zaterdag 14 november 2020

Mijn naam is haas

Opeens zit er dan zo’n liedje in je hoofd, zo´n oorwurm en het gaat er ook niet meer uit: “Mijn naam is haas.” Een liedje uit lang vervlogen tijden, alsof het verleden je zomaar aan het inhalen is. 

Waarschijnlijk ergens een schuldgevoel, ergens heb ik mogelijk iets ontkend dat ik niet zou moeten ontkennen. Of komt het door de toeslagen affaire? Ik dacht dat het een lied van het Cocktail Trio was, maar dat bleek niet juist te zijn, het is van het Lowland Trio. En dit is het onvergetelijke meezing refrein:

Ja, mijn naam is haas, ik weet van niks
Is hier wat gebeurt dan
Daar weet ik niks van
Van mij niets te vrezen
Ik moest hier effe wezen
Mijn naam is haas en ik weet nergens van

Maar dit lied is natuurlijk geen origineel. Van oorsprong komt Mein Name ist Hase uit Duitsland en wordt het gezongen door Chris Roberts. In 1971 zong hij het volgende refrein:

Mein Name ist Hase,
ich weiß von nichts!
Ist hier was geschehen?
Ich hab nichts gesehen!
Nur Gras und Klee
und im Winter viel Schnee.
Mein Name ist Hase,
ich weiß nicht Bescheid

Nog leuker wordt het als terug gaat naar de oorsprong van het lied. De oorsprong gaat terug naar 1855. Het lied gaat niet over een haas, maar over een persoon. Een Duitse student (hiervan is de naam blijkbaar niet bekend) had in een duel iemand doodgeschoten en wilde naar Frankrijk vluchten. Om de grens over te komen had hij echter een persoonsbewijs nodig. Dat kreeg hij van een medestudent, genaamd Victor Hase (1834-1860). Hase meldde vervolgens dat hij zijn identiteitskaart verloren had. Later werd zijn kaart toevallig gevonden in Frankrijk, waar de moordenaar de kaart verloren had. De man die echt Victor Hase heette moest daarop in Duitsland voor de rechtbank verschijnen, maar zei "Mein Name ist Hase, ich verneine die Generalfragen, ich weiß von nichts." Of hij is weggekomen met deze uitspraak vermeldt het verhaal helaas niet.

Victor Hase wordt ook wel Victor von Hase genoemd. Eigenlijk zou het lied dan “Mijn Name ist von Hase” moeten zijn, maar misschien zingt dat wat minder lekker. Mogelijk heeft hij de toevoeging von postuum gekregen, omdat zijn vader Karl August Hase in 1883 in de adelstand is verheven. Vanaf dat moment mocht hij zich Karl August von Hase noemen.

Wel bijzonder dat zo’n kleine gebeurtenis voortleeft in een uitspraak die nu nog steeds (af en toe) wordt gebruikt.

 

zondag 1 november 2020

Amerikaanse verkiezingen

Het duurt niet lang meer, of daar zijn ze dan, de Amerikaanse verkiezingen van 3 november. Heel veel nieuws over Trump en Biden en beide kandidaten spreken mij niet echt aan. Trump is natuurlijk Trump met al zijn onhebbelijkheden, dus die liever niet. Maar gaan we zo veel beter af zijn met Biden?

Kijk daarom eens verder dan deze twee kandidaten. Er dingen nog veel meer mensen naar het presidentschap. Als ik even naar mijn favoriete staat Texas kijk zie ik dat er nog twee mensen meedoen. Dat zijn Jo Jorgenson voor de Libertarian Party en Howie Hawkins voor de Green Party.

Wist u trouwens dat 1.224 mensen zich aangemeld hebben om mee te gaan doen aan de presidentschap verkiezingen?

In Florida doen er trouwens nog meer mee. In totaal zijn het er hier zeven. Als extra hier hebben we hier Rocky de la Fuente (Reform Party), Gloria La Riva (Party for Socialism and Liberation) en Don Blankenship (Constitution Party).

Maar in Mississippi doen ze daar nog weer een schepje bovenop met een totaal van negen kandidaten. Als extra hier hebben we Brian Carroll (American Solidarity Party), Phil Collins (Prohibition Party), Brock Pierce (Independence Party), wederom Don Blankenship en warempel ook nog Kanye West. Hij doet dus toch mee! En zijn partij heet Birthday Party, wel een hele leuke naam.

