanda, more than any other country, has invested a lot of efforts to preserve peace in Eastern DRC especially since 2009. The GoR deplores the hasty publication of the addendum to the GoE interim report prior to discussions with the GoR and accused officials. As noted above, any formal consultation with the GoR would have either invalidated the need for the addendum or significantly alter its content that has misled the international community caused considerable damage to the Government of Rwanda. It is clear from the evidence provided on each of the allegations above that the GoE chose to ignore their own stated methodology and evidentiary standards and instead relied on compromised and inaccurate sources with total disregard for the basic principles of fairness and integrity. It might not be possible to reverse the tremendous damage already caused by the addendum to the GoR and International Community by the addendum to the interim report It is however expected that the contextual perspectives, clarifications, factual corrections and material evidence provided to the GoE during their recent visit to Rwanda will lead to better informed, more accurate, and fairer conclusions in the report’s final version.
 
55. As earlier observed, the GoR views the allegations in the addendum as illegitimate given the process leading to its compilation, flawed procedures and the inaccurate evidence presented to support the allegations. The GoE’s addendum to the interim report, and anyt decisions that builds on it should therefore, be treated publicly and privately as biased and devoid of integrity.  

56. The GoR remains committed to the ongoing process of seeking durable solutions to political issues in Eastern DRC including dialogue and reintegration of armed groups as well as the neutralization and/or repatriation of negative forces currently operating in the region. 

In de uitgebreide versie staat niets vermeld over het hotel in Kinigi. Maar in de korte versie komt deze wel ter sprake. Op zijn minst bijzonder dat dit niet vermeld staat in de uitgebreide versie. De weerlegging van de tiende beschuldiging ziet er als volgt uit:  

Allegation 10. Bosco Ntaganda-owns property in Rwanda

Rebuttal: Investigations on the claim of a house belonging to Ntaganda indicate that the house presented as image 15 in the addendum is actually owned owned by Mr. Innocent Ndagano alias “Cent Kilos”. Further allegations that Hotel Bushokoro located at Kinigi is co-partially owned by Gen. BoscoNtaganda is proved wrong because the property is actually owned at 50% each by Mr. Enock Munyajabo and his wife Mrs. NyiramanaKesie. it is therefore categorically false to claim that the properties belong to BoscoNtaganda.

Evidence: The certificate of registration of epithetic lease title No. UPI 3/03/04/05/217 is available at Annex J to this submission under the certificate of registration of epithetic lease title No. UPI 4/03/07/03/329 is at Annex Kto this submission.

Dit is natuurlijk wel een heel grappige weerlegging. In de reactie wordt beweerd dat de broers Ntanganda niet de eigenaars zijn van het hotel. Dat is natuurlijk niet de ware aard van de beschuldiging. Het hotel zou dienst doen als verzamelplek van Rwandese krijgers voordat ze naar de DRC gaan om zich aan te sluiten bij M23.

Op 15 november 2012 is het definitieve rapport uitgebracht door de expertgroep. Deze keer zijn de beschuldigingen in de richting van Rwanda wel opgenomen in het uiteindelijke rapport. De reactie van Rwanda heeft niet gezorgd voor een wezenlijke verandering van de mening van de expertgroep.Dit is de conclusie van de groep.

The eastern Democratic Republic of the Congo remains plagued by dozens of foreign and national armed groups. Instability has increased since the mutiny by former members of the Congrès national pour la défense du peuple and the subsequent creation of the Mouvement du 23 mars (M23) earlier in 2012. The rebels expanded their control over Rutshuru territory with extensive foreign support in July 2012 and have recently taken advantage of an informal ceasefire to enhance alliances and command proxy operations elsewhere. 

The Government of Rwanda continues to violate the arms embargo by providing direct military support to the M23 rebels, facilitating recruitment, encouraging and facilitating desertions from the armed forces of the Democratic Republic of the Congo, and providing arms, ammunition, intelligence and political advice. The de facto chain of command of M23 includes Gen. Bosco Ntaganda and culminates with the Minister of Defence of Rwanda, Gen. James Kabarebe. Following the publication of the addendum to its interim report  S/2012/348/Add.1), the Group met the Government of Rwanda and took into consideration its written response. The Group has, however, found no substantive element of its previous findings that it wishes to alter.

In 29 paragrafen wordt meer gedetailleerd ingegaan op de materie. Dat zijn er in ieder geval minder dan wat er in de appendix heeft gestaan. Hier is een voorbeeld. 

