zondag 17 april 2011

Fruitmannetje

Wij wonen vlak bij de markt van Kimoronko. Dat is enorme grote overdekte markt, waar van alles te krijgen is: kleding, televisies, souvenirs, huishoudelijke artikelen, etc. Er is ook vlees en vis te krijgen, alleen daar zijn we nog steeds niet aan begonnen, te onduidelijk hoe lang het er al ligt en dan er zijn de alom aanwezige vliegen op de etenswaar. Misschien over een paar maanden.

Nee, op de markt komen we vooral voor de groente en het fruit. Wilma en Marte kwamen er bijna elke dag. Marte had een favoriet plekje waar ze een lolly kon kopen. Op een gegeven moment kon ze het zelf al bestellen: “Lollipop, please”. Wilma had haar eigen fruitmannetje. Hij verkoopt passievruchten, mango’s en limoenen. Ook al hoefde Wilma geen etenswaar bij hem te kopen, dan werd ze altijd weer heel vriendelijk begroet door haar fruitmannetje Sabiti (0788875189).

Iedere verkoper heeft zo ze eigen specialiteiten. Om een gevulde boodschappentas te krijgen moet je dus verschillende kramen afgaan. De aardappelen kun je krijgen bij de aardappelafdeling, waar ze alleen aardappelen verkopen. De bananen bij de bananenafdeling. En de eieren zitten helemaal op het hoekje van de markt. Op een gegeven moment kom je telkens weer terug bij dezelfde verkoper. Ik heb dus inmiddels een eierenvrouwtje.

Het is niet duur op de markt en we doen eigenlijk ook niet veel aan afdingen. In het begin hebben we dat wel eens geprobeerd, maar dat had nooit veel succes, ze hadden zoiets van we doen het voor deze prijs of anders niet. We weten nu ook wel ongeveer wat de prijzen zijn, en als we een enkele keer onverwacht geconfronteerd worden met een iets hogere prijs, dan gaan we gauw naar de volgende. Over het algemeen worden dezelfde prijzen gehanteerd. Buiten de markt zijn ook nog verkopers, daar kan de prijs een enkele keer wel iets lager zijn.


Dit zijn de prijzen (800 Frw is ongeveer een euro) die er gemiddeld worden gehanteerd voor de dingen die we regelmatig op de markt hebben gekocht:
-          Passievruchten: 700 Frw per kilo, en er gaan ongeveer 26 passievruchten in een kilo. Marte is echt dol op passievruchten geworden in Rwanda, als ze kon kiezen, at ze er wel 10 op een dag. Bij aankoop zijn ze helemaal egaal rond, en in de loop van de tijd worden ze steeds meer gerimpeld, maar dan worden ze ook zoeter en lekkerder.
-          Mango’s: 800 Frw per kilo, en dat zijn er ongeveer 4.
-          Limoenen: 600 Frw per kilo.
-          Bananen: 400 Frw per tros. Dit zijn niet die grote bananen, maar de veel kleinere. Deze zijn veel zoeter en smakelijker.
-          Ananas: 500 Frw per stuk.
-          Boomtomaten: 1.000 Frw per kilo. In het Engels ‘tree tomatoes’, ze zien er een beetje als tomaten, maar zijn heerlijk zoetzuur. In Nederland heb ik deze vrucht nog niet gezien.
-          Mandarijnen: 1.000 Frw per kilo. Onduidelijk of deze uit Rwanda komen, of dat ze geïmporteerd zijn.
-          Avocado’s: 200 Frw per stuk. Dit geldt voor de grotere, de kleinere zijn 100 Frw per stuk.
-          Eieren: 60 Frw per stuk.
-          Aardappelen: 150 Frw per kilo.
-          Uien: 300 Frw per kilo. Dit zijn echt van die verse uien, gewone en rode, waar de tranen van in je ogen schieten. Maar wel heerlijk om zo te eten in de salade of bij een brochette.
-          Tomaten: 700 Frw per kilo. Geen ‘Wasserbomben’.
-          Paprika: 100 Frw per stuk. Ze hebben alleen de groene. De rode en gele hebben we niet gezien.
-          Boontjes: 500 Frw per kilo.
-          Wortelen: 500 Frw per kilo.