Ik zou zeggen mijn stemadvies gaat uit naar Jo Jorgensen.

In de peilingen staat Joe Biden flink voor, maar dat zijn natuurlijk peilingen. Vier jaar geleden bleken die er ook flink naast te zitten. Vier jaar geleden heb ik nog een mooie fles wijn gekregen omdat ik in een weddenschap heb voorspeld dat Trump zou gaan winnen. Eigenlijk zegt mijn onderbuikgevoel dat ook deze keer Trump toch gaat winnen. Misschien is er wel iemand die een weddenschap wil aangaan voor dit jaar?

woensdag 8 juli 2020

1493 - Charles C. Mann

En toen ben ik begonnen aan dit boek met de titel 1493. Een boek van ruim 500 bladzijden vol met informatie om echt te lezen. En dan nog afgerond met 150 bladzijden die ik niet heb gelezen, namelijk de voetnoten, verwijzingen naar andere literatuur en een register. De laatste bladzijde van het boek heeft nummer 688. Oftewel een veel te dikke pil, maar toch echt gelezen.

Het boek staat zo boordevol met informatie en feiten dat het eigenlijk veel te veel is om allemaal op te slaan. Dan maar proberen om de hoofdlijnen vast te houden en dat valt ook nog niet mee. Het gaat in ieder geval over de vraag wat er gebeurde met de wereld vanaf 1493, nadat Columbus op 12 oktober 1492 arriveerde op een eiland ergens in de Bahama’s.

De schrijver noemt het de Columbiaanse uitwisseling. De uitwisseling van mensen, dieren en planten vanuit Europa, Azië en Afrika naar Amerika en andersom. Het begin van de echte globalisering. En die uitwisseling heeft positieve dingen gebracht, maar ook negatieve.

Dan is het nu wel toevallig dat er juist nu zoveel aandacht is voor de negatieve kant van de zaak. Er zijn nu dus idioten die het standbeeld van Columbus omverhalen, omdat hij voor zo veel leed heeft gezorgd. Alsof ze de geschiedenis alsnog met terugwerkende kracht willen veranderen. Alsof ze denken dat het mogelijk is om de globalisering terug te kunnen draaien.

Nu was Columbus ook geen lieverdje, echt een kind van zijn tijd. Een despoot die het niet zo nauw nam met mensenrechten van de plaatselijke indianen en ook de bemanning van zijn schepen had het vaak kwaad te verduren. Maar het was wel een man met ideeën, en ook waanideeën, en daarnaar handelde. Met als gevolg de ontdekking van Amerika, maar eigenlijk nog meer, namelijk de schepping van hele nieuwe wereld. Met recht heeft deze man dus recht op een standbeeld.

Een voorbeeld aan Columbiaanse uitwisseling is natuurlijk de aardappel. Deze heeft een zeer positieve invloed gehad op het leven in Europa. Dit zorgde voor een toename van basisvoedsel voor de bevolking en dus voor minder honger en meer welvaart. Gelijk zit er ook weer een negatieve kant aan, omdat in Europa er veel meer monocultuur was wat betreft de aardappel, gaf dit ook weer de kans aan de aardappelziekte om toe te slaan, met als gevolg enorme hongersnood.

De slavenhandel is natuurlijk ook zo’n Columbiaanse uitwisseling. Nu was het houden van slaven tot nog niet zo lang geleden heel gewoon. Er werden slaven gehouden in Afrika, Europa en Azië. Ook de indianen in Amerika deden aan slaven. Het was alom. Nieuw was de trans-Atlantische slavenhandel. De omstandigheden waren zo slecht dat vele slaven ontsnapten en dat zorgde voor nog meer vraag naar nieuwe slaven. De ontsnapte slaven vermengden zich vervolgens weer met de plaatselijke indiaanse bevolking. Nog een Columbiaanse uitwisseling.