22. Before being sent to the Democratic Republic of the Congo, most recruits continued to transit through Gen. Ntaganda’s Hotel Bushokoro in Kinigi, Rwanda. During its visit to Bushokoro on 21 August 2012, the Group confirmed that the premises of the hotel, surrounded by a protection unit of the Rwandan armed forces, corresponded to the descriptions that former M23 soldiers had provided (see annex 19 to the present report). 

Grappig dat het hotel in de definitieve versie Hotel Bushokoro in plaats van Hotel Bishokoro heet.

Het lijkt erop dat men in het interim rapport Rwanda nog de kans heeft gegeven om een en ander recht te zetten, door de beschuldigingen aan Rwanda in een aparte appendix op te nemen. Klaarblijkelijk heeft Rwanda niet te behoefte gevoeld om officieel te reageren op de beschuldigingen. In Rwanda nemen ze gewoon de expertgroep niet serieus. Ze zeggen dat voorzitter Steven Hege een aanhanger is van de FDLR en daarom per definitie tegen Rwanda. 

Zo’n expertgroep, hoe wordt die nu samengesteld? Wie bepaalt wie er in komt? Welke zorgvuldigheid wordt er betracht bij het benoemen van de personen in deze commissie? Is het mogelijk een erebaantje? Mogelijk is het ook helemaal geen dankbare taak, want er worden rapporten volgeschreven, maar het is onduidelijk wat er verder mee gebeurt. 

Zestien resoluties en elf rapporten van de expertgroep. Al bijna tien jaar lang worden documenten gemaakt. En wat heeft het opgeleverd? Een enkele aanbeveling zal ongetwijfeld wel zijn opgevolgd of tot een resultaat geleid, maar dan is er op een andere plek wel weer een nieuw probleem ontstaan. In dit conflict wordt de ineffectiviteit van de Verenigde Naties toch maar weer vlekkeloos aangetoond. 

Rwanda voelt dat ook probleemloos aan. Haar politiek is het om het officieel zo veel mogelijk te negeren en verder alles te ontkennen. Vervolgens de auteurs van het document in diskrediet brengen en verder natuurlijk zinspelen op het feit dat men altijd Rwanda moet hebben om te beschuldigen. En dat lijkt te werken. 

Eind 2012 is Rwanda namelijk gekozen om zitting te nemen als tijdelijk lid in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Dat zal zijn voor de jaren 2013 en 2014. Het is toch wel bijzonder dat een orgaan van de Verenigde Naties in 2012 een vernietigend rapport uitbrengt over Rwanda en vervolgens wordt hetzelfde land gekozen in de Veiligheidsraad. Dat klopt toch ergens niet, of typeert dat nu Verenigde Naties? 

Als epiloog wil ik hier nog een toevoegen dat Rwanda een keer eerder tijdelijk lid is geweest van de Veiligheidsraad en dat was in 1994 en 1995. Laat dat nu de periode van de genocide zijn geweest. Laten we hopen dat de geschiedenis zich niet gaat herhalen.

woensdag 16 januari 2013

Sawa sawa sawaley

Nog niet zo lang geleden hoorde ik een stuk muziek wat me heel bekend in de oren klonk. Dit had ik eerder gehoord. In Rwanda had ik dit nummer heel vaak gehoord. Zo maar op straat, als ik langs een kapperszaak liep. Met een kapperszaak is namelijk onlosmakelijk verbonden dat er muziek wordt gespeeld, het liefst zo luid mogelijk. Een enkele keer ben ik in een discotheek geweest en daar kan het gespeeld zijn, bijvoorbeeld in de New Cadillac Nightclub. Of bij feestjes bij mensen thuis, ik denk dat het bijvoorbeeld vast wel op mijn afscheidsfeestje is gespeeld. Of in een gewone bar als de televisie niet aanstond voor een wedstrijdje Engels voetbal.  

Na enig spitwerk ben ik erachter gekomen dat het ‘I gotta feeling’ van de Black Eyed Peas was. Dat is een lied dat al gemaakt is in 2009 en dat ik natuurlijk allang had kunnen kennen, maar waarschijnlijk was ik er toen niet ze heel erg mee bezig. In Nederland was het zelfs een nummer 1 hit in 2009, maar ik heb het lied pas leren waarderen in 2011 in Rwanda.  

Ik vroeg me welke liedjes me nog meer aan Rwanda deden herinneren. Voor het eerste gedeelte van het jaar was dat natuurlijk ‘Bella’ van de Dream Boyz ft Kitoko. De Dream Boyz heb ik ook maar liefst drie keer zien optreden. Ik heb ze gezien bij Kwita Izina, de bijeenkomst waar de in dat jaar geboren gorilla’s een naam krijgen.  