zaterdag 16 april 2011

Genocide overdenkingen

Ik ben deze dagen bezig om te lezen in een van de grote standaardwerken over de genocide in Rwanda: ‘The Rwanda Crisis, History of a Genocide’ van Gerard Prunier. In dat boek wordt van alle kanten belicht wat er gebeurd is voorafgaande aan die fatale dagen in april 1994 en het lijkt alsof het niet anders kan dan dat het moest eindigen in een genocide. En toch blijft het nog steeds niet goed te vatten hoe het mogelijk is dat buren elkaar opeens de hersens gingen inslaan.

Dat zoiets herdacht moet worden is duidelijk. Ook wij herdenken de Tweede Wereldoorlog nog steeds. Er worden vraagtekens gesteld bij de manier waarop. Door zo’n massa bijeenkomst in het stadion krijg je geen goede rouwverwerking, het zorgt eerder voor massahysterie. En de rest van het jaar wordt je geacht je mond erover te houden, want er moet gewerkt worden aan de toekomst van Rwanda. Dat zou ervoor zorgen dat alle woede en verdriet een jaar lang binnen gehouden moet worden, zodat het gedurende de Genocide Memorial Day en de bijbehorende week eruit mag komen.

Wat blijft opvallen is dat men zo blijft hameren op de bewoordingen ‘Genocide against the Tutsi’ en ‘Jenoside Yakorewe Abatutsi’. Het staat op alle banieren die deze dagen hangen in de straten. Het lijkt een soort mantra, de woorden genocide en Tutsi lijken onlosmakelijk met elkaar verbonden te zijn. Het woord Hutu hoor of zie je nergens. Als je nog van voor 1994 bent en toen door iedereen als Hutu werd beschouwd, hoe kijk je dan tegen deze hele herdenking aan. Ik kan me voorstellen dat dit geen evenement is, waar je jaarlijks naar uitkijkt. Als Tutsi heb je tenminste nog een identiteit; je bent slachtoffer. De Hutu is op zijn best identiteitsloos, op zijn slechts kun je je niet anders dan dader voelen. Of je nu iets gedaan hebt of niet.



En dit alles blijft wringen met het huidige standpunt van Rwanda: Er bestaan geen Hutu’s, Tutsi’s en Twa’s, wij zijn allen Rwandezen. Ik kan dat niet rijmen met de gekozen benaming van de herdenking. In Rwanda worden regelmatig mensen aangeklaagd voor ‘genocide ideology, revisionism and divisionism’ en ik vraag me af of de benaming ‘Genocide against the Tutsi’ juist niet zorgt voor ‘divisionism’, het benadrukken van verschillen die je nu niet meer wilt hebben.

Normaal ben je er helemaal niet mee bezig. Om je heen zie je alleen maar Rwandezen. Maar tijdens zo’n week ga je toch opeens anders denken. Zouden bij de bijeenkomst in het stadion alleen maar Tutsi’s zijn geweest? En zouden de mensen die de boel een beetje ontvluchten, zoals de voetbalkijkers in de Jambo Inn, allemaal Hutu’s zijn? Je gaat de kenmerken die aan de beide groepen worden toegeschreven er weer bij halen. Ik wil dat eigenlijk helemaal niet doen.

Het CNLG (Commission Nationale de Lutte contre le Génocide) is de organisator van de evenementen tijdens de herdenkingsweek. Dit jaar is haar slogan: ‘Upholding the Truth, Preserving our Dignity’. Niemand is tegen de waarheid, maar ja, welke waarheid? Het merendeel van de slachtoffers in de genocide waren Tutsi's, maar men heeft ook elke Hutu die tegenstader was van het regime willen vermoorden. Rechtvaardigt het grotere aantal slachtoffers (800.000 Tutsi's tegenover 30.000 Hutu's) de gekozen benaming? Misschien toch wel. En Rwanda is een trots land, het laat zich niet de les lezen door het buitenland, getuige ook de speech van Paul Kagame. Die slogan is er dus niet voor niets.