Zo staat dit boek vol met allerlei voorbeelden van de Columbiaanse uitwisseling. Positief en negatief. Het doet je beseffen dat de ontdekking van Amerika veel meer teweeg heeft gebracht dan alleen maar die simpele ontdekking. Stel dat Amerika nu nog steeds niet was ontdekt, hoe had de wereld er dan uitgezien? Dan kan je nu eigenlijk niet meer bedenken. De wereld is gewoon anders geworden. Wie weet wat de komende 500 jaar ons gaat brengen.


maandag 22 juni 2020

De kunst van het sprinten - Martin Bons

Nog een wielerboek, ook weer gekregen van mijn broer. Het derde boek van Martin Bons. Recent heb ik zijn debuut gelezen, genaamd De kunst van het dalen. Tussendoor is dan nog De weg omhoog verschenen, als ik me niet vergis zal dit over klimmen gaan. En nu dan dit boek over sprinten.

Dit boek is min of meer op dezelfde wijze geschreven als zijn eerste boek. Een persoonlijk verslag van een sprintwedstrijd afgewisseld met anekdotes over sprinters tijdens wielerwedstrijden, met de nadruk op de Tour de France.

De schrijver neemt jaarlijks deel aan een amateurwedstrijd. Het parcours is vlak, dus is het altijd een wedstrijd voor sprinters. Hij is geen goed sprinter, maar wil nu eindelijk een keer winnen of op zijn minst op het podium komen. Daarom neemt hij lessen in sprinten en probeert hij zo veel mogelijk over de techniek van het sprinten te weten te komen.

Was zijn vorige boek een vrij eenzaam verslag over een afdaling. Nu zit hij met allerlei concurrenten in de koers, dus wat dat betreft is de teneur van het boek wel heel anders. Op de een of andere manier boeit dit toch minder dan zijn vorige boek. Tijdens het boek houdt de schrijver goed het zicht op zijn concurrenten in de wedstrijd. Dan ligt Koen weer voor en Tijs weer achter en dan komt Ronald er weer tussendoor. Maar deze mensen ken ik niet en op gegeven moment kan het me niet meer schelen wie er op kop ligt en wie er afgewaaid is. Laat de wedstrijd zo snel mogelijk voorbij zijn, dan hebben we dat gehad.

Gelukkig zijn er tussendoor veel verhalen over spectaculaire sprints in met name de Tour de France en op welke wijze een bepaalde sprinter in staat is geweest om deze sprint te winnen. Leuk om te lezen, al blijf het toch een beetje tweede keuze. Wielrennen is vooral leuk als er geklommen wordt en goede klimmers zijn de grootste helden. Sprinters zijn nodig voor die ellenlange etappes waarin niets gebeurt tot in de finale.

Best een aardig boek, maar minder dan de vorige die ik van hem gelezen heb. Ben wil benieuwd waar zijn volgende boek over zijn gaan. Over tijdrijden?


dinsdag 16 juni 2020

De kunst van het dalen - Martin Bons

Een wielerboek, wederom gekregen van mijn broer. Ik vind wielrennen wel leuk en het was dan ook fijn om eindelijk eens een boek over wielrennen te gaan lezen. En dan meteen ook een boek over dalen.

De schrijver vindt dat dalen in het wielrennen ondergewaardeerd wordt. Er is altijd veel aandacht voor de klimmers, die worden het meest bewonderd, maar in zijn ogen hoort dalen er ook bij en een goede daler kan juiste met zijn uitstekende daalkunst hiermee een wedstrijd winnen. In de Tour de France is natuurlijk wel een bolletjestrui voor de beste klimmer, maar waarom is er geen aparte trui voor de beste daler?

In het boek wordt een persoonlijke afdaling gecombineerd met diverse verhalen en anekdotes over geslaagde en minder geslaagde afdalingen in verschillende wielerkoersen, en dan met name in de Tour de France.

De persoonlijke afdaling is die van de Col de la Croix-de-Fer (2.062 meter hoog) via Le Rivier d’Allemont langs Lac du Verney naar Allemont (771 meter hoog). Volgens Google is het Allemond, maar dat maakt de afdaling niet anders. De schrijver is een redelijke klimmer, maar een slechte daler. Hij heeft in de jaren voorafgaand aan deze afdaling gepoogd om zijn daalkwaliteiten te verbeteren door middel van training en door er veel over te lezen.