Daarnaast heb ik ze tweemaal gezien in verband met Primus Guma Guma Superstar. De eerste keer in de voorronde, toen ik nog geen idee dat het Primus Guma Guma Superstar betrof. Na meegedaan te hebben aan de Kigali Hash House Harriers stuitte ik zaterdagavond op weg naar huis op een grote menigte bij het Amahoro stadion. Daar heb ik de Dream Boyz voor het eerst gezien. Het was vrij regenachtig die avond, de helft van de tijd heb ik geschuild onder een afdak bij een apotheek in de buurt, met als gevolg dat ik ze meer gehoord dan gezien heb. Vervolgens heb ik ze ook nog gezien op de finale-avond van de Primus Guma Guma Superstar, waar alle deelnemers aan deze wedstrijd acte de présence hebben gegeven.  

Voor de tweede helft van het jaar 2011 geldt dat een ander lied het vaandel overgenomen. Het werd overal gedraaid en ook vooral meegezongen als het lied bij de regels ‘Sawa sawa sawaley’ aankwam. Ik had eigenlijk geen idee wie het zong, waar het overging en waar het vandaan kwam. De regels ‘Sawa sawa sawaley’ bleven maar in je hoofd hangen, ook omdat er gewoonweg niet aan te ontkomen was. Ik dacht natuurlijk ook dat het lied ‘Sawa sawa sawaley’ zou moeten heten, maar dit bleek echter niet het geval te zijn. Het lied bleek ‘Nwa Baby’ te heten en de artiest Flavour N’abania, afkomstig uit Nigeria.  

Nu blijkt dat het lied verre van origineel is, het is een remix van een heel oud nummer genaamd ‘Sawale’, gezongen door Rex Lawson, ook uit Nigeria. Deze artiest heeft dit nummer al in de jaren zestig opgenomen en het schijnt toen een enorme hit te zijn geweest in geheel Afrika en is daarna door nog heel veel andere artiesten opgenomen, waaronder dus Flavour N’abania.  

Als je het hele lied wilt meezingen, dan volgt hier de volledige tekst van ‘Nwa baby’: 

Nwa baby, nye me fege (7x)
Nwa baby, o kwa Nabania
I don hammer no be small, now it's
time to chop money
Somebody say Nabania
Na takwa ne fe omo wania
See the girls them plenty
Waka waka baby (oh yeah), wuru
wuru baby (oh yeah)
I go tell my mama, (oh yeah) I go
tell my papa (oh yeah)
And I go tell am say (oh yeah)
You be waka waka baby (oh yeah)
You be wuru wuru baby (oh yeah)
Corner corner baby (oh yeah)
Sango sango baby (oh yeah)
Para rara baby (oh yeah)
Oh baby sawaley
Sawa sawa sawaley (2x)
Ashawo
Kpokpotom kpomkpom, kporokotom
kpomkpom (2x)
Kpakolo kpa (3x), kpomkpom
Ojari kpokpo, ukwu nwa baby
Achukwu rege, kpom kpom
Ashawo, awusha
Awusha, ashawo
Ashawo, awusha, kpom kpom
Eh eh eh eh eh eh, kpom kpom
Oh baby Sawaley
Sawa Sawa Sawaley (2x)
Ashawo
Nwa baby, nye me fege (7x)
Nwa baby, wa Nabania
Na soso walka I come dey go
Everywhere I go, anai ti fe
All my guys where una dey
From here to saloon hotel
See the girls them plenty
Waka waka baby (oh yeah), wuru
wuru baby (oh yeah)
I go tell my mama, (oh yeah) I go
tell my papa (oh yeah)
And I go tell am say (oh yeah)
You be waka waka baby (oh yeah)
You be wuru wuru baby (oh yeah)
Corner corner baby (oh yeah)
Sango sango baby (oh yeah)
Para rara baby (oh yeah)
Oh baby sawaley
Sawa sawa sawaley (2x)
Ashawo
Kpokpotom kpomkpom, kporokotom
kpomkpom (2x)
Kpakolo kpa (3x), kpomkpom
Ojari kpokpo, ukwu nwa baby
Achukwu rege, kpom kpom
Ashawo, awusha
Awusha, ashawo
Ashawo, awusha, kpom kpom
Eh eh eh eh eh eh, kpom kpom
Oh baby Sawa lele
Sawa Sawa Sawale (2x)
Ashawo
Ala de no de, no de
Ala ala de no de, de no de, Ala
Ema na ala de no de, no de
Ala ala de no de, de no de, Ala
Ala mama
Wera kagi ji de a ala
Ala mama
Wero noge me jaya ala