Er is ook hele specifieke genocide muziek tijdens de Genocide Memorial Week. Het is een beetje van die kwelige softpop. In de bars zie je en hoor je ze in videoclips op televisie en je hoort ze in de kapperszaken uit de radio. Ze zijn overal, er is geen ontkomen aan. Het is ook weer zo’n enorme tegenstelling: die lieflijke muziek en het spijkerharde onderwerp. Er is een lied dat je werkelijk overal hoort, namelijk ‘Twanze gutoberwa amateka’ door Kizito Mihigo. In dat lied vallen natuurlijk ook gelijk weer de woorden ‘Jenoside’ en ‘Abatutsi’ op. De zanger lijkt een heel bekende zanger te zijn in Rwanda, met dit lied heeft hij ook opgetreden tijdens de herdenkingen in het stadion, zowel ’s ochtends als ’s middags. Voor wie nieuwsgierig is geworden, hier zijn twee links:

Tenslotte wil ik nog even terugkomen op het boek van Gerard Prunier. Ik vind het haast beangstigend om dat boek te lezen. Sommige zaken die voor 1994 hebben geleid tot de genocide, gebeuren nu ook weer. Maar dan andersom. Een president die alleen formele tegenstand heeft van partijen die door zijn partij zijn ‘opgericht’. De grote gehoorzaamheid tegenover autoriteiten. Het bewerken van de bevolking door middel van berichtgeving via de Umuganda. Granaataanvallen op busstations door ‘tegenstanders’. Maar natuurlijk is het nu ook heel anders dan voor 1994. Toen was de situatie in het land heel instabiel, met een guerrilla leger op de loer in het grensgebied. En nu is het juist het stabielste land in heel Afrika. Toen was er een zeer verwerpelijk regime dat de onvoorwaardelijke steun had van een land als Frankrijk, en andere landen keken toe. Bij dit regime kun je kanttekeningen bij maken, maar het doet ook goede dingen. Er is veel buitenlandse steun voor Rwanda, maar er zijn ook kritische geluiden. Dus ik wil eindigen met de conclusie dat ik geen pessimistische ideeën moet krijgen door de gelijkenissen. Waarvan acte!


vrijdag 15 april 2011

Genocide Memorial Week

De Genocide Memorial Week is voorbij. Woensdag was de laatste dag. Vanaf gisteren is alles weer normaal. Voorafgaand aan deze periode werden we ervoor gewaarschuwd. Gedurende de twee weken rond de Genocide Memorial Day zou heel Rwanda stil liggen. De winkels zouden dicht zijn, er zou niet meer worden gewerkt, het openbaar vervoer zou stilliggen, het zou verboden zijn om te lachen. Het grote advies was om weg te gaan uit Rwanda, om het hele gedoe maar te vermijden. Vele buitenlanders zijn zo rond deze twee weken dan ook op vakantie gegaan naar Uganda of Tanzania.

De werkelijkheid was natuurlijk anders. De dagen voorafgaand aan 7 april waren niet anders dan de dagen ervoor. De dag zelf van Genocide Memorial Day was natuurlijk wel heel anders, en dat is natuurlijk ook heel goed te begrijpen. Op sommige punten deed het wat denken aan onze 4 mei. De dagen daarna waren wel iets anders, maar niet heel erg. Er waren wat minder winkels open en het was gewoon wat rustiger op straat. De markt ging een paar uur eerder dicht dan anders, en de kapper op de hoek van de straat had nu rustige muziek in plaats van altijd van verre te horen luide uptempo klanken.

Er werd ook gewoon gewerkt, alleen ’s middags als er diverse herdenkingen zijn in de stad, dan hadden mensen de gelegenheid om daar heen te gaan. Bij de kantoren was het wel rustiger, maar zeker niet uitgestorven. Wij hebben ook van de gelegenheid gebruik gemaakt om maandagmiddag naar de ‘Genocide Exhibition’ te gaan. Dat was een wat beperktere presentatie van wat in het Kigali Genocide Memorial Centre staat, waar we al geweest waren, maar wat wel heel interessant was dat op video beelden werden getoond van de nieuwsuitzendingen van de BBC uit 1994 zoals die toen op onze televisie zijn verschenen.