Het is wel mooi een gedurende het boek meegenomen te worden in deze afdaling, met soms heel gemakkelijke stukken, maar ook met flink steile stukken en die laatste zorgen dan ook flink veel angst op zijn tijd. Onderweg wordt hij ook nog een keer ingehaald door een andere wielertoerist en dan voel ook met hem mee. Hij zou wel willen aanhaken, maar hij durft het niet. Het mooie van dit boek is dat je eigenlijk ook zelf wel op de fiets zou willen stappen om ook deze fietstocht te gaan doen.

Ondertussen worden er diverse verhalen over verschrikkelijke valpartijen, met soms de dood als gevolg, maar ook over heroïsche kunststukjes van daalkwaliteiten die dan weer gezorgd hebben voor prachtige overwinningen of smadelijke nederlagen.

Een zeer aangenaam boek dat lekker vlot wegleest. En wat mij betreft komt er inderdaad gewoon een aparte trui voor de beste daler.


zaterdag 13 juni 2020

De vliegeraar - Khaled Hosseini

De vliegeraar van Khaled Hosseini is een heel bekend boek dat al door veel mensen is gelezen. Ik heb het pas zeer recent gekregen van mijn zwager en om hem niet teleur te stellen heb ik het natuurlijk ook gelezen. En dat was geen straf.

De schrijver is in 1965 geboren in Afghanistan. Een communistische staatsgreep in 1978 in dat land zorgde ervoor dat het gezin van de schrijver er niet meer naar wilde terugkeren. Ze vestigen zich in de Verenigde Staten.

Het boek is niet autobiografisch, al zal hij vast veel van zijn eigen achtergrond hebben verwerkt in zijn verhaal. De hoofdpersoon in het boek is Amir. Het eerste deel speelt zich af in 1975. Amir woont met zijn vader in een mooi statig huis in Kabul. In de tuin woont de bediende van zijn vader, samen met zijn zoon Hassan. Amir en Hassan zijn een soort van vrienden, maar ook weer niet, omdat Amir een Pashtun is en Hassan is een Hazari. In de ogen van de Pashtun een minderwaardig volk. Dit gedeelte van het boek eindigt met het verraad van Amir ten opzichte van Hassan en dat zorgt voor de definitieve breuk tussen hen beiden. De bediende en zijn zoon verlaten het huis van Amir en zijn vader en dat is een hartverscheurend tafereel. Dit deel geeft een mooi beeld van Afghanistan in die tijd, daar zijn best wat kanttekeningen bij te plaatsen, maar haast een paradijs vergeleken met wat er nog komen ging.

In 1981 vluchten Amir en zijn vader uit Afghanistan en komen terecht in de Verenigde Staten. Dan begint het tweede deel van het boek. Eigenlijk het minste interessante gedeelte van het boek. De vader van Amir overlijdt en Amir trouwt met Soraya. Dit gedeelte had wel wat korter gekunt. Weinig aandacht voor bezetting van Afghanistan door Sovjet-Unie tussen 1979 en 1989, behalve dat alle Afghanen in de Verenigde Staten een ontzettende hekel hadden aan de Russen.

Dan komen we bij het derde en laatste deel van het boek. Het is 2001 en Amir krijgt een dringend verzoek van een oude vriend van zijn vader om hem op te zoeken in Pakistan. Dat doet Amir en dat heeft verstrekkende gevolgen. De vriend geeft een hele andere draai aan de familiegeschiedenis met als resultaat dat Amir naar Afghanistan moet gaan om de zoon van Hassan te redden uit de klauwen van het bewind van de Taliban. Onder de Taliban is Afghanistan een verschrikking geworden en dat wordt ook uitgebreid beschreven in het boek. Hoe hij de zoon van Hassan bevrijdt is zeer spannend beschreven en eigenlijk wel heel ongelofelijk, maar daardoor niet minder mooi. Rijp voor Hollywood, de schrijver woont dan ook al diverse jaren in de Verenigde Staten.

