vrijdag 15 juli 2011

Schoentjes en poppen

Tijdens het vorige verblijf hebben Wilma en Marte een bezoek gebracht aan de school waar Tammy vrijwilligerswerk doet. De school heeft de naam Meg Foundation (genoemd naar de oprichter van de school) en is onderdeel van het Kinamba Project. Zij zijn daar toentertijd heel hartelijk ontvangen. Tijdens hun bezoek bleek dat er onder de kinderen een enorm tekort was aan schoenen en (blanke) poppen. Dat was dus aanleiding voor een mooi projectje tijdens de periode dat ze in Nederland waren. In de school van Marte en onze kerk hebben zij een oproep gedaan voor poppen en schoenen.


En dat heeft resultaat gehad. Maar liefst 25 paar kinderschoenen en ook nog zes poppen zijn op deze wijze ingezameld. Tijdens hun reis van Nederland naar Rwanda hadden ze gewoon een extra tas bij zich om dit alles te vervoeren. Als de douane vragen had gesteld, dat was het antwoord geweest dat Marte ook wel Imelda wordt genoemd.


Vorige week zijn we met zijn drieën naar de school geweest om de schoenen en poppen te overhandigen. Marte heeft aan Tammy de twee zware tassen gepresenteerd met daarin de ingezamelde objecten. Tammy was blij verrast dat we zoveel hadden ingezameld en ze was er van overtuigd dat de kinderen ze heel goed kunnen gebruiken. Voorlopig worden ze even opgeborgen, het wachten is op Meg, als die binnenkort terugkomt uit Engeland zal beslist worden hoe en aan wie ze worden uitgedeeld.


Ik was er nooit geweest, dus Tammy heeft mij nog even een kleine rondleiding gekregen. Ik moest wel een beetje oppassen, want ze waren juist bezig met het schilderen van de daken. De autoriteiten van de wijk hadden beslist dat in deze wijk alle daken rood of blauw moesten zijn. En als je dak een andere kleur heeft, dan moet je gauw aan de slag om te zorgen dat het in orde komt. Bij thuiskomst bleek er helaas toch een dikke klodder blauwe verf op mijn blouse zijn terecht gekomen.


’s Ochtends is het veel drukker op de Meg Foundation want dan zijn alle kinderen van de ‘nursery’ aanwezig. Dan is het een drukte van belang, want het zijn er wel meer dan honderd. Tot voor kort hadden ze deze klassen ook in de middag, maar sinds kort mag dat niet meer van de overheid. Nu mogen deze alleen nog maar in de ochtend plaatsvinden.


’s Middags zijn er kinderen die in de ochtend naar de basisschool gaan en in de middag bijles krijgen bij de Meg Foundation. En ook een beetje om ze van straat te houden, want vaak hebben ze geen ouders, of de ouders kunnen niet voor hun zorgen. Ook zijn er klassen voor volwassen die analfabeet zijn. En er is ook ruimte voor projecten van vrouwen die allerlei producten maken zoals manden, poppen en juwelen.


Op de website van de Meg Foundation is een overzicht van al hun activiteiten: http://www.kinambaproject.org.uk.


Na de rondleiding en de overhandiging hebben we nog even rondgekeken op het schoolplein waar een aantal kinderen inmiddels vrolijk aan het spelen was. De jongens speelden voetbal en de meisjes deden een ingewikkeld dansje. Ze klapten in hun handen, terwijl ze ondertussen met dan weer met hun ene voet naar voren gingen en dan weer met hun andere. Het leek ook wel een soort wedstrijdelement te hebben, want het ene meisje reageerde weer op het andere meisje. 

woensdag 13 juli 2011

RNDSC

Ik werk bij de RNDSC. Dat betekent Rwanda National Decade Steering Committee. Dat is een hele mond vol, en als ik dat moet uitleggen aan iemand, dan moet altijd nog goed uitkijken om het correct te zeggen. Het is ook een beetje een vreemd orgaan. Wij zijn geen onderdeel van de overheid, maar wij zijn ook geen NGO. Wij zeggen altijd maar dat we er een beetje tussenin hangen.

Onze organisatie is de Rwandese variant van de ADPD (African Decade of Persons with Disabilities). Dit is een organisatie die in 2004 in Zuid-Afrika is ontstaan naar aanleiding van het feit dat de leiders van alle Afrikaanse landen in een vergadering van de AU (African Union) afgesproken hebben om binnen een decennium (1999-2009) de rechten voor mensen met een handicap in Afrika te hebben geregeld. Nu is dat nog niet helemaal gelukt, vandaar dat men dit decennium gewoon nog eens met tien jaar heeft verlengd. Dit verklaart ook het woord Decade in de titel van beide organisaties.


In 25 landen van Afrika is nu inmiddels een nationale variant van deze overkoepelende organisatie. De RNDSC is ontstaan in 2005. Op ons kantoor zijn nu vier mensen werkzaam. Dat zijn Bruno (Coordinator), Saphira (Administrative Assistant), Nicole (Management and Advocacy Coach) en ik (Finance and Accounting Advisor). Nicole en ik zijn beiden via VSO bij deze organisatie terecht gekomen.


Ons kantoor bestaat uit twee bescheiden ruimtes. In de eerste ruimte staat alle computers en daar zitten Bruno, Saphira en Nicole. De tweede ruimte is eigenlijk de vergaderruimte en vanwege ruimtegebrek neem ik daar meestal mijn intrek. De ruimtes die wij gebruiken zijn beschikbaar gesteld door MINALOC.


De RNDSC is de laatste tijd vooral bezig geweest om ondersteuning te geven aan het structuren van de diverse organisaties die zich bezig houden met de belangen van gehandicapten in Rwanda. Als resultaat staan er nu twee organisaties in de startblokken om deze belangbehartiging gestalte te geven.

In de eerste plaats is dat de National Council of People with Disabilties (NCPD). Dit is een soort parlement van alle gehandicapte mensen in Rwanda. In februari en maart van dit jaar hebben er verkiezingen plaatsgevonden van gehandicapten door gehandicapten. In Rwanda gebeurt dat trapsgewijs. Eerst zijn alle gehandicapten op cel niveau bij elkaar gekomen om uit hun midden een vertegenwoordiging van zeven personen te kiezen. Al deze gekozenen zijn op sector niveau bijeengekomen om hetzelfde te doen, en dat heeft via het district en de provincie uiteindelijk geresulteerd in een representatie op nationaal niveau. De NCPD moet ervoor gaan zorgen dat de belangen van de mensen zelf van onderaf, ‘grass root level’ is de mooie Engelse term hiervoor, terechtkomen bij het hoogste niveau.

In eerste instantie had ik wel wat vraagtekens bij dit parlement. In mijn opinie heb je een regulier parlement die ook moet opkomen voor de gehandicapte medemens, dus waarom zou je zo’n apart bureaucratisch orgaan in leven gaan roepen. Maar dat veranderde toen ik van iemand hoorde die zei dat de NCPD en de bijbehorende verkiezingen haar het gevoel gaven dat ze voor de eerste keer in haar leven gehoord voelde als gehandicapte. Dus voorlopig geef ik het het voordeel van de twijfel. Al ben ik ook bang dat dit orgaan niet de belangen van onderop naar bovenop gaat behartigen, maar juist een extra manier is om de beslissingen van bovenaf trapsgewijs naar onderen te brengen.

De tweede organisatie is de National Union of Disabilities’ Organizations of Rwanda (NUDOR). Dit is een overkoepelend orgaan van acht specifieke belangenorganisaties. Als voorbeeld noem ik de Rwanda National Union of the Deaf (RNUD) en de Rwanda Union of the Blind (RUB). Deze paraplu organisatie (ik vertaal hier rechtstreeks de term ‘umbrella organization’) moet de belangen van de diverse organisatie bundelen en dan verwoorden richting de Rwandese overheid.

Eigenlijk heeft de RNDSC zich mogelijk een beetje overbodig gemaakt, als deze twee organisaties zich sterk gaan ontwikkelen. Op dit moment zijn we dan bezig om na te denken over de toekomst. Is er nog voldoende bestaansrecht voor de RNDSC? Als we deze vraag met ja beantwoorden, dan is de volgende vraag hoe wij aan onze inkomsten gaan komen. Tot nu toe wordt de RNDSC voor het grootste gedeelte gefinancierd door VSO, omdat deze organisatie nodig was om de belangenbehartiging gestalte te geven. VSO is aan het overwegen om dit stop te gaan zetten. Een alternatief dat nu serieus wordt onderzocht is de mogelijkheid om het programma van de RNDSC een onderdeel te laten zijn van de NCPD. Gezien de overlap in doelstellingen is dit een serieuze optie. Bruno en mogelijk Saphira zouden gemakkelijk over kunnen stappen naar het ondersteunend bureau van de NCPD en er zijn veel mensen die hier steun aan willen geven. Wij blijft afwachten wat de uitkomst van deze zoektocht zal zijn.

vrijdag 8 juli 2011

Gashora

Sinds vorige week donderdag zijn Wilma en Marte terug in Rwanda voor zes weken. Aangezien we aansluitend gelijk konden genieten van een lang weekend, omdat zowel 1 als 4 juli aangemerkt zijn als nationale feestdagen, hebben we het eerst rustig aangedaan op vrijdag en zijn we van zaterdag tot en met maandag naar La Palisse hotel gegaan in Gashora. Dat ligt op een uurtje rijden ten zuiden van Kigali en het ligt prachtig gelegen aan Lake Rumiro.



Op zaterdag zijn we vertrokken met de bus naar Nyamata. De meest grote stad in de richting van onze bestemming. Ik dacht dat Nyamata wel groot genoeg zou zijn om een taxi te hebben die ons naar het hotel kon brengen. Helaas bleek dit niet het geval te zijn. De jongens bij het busstation zeiden dat we een volgende bus konden nemen naar het plaatsje Gashora en dat we vervolgens daar een motor konden nemen. Dat konden we niet doen, omdat we met Marte niet op een motor willen. Dan zouden we de twee kilometer naar het hotel kunnen lopen. Dat zag ik gezien onze bagage en de hitte helemaal niet zitten. De moed begon mij een beetje in de schoenen te zakken. We moeten maar even plaatsnemen op een bankje. Plotseling worden we opgeroepen, de bus gaat vetrekken en zo’n busjongen zegt tegen ons dat we met deze bus naar een bepaalde plek kunnen en dat we dan met de chauffeur moeten onderhandelen om ons op de plek van bestemming te krijgen. We hebben niet veel keus en de onderhandelingen zijn snel gedaan. Voor 5.000 Frw komen we waar we willen zijn.



We hebben twee heerlijke rustige dagen in het hotel gehad. We hebben heerlijk op het terras gezeten en lekker rustig aan gedaan. Het meest spannende was ons boottochtje op het meer voor een klein half uurtje. Men zegt dat er nog wel nijlpaarden en krokodillen in het meer zijn, maar die hebben we helaas niet gezien.


In het hotel waren niet zo veel gasten. Maar elke dag kwamen er wel veel dagjesmensen. Tussen elf uur ’s ochtends en zeven uur ’s avonds waren die er. Voor en na die tijd hadden we het rijk alleen. Niet dat het dan rustig was, want de Afrikaanse muziek klonk altijd uit de box die men op de kant van de wal had geplaatst. Menig dagjesbezoeker ging zich al swingend te buiten op de muziek. Een mooi gezicht, zo aan de kant van het water.


Marte had al snel de speeltuin ontdekt en was daar dan ook regelmatig te vinden. Helemaal nu ze tijdens deze vakantie heeft ontdekt om zelfstandig te schommelen. Ze heeft geen hulp meer nodig om haar te duwen bij het schommelen, zij kan het helemaal zelf.


Rond het hotel zijn heel veel vogels te vinden. Het mooiste gezicht is als de ijsvogels stationair in de lucht hangen boven het water, totdat ze plotseling met een duikvlucht naar beneden duiken om te proberen een vis te verschalken.



In het meer liggen ook eilanden. Op zaterdag hadden we ze toch gezien, maar de volgende dag kregen we opeens de indruk dat ze ergens anders lagen. We dachten dat we ons vergist hadden, iets te veel alcohol waarschijnlijk. Maar het klopte wel want het zijn eilanden van papyrus die zich op de wind over het meer verplaatsen. Dat je ook een eilandje met een boot kunt verslepen kwamen we op maandagochtend achter.


Rondom het hotel is het niet zo druk bevolkt als in de rest van Rwanda. Het is een beetje een achtergesteld gebied, maar wel in ontwikkeling. Net buiten het terrein van het hotel zijn de velden met de diverse gewassen. Leuk om Marte dan zo mee te nemen om te laten zien hoe een ananas groeit.


Op zondagmiddag kregen we in het hotel gezelschap van een Nederlands gezin. Bestaand uit vader Pieter, moeder Corine, zonen Hans en Erik, de laatste in gezelschap van vriendin Lisa. Pieter was in 1975 voor twee jaar werkzaam geweest in het noorden van Rwanda om ten behoeve van een theeplantage te helpen bij het droogleggen van een moeras. En nu was hij na ruim 35 jaar terug om te kijken naar waar hij toen geweest was. De theeplantage was nog steeds in werking en hij vond het fijn om te constateren dat het nu volledig in Rwandese handen was en dat het nog goed draaide ook. En na waren ze bezig om de rest van Rwanda te bekijken. Het was heel aangenaam om met hun kennis te maken. En ze waren ook nog zo aardig om ons op maandag weer helemaal naar huis te brengen met hun eigen busje. Wat een luxe!

donderdag 7 juli 2011

Publicatie

Publicatie

Zonder dat ik er vooraf toestemming voor heb verleend en zonder bronvermelding zijn er onlangs enkele foto’s van mij gepubliceerd. Ik heb inmiddels achteraf toestemming verleend en dat ik er als auteur van de foto niet bij staat vind ik helemaal niet erg. Eigenlijk vind ik het wel leuk dat een paar foto’s van mij op de site van de Green Helmets staan.

Het bijgaande artikel is ook niet helemaal waarheidsgetrouw, maar dat doet ook niet zo veel ter zake. Want Till is zeker niet de enige muzungo die de marathon heeft volbracht. Ook Yvon, werkzaam op de Nederlandse ambassade, heeft de marathon gelopen. En het waren geen zes rondjes maar vier rondjes. Wat wel klopt is dat Till dacht dat hij na drie rondjes klaar was en toen tot zijn teleurstelling nog een extra rondje moest lopen.

De link is: http://www.gruenhelme.de/1193.php


Glückwunsch
Till Gröner, für das Durchhalten beim Marathon Lauf in Kigali


Der schnellste Läufer  
 

Und keiner will Ihm glauben
 Freitag, 03.06.2011

Der Grünhelme Koordinator in Ruanda, Till Gröner, hat am 22. Mai den Marathon-Lauf in der Hauptstadt bewältigt. Neben vielen eingeflogenen Marathon-Talenten aus den Langstreckenlauf-Ländern Kenya und