Ik heb de indruk dat het herdenken in Kigali meer aanwezig is dan in de rest van Rwanda. Wij hoorde van mensen die tijdens 7 april niet in Kigali waren, dat het leven daar veel meer zijn gewone gang ging, terwijl het op die dag in de hoofdstad behoorlijk anders was. Een verklaring hiervoor zou kunnen zijn dat het aantal Tutsi’s in Kigali verhoudingsgewijs veel hoger is dan op het platteland en dat deze een veel groter belang hebben in het herdenken dan de Hutu’s in de provincie. Maar ook hier gaat het niet altijd van harte, getuige het verhaal dat een tuinman niet is komen opdagen, omdat hij door de Chief van zijn Umudugudu ’s morgens vroeg is opgeroepen om met zijn wijkgenoten in bussen te worden afgevoerd naar het stadion. Het stadion moest vol en dat was het ook!

Op dinsdag wilde ik ter afleiding graag even gaan kijken naar de Champions League wedstrijd van Manchester United tegen Chelsea. In ‘La Pirogue’ hebben ze altijd voetbalwedstrijden op een groot scherm, dus daar maar naar toe. Maar helaas, dat ging niet door, er werd uitgelegd dat die wedstrijd niet vertoond kon worden, omdat dat te veel plezier zou kunnen geven tijdens de Genocide Memorial Week. Dus dan op de naar de Jambo Inn, waar soms ook wel eens een voetbalwedstrijd te zien is. Ja hoor, het is inmiddels al begonnen, daar is de wedstrijd te zien, maar dan wel zonder geluid. Alle aanwezige mannen, zo’n tien in getal, zitten te kijken en proberen zo weinig mogelijk geluid te maken. Het voelt een beetje als een samenzwering. Ze blijken allemaal fan van Manchester United te zijn en als deze club scoort, wordt er gejuicht, maar dan zonder geluid. Een fascinerend gezicht, het is duidelijk dat de omgeving niet mag merken dat hier naar een voetbalwedstrijd wordt gekeken.

Het was gewoon een bijzondere week en het voelde goed om juist in deze week wel in Rwanda te blijven, om een beetje mee te krijgen van wat Rwanda is.

maandag 11 april 2011

De speech van Kagame

Dit stond in de New Times naar aanleiding van de speech van Kagame op 7 april.

The Rwandan spirit has prevailed – Kagame
By Edwin Musoni


President Kagame lights the flame at Gisozi GenocideMemorial site yesterday. (Photo J Mbanda)
KIGALI - President Paul Kagame, yesterday, said that the 1994 Genocide against the Tutsi was an attack on ‘Rwanda’s body’ of but the spirit of the nation never succumbed.
The President was speaking at the 17th commemoration of the 1994 Genocide against the Tutsi that took place at Amahoro National stadium “The country’s body was tortured and assaulted; the body succumbed, but the spirit prevailed.
It is that spirit that should fight on and that spirit should never be defeated, that is within our reach and means,” the President said.
He criticized the International community for double standards, saying that it is unacceptable to harbour Genocide suspects while at the same time attempting to impose lessons on human rights.
“Yes, it happened, and it is still happening because you have these genocidaires still roaming in the capitals of the world. It is from those capitals that we get a lot of lessons about human rights, rule of law and justice, yet they still have these criminals roaming there,” the President said.
Kagame called on the Rwandan people to treat the lessons and distortions with the contempt they deserve.
The President pointed out that some people have tried to shield Theoneste Bagosora, the architect the Genocide, from facing justice, because they were afraid that his trial would bring out facts about their own role in the Genocide against the Tutsi.
President Kagame went on to castigate individuals who peddle falsehoods about the country, saying that the lies or false image they attempt to portray about the country, only expose their true character.
He emphasized that Rwanda will continue to commemorate the Genocide, noting that remembering is important.
“If you don’t remember, history repeats itself, that’s the value of this commemoration,” Kagame said, adding that remembering should be the base for restoring the dignity that the Rwandan people were once denied.
The Head of State said that Rwandans deprived themselves of their self-respect when they allowed those who wanted to strip them of their dignity to succeed.
He called on the nation to do everything within its means to prevent Genocide deniers and revisionists from succeeding.
Dr. François Xavier Dusingizemungu, the president of IBUKA, the umbrella organisation of Genocide survivors associations, said that commemoration is the only time survivors get to connect with their departed ones and accord them due respect.
 “As we commemorate, we should re-focus on unity and reconciliation, fight against the Genocide ideology and revisionism …survivors should also struggle to ensure they live a better life,” Dusingizemungu said.
He added that the process of reparations is ongoing but countries that stood by as the Genocide occurred must contribute to the compensation of the survivors.
Dusingizemungu highlighted some of the results of the support to survivors.
He said that so far, 1613 survivors have completed their university education and more than 35,000 vulnerable survivors got decent homes.
Aline Umuhire-Juru, a Genocide survivor, gave a moving testimony about how her mother struggled to raise the family after her father was killed in the Genocide.
Juru, who was two years old during the Genocide, was last year the best science student in the Senior Six national examinations, and she has been admitted to a university in the United States.
This year’s commemoration was held under the theme ‘Commemorating the 1994 Genocide against the Tutsi; Upholding the Truth, Preserving our Dignity.’

vrijdag 8 april 2011

Genocide Memorial Day

Op donderdag 7 april is het Genocide Memorial Day. Dat is de grote dag waarop herdacht wordt dat de genocide op die dag in 1994 is begonnen. Nu al weer 17 jaar geleden. En in aansluiting op deze dag is er de Genocide Memorial Week, die nog duurt tot volgende week woensdag.

Het grote evenement is de bijeenkomst op 7 april in het Amahoro stadion. Dan wordt op grootse wijze herdacht wat er gebeurd is. Een heleboel mensen komen hier op af, en het is niet alleen voor de Rwandezen, ook buitenlanders zijn welkom. Voorafgaand aan dit evenement zijn er wel veel onduidelijkheden. Zoals wanneer het gaat beginnen, sommigen zeggen om zeven uur, anderen om negen uur, maar niemand weet het. En hoe lang het gaat duren, weet ook niemand. Het gerucht gaat wel dat als de president binnen is, dat dan niemand er meer in- of uitkomt, totdat hij is vertrokken. En dat zijn speech wel uren kan duren, dus daar moet je rekening mee houden. En het is een serieuze bijeenkomst, dus je wordt niet geacht te eten en te drinken in het stadion. En dat je ook geen telefoon mee kunt nemen in het stadion, want daar kan wel eens een bom mee afgesteld worden, dus die kun je maar beter thuislaten.
Ondanks al deze onduidelijkheden vinden we toch dat we moeten gaan. Zonder telefoon gaan we op pad, ondertussen zien we dat alle winkels dicht zijn, we doen het rustig aan, dus even voor half elf zijn wij bij het stadion. Er staat een flinke rij mensen om naar binnen te gaan, en het begint net te regenen, dus een heleboel mensen in de rij vluchten naar een schuilplaats. Des te eerder zijn wij aan de beurt. We worden allemaal, Marte ook, grondig gefouilleerd en kunnen dan naar binnen. Het stadion is flink vol, maar er is nog plek. Op een scherm zien we beelden van de president in het Memorial Center, hij is dus nog niet, en het is duidelijk dat het nog niet begonnen is.


Om elf uur begint iedereen te staan en te zingen, dat blijkt het volkslied te zijn en op het scherm zien we dat Paul Kagame er al is. Hij is stiekem het stadion binnen geslopen. Het stadion is inmiddels helemaal vol. Dan volgt het programma, een paar officiële speeches van hoogwaardigheidsfunctionarissen, enkele liederen, een dans en ook een aantal getuigenissen van slachtoffers van de genocide. Alles in het Kinyerwanda, dus we kunnen er niets van volgen.

Dan tijdens de eerste speech begint een vrouw te gillen. Heel hard te gillen, de spreker gaat ondertussen rustig door, maar het gegil houdt aan. Het is een eind weg in het stadion, dus het is niet goed te zien, maar het gaat maar door. Je ziet medewerkers van het Rode Kruis en politiefunctionarissen op haar af gaan en ze wordt door verschillende mensen luid gillend, schreeuwend, slaand en schoppend afgevoerd naar de catacomben van het stadion. Als zij afgevoerd is, begint iemand anders ook te gillen en hetzelfde scenario herhaald zich. En dan komen er meer en meer, overal in het stadion, wel meer dan honderd mensen, voornamelijk vrouwen, maar ook mannen, worden zo buiten het stadion geleid. Dit gaat zo door tot het einde van de ceremonie.

Mensen zijn echt verdrietig, dat kan je zien, er zitten verschillende mensen met tranen in hun ogen, en er wordt flink wat afgesnotterd. En ik ga niet zeggen dat de gillende mensen niet echt verdrietig zijn, maar door de wijze waarop het geschied, lijkt het of het gepland is. Of is dit nu een voorbeeld van massahysterie, dat de ene reactie de andere als gevolge heeft. Als de dansers klaar zijn en beneden aan de zijkant van het stadion verblijven, springt plotseling een danseres op, begint te schreeuwen en gaat op de grond liggen, om daarna te worden afgevoerd. Men heeft hier ook wat meegemaakt 17 jaar geleden, en dan is dat de gelegenheid om het te uiten, de rest van het jaar moet men zich koest houden. Al met al een heel bijzondere gebeurtenis.

Even na twaalven neemt Paul Kagame het woord. Wat opvalt, is dat zijn stemgeluid zo zacht is, de woorden klinken haast zalvend. Je kunt je haast niet voorstellen dat hier een oud legerleider spreekt. Opeens hoor ik woorden in het Engels. Hij doet een gedeelte van zijn speech in het Engels, ik kan het niet goed volgen, maar opeens is zijn toon veel feller. Het klinkt gewoon anders. Dan gaat hij weer terug in het Kinyerwanda en wordt de toon weer veel rustiger. Gelukkig duurt de toespraak geen uren, maar is hij na een halfuur klaar. En dan is het programma ook afgelopen en gaat iedereen zo rond kwart voor een naar huis.

Bij het verlaten van het stadion begint een jonge vrouw vlak bij ons ook nog te gillen. Zij wordt ondersteund door verschillende mensen om zich heen. Plotseling breek ze zich los van de personen om zich heen en stort zich bovenop mij, Ik schrik me een hoedje en ben al heel weer snel los van haar, want haar begeleiders hebben haar al weer snel weer onder controle. Iemand zegt tegen mij om mij maar snel uit de voeten te maken bij haar. En dat doe ik dan ook maar, het zorgt wel voor een raar einde aan de manifestatie.

’s Avonds is er nog een evenement in het stadion, namelijk de Candle Lightning Ceremony. Dat moet een wat luchtiger variant van de ochtendsessie worden. Wederom hebben wij of iemand anders enig idee wanneer het begint en eindigt, dus we gaan maar op de bonnefooi. Het is nu wel veel drukker op straat, een paar winkels zijn open, maar de meesten zijn dicht, ook de markt is gesloten, en zelfs geen vrouwen die los van de markt fruit verkopen. Ook geen moto-taxi te bekennen en alle bars en restaurants zijn dicht. Dezelfde procedure als in de ochtend en Marte is dan ook heel benieuwd of ze weer ‘gemasseerd’ wordt.

Zo rond zeven uur zijn we in het stadion, het is nog niet halfvol, maar het programma is duidelijk al begonnen en zal ook nog zo een hele poos doorgaan. Het programma bestaat uit diverse zangers, zangeressen, individueel en in groepen, waarschijnlijk allemaal beroemdheden uit Rwanda, die liedjes zingen in het genre softpop en ik hoor teksten waarin veelvuldig de woorden ‘Rwanda’ en ‘Jenoside’ en ‘Tutsi’ te horen zijn. Ben benieuwd waar het over gaat!

Na ruimt twee uur van dezelfde soort muziek en een enkele toespraak wordt het een beetje te veel en te laat voor ons. Nog geen teken dat binnenkort de kaarsen worden aangestoken, dus wij besluiten te gaan. Achteraf blijkt vijf minuten na ons vertrek Paul Kagame nog te zijn binnengekomen en dat daarna het programma nog bijna een uur is doorgegaan voordat de kaarsen werden aangestoken. Jammer dat we dat gemist hebben, maar het werd gewoon te laat.

dinsdag 5 april 2011

Brasserie

Afgelopen weekend zijn we een lekker weekendje weggeweest naar Gisenyi, dat ligt aan het grootste meer van Rwanda, Lake Kivu. Ons verblijf was in het hotel Paradis Malahide en dit ligt volgens de gids in Rubavu, maar eigenlijk bevindt het zich in het plaatsje Brasserie.

Brasserie heeft zijn naam vast te danken aan de grote brouwerij die hier staat: Bralirwa. Dat is de afkorting voor ‘Brasseries et Limonaderies du Rwanda’. In deze brouwerij wordt bijna alle bier (Primus, Mutzig, Amstel, Heineken en nog een paar anderen) van Rwanda gemaakt, want Bralirwa heeft een markaandeel van 95 % van alle bierconsumptie in Rwanda. De fabriek lijkt helemaal niet zo groot en in Rwanda wordt aardig wat bier gedronken, dus je vraagt je af hoe dat allemaal kan. Op dit moment is Bralirwa nog steeds voor 75 % in handen van Heineken, ondanks dat het aandeel inmiddels is genoteerd aan de RSE (Rwandan Stock Exchange). Op deze aandelenbeurs, begonnen begin dit jaar, kun je inmiddels al aandelen kopen in drie verschillende bedrijven!

Paradis Malahide is een heerlijk plekje aan het water, vlakbij de plaatselijke vissershaven. Het is een prachtig spektakel als de vissersboten uitvaren, zo tegen zes uur ’s avonds. Drie vissersboten zijn telkens met een houten stam met elkaar verbonden, en elk van deze drie boten heeft vooraan en achteraan ook weer een gebogen houten stam, alsof ze grote voelsprieten voor en achter de boot hebben. Meer dan tien van deze constructies, met elk ongeveer tien vissers aan boord, worden op deze wijze het meer opgeroeid. Onder luid gezang gaan ze het meer op bij een ondergaande zon, een prachtig gezicht, als ze een beetje verder zijn lijkt net of er een tiental gigantische insecten op het water voorschrijden. ’s Ochtends om acht uur komen ze weer terug, wederom onder luid gezang. Je beseft dan ook dat deze vissers ongeveer veertien op het water zijn geweest!

Bij het hotel is een zandstandje met heerlijke ligstoelen, om het hotel is een prachtige tuin met heel veel bloeiende bloemen en stuiken. Voor de vogels is dit een waar paradijs. Als we tijdens ons ontbijt buiten op ons zitje lekker zitten te eten vliegen de ‘sunbirds’ af en aan. Iets verderop is een rotsige punt waar de ‘cormorants’ hun vleugels wijd uitspannen of ze te drogen in de zon. Een bootje met heel veel kratten bier tuft voorbij. Een ‘kingfisher’ hangt in de lucht en duikt plotseling als een kamikaze naar beneden om een visje te vangen. De veerboot van Kongo naar Brasserie verschijnt aan de horizon. En met verrekijker in de hand kan ik alles goed volgen.

Ook de verschillende geluiden door elkaar heen voelen alsof ze allemaal bij elkaar horen. De verschillende geluiden van de vogels. De zingende vissers. Het gezang uit de kerkdienst dat draagt over het water. De tuffende bootjes. De kinderen verderop doen een spel met dans en een luid geklap. Op zo’n langzame zondagochtend geeft dat een heerlijk gevoel.

Marte vindt het hier ook heerlijk. Ze geniet op het zandstrandje om met een oud waterflesje te klungelen met water, zand, modder en steentjes. Aangespoelde bloemetjes worden als ware trofeeën getoond. In de tuin heeft ze alle paden al ontdekt. Ook op de rotsen ze is in haar element, ze gaat al echt op ontdekkingstocht van de ene kant van het schiereilandje naar de andere kant. Ondertussen is ze enthousiast over een mooie steen, een mooie bloem, een voorbij vliegende vogel of een zich haastig uit de voeten makend hagedisje.

’s Avonds eten we in het restaurant met als extra een kort optreden van de typische Rwandese Intore dansers. Dat zijn mannen met witte hoofdtooien, het lijkt wel of ze witte haren hebben, die onder begeleiding van gezang en gedrum een paar wilde dansen doen. En ze springen soms wel een meter in de lucht. Marte zit ook ademloos toe te kijken. Als we zondag weer naar huis gaan, zegt ze teleurgesteld: “Maar hoe moet dat dan met de dansers vanavond?”

maandag 4 april 2011

Huisgenoten

Afgelopen week hebben wij afscheid genomen van twee huisgenoten. Guillaume uit Canada heeft gedurende een maand bij ons in huis gewoond. Johan is een Nederlander en die heeft twee weken bij ons gewoond. Gedurende een week waren beiden tegelijk woonachtig in ons huis, dus toen was het gezellig druk. Ons huis is groot genoeg om vijf mensen te hebben, dus dat was geen probleem. Om te vieren dat we met z’n vijven in het huis aan het wonen waren, hebben we dan ook maar besloten om een keer gezamenlijk ‘brochette en chips’ te gaan eten in de Jambo Inn.

Guillaume is werkzaam op het kantoor van VSO in Canada en hij is voor een maand naar Rwanda uitgezonden om een zogenaamde Baseline Study uit te voeren. Het doel van zo’n studie is om te inventariseren hoeveel begunstigden (beneficiaries) door het werk van VSO worden bereikt. Hij moest zo veel mogelijk informatie vergaren van alle mensen die namens VSO aan het werk zijn gezet en hoeveel mensen ze bereiken door hier te werken. In de NGO wereld zijn sommige woorden (baseline study, beneficiary) gewoon hip en moet je gewoon zorgen dat je daar wat mee doet, dan zijn je donoren ook weer tevreden. Met Guillaume hebben we regelmatig van gedachten gewisseld over het functioneren van VSO in Rwanda en Canada en dat was ook zeer interessant.

Johan is een adviseur voor de dovenorganisatie in dit land en zeer actief in het bevorderen van de gebarentaal in Rwanda. Hij is zelf doof en is hier al voor de vijfde keer om de doven in Rwanda van advies te voorzien. Telkens komt hij voor een kortere periode om hier zijn werk te doen. Doordat Johan goed kan liplezen en goed kan praten is het mogelijk om goed met hem te communiceren. Door Johan zijn we heel veel wijzer geworden over dove mensen in het algemeen en over wat er allemaal speelt voor hen in Nederland en Rwanda. Het waren twee leerzame weken toen hij in huis was.

Voor Marte is het ook een heel bijzondere ervaring geweest. Ze moest wel even wennen aan nieuwe mensen in het huis, maar na een tijdje was het heel gewoon. Als ze er een keer niet waren was haar eerste vraag: “Waar is Guillaume nou?” of “Waar is Johan nou?”. Door Guillaume is ze ook steeds meer gewend geraakt aan de Engelse taal. Ze gaat sommige Engelse woorden begrijpen en met een klein duwtje begint ze ook al enkele woorden zelf te gebruiken. Door Johan is ze voor het eerst in aanraking gekomen met dove mensen. Tweemaal heeft Johan bezoek gehad van een persoon die doof was en toen communiceerde Johan met hen in gebarentaal. En dat kan er soms heel expressief aan toe gaan. Marte vond dat praten via gebarentaal heel interessant!