Niet voor niets een boek waarin je maar in door wilt lezen, niet voor niets een bestseller. Nu moet ik ook de film maar eens een keer gaan kijken.


dinsdag 9 juni 2020

Longitude - Dava Sobel

Dit boek heb ik recent gekocht tijdens ons bezoek aan Londen. Op 29 februari hebben we toen een boottochtje gemaakt over de Thames met als eindbestemming Greenwich. In Greenwich hebben we een bezoek gebracht aan de Royal Observatory (met de nulmeridiaan) en het National Maritime Museum. En toen heb ik dit boek gekocht over de lengtegraad.

Het boek handelt over de zoektocht in de 18e eeuw naar een methode om de lengtegraad te bepalen op zee. De breedtegraad, daar had men geen moeite mee, aan de stand van de zon en de dag van het jaar, had men genoeg kennis om te bepalen hoe ver men van de evenaar was verwijderd. Maar de lengtegraad, dat was een probleem.

In het boek staat een mooi verhaal over een Engels schip genaamd Centurion dat in 1741 aan het varen was in de Stille Oceaan en wel wist op welke breedtegraad het zich bevond, maar niet veel meer dan dat. Was men ten oosten of ten westen van eilandengroep Juan Fernandez? Daar wilde kapitein Georg Anson naar toe. Men dacht eerst ten oosten, dus ging men westwaarts. Maar er kwam niets, dus maar naar het westen en na lang varen stootte men op de kust van Chili, en dat was van de vijand, Spanje, dus meer weer gauw rechtsomkeert gemaakt om uiteindelijk westwaarts op de goede plek uit te komen. Had men geweten waar men was geweest, dan had heel veel tijd gescheeld.

In 1707 vergingen vier Engelse schepen bij de Scilly eilanden, omdat men niet wist waar men was op zee. Dit incident zorgde ervoor dat het Britse parlement de Logitude Act aannam in 1714. Een beloning van 20.000 pond voor diegene die zorgde voor een methode om de lengtegraad op zee te bepalen.

In het boek volgen we de verschillende mensen die hiermee aan de gang zijn gegaan. Met name volgen we de ontwikkelingen rondom John Harrison. Hij heeft in de loop van zijn leven vier verschillende en steeds weer betere versies gemaakt van een zeewaardige klok. De eerste in 1735 (genaamd H-1) en de laatste in 1759 (H-4). Een normale klok op zee gaat afwijkingen vertonen. Waarom? Afwijkende temperaturen en afwijkende luchtvochtigheid in combinatie met een schommelend schip zorgen ervoor dat de tijd niet meer correct wordt weergegeven. Heb je wel de correcte tijd, dan kun je met behulp van de stand van de zon bepalen hoe ver je verwijderd bent van een bepaald startpunt. En dan weet je ook op welke lengtegraad je je bevind.

Harrison werd dus de uitvinder van de chronometer, van de klok die op zee ook de juiste tijd weergaf. Hij maakte hierbij onder ander gebruik van het begrip bimetaal. Twee metalen die verschillend reageren op bijvoorbeeld warmte en in de juiste combinatie zorgt het bimetaal ervoor dat die beide reacties elkaar precies opheffen en dat de klok als gevolg daarvan de juiste tijd blijft weergeven.

De chronometer werd niet meteen algemeen aanvaard. De chronometer was ook duur en moest concurreren met de ‘lunar distance method’. Aan de hand van de maan en de sterren kon men met behulp een sextant de lengtegraad bepalen. Als het bewolkt is werkt dat echter niet en het is ook vrij bewerkelijk, omdat je allerlei kaarten nodig hebt met daarop de stand van de maan en de sterren in het verloop van de tijd, met als gevolg meer kans op menselijke fouten. De chronometer werd steeds goedkoper en werd uiteindelijk de standaard.

Al die metingen van de stand van de maan en de sterren werden gedurende lange tijd gedaan vanuit de Royal Observatory in Greenwich en als zodanig ook vastgelegd in almanakken. Deze uitvoerige registraties, waarschijnlijk in combinatie met het feit dat het Britse rijk gedurende de 19e eeuw het meest belangrijkste land ter wereld was, zorgt ervoor dat in 1884 afgesproken wordt dat de nulmeridiaan in Greenwich komt te liggen. En daar ligt deze nu nog steeds.

Een boeiend boek dat me heel veel geleerd heeft. Een echte aanrader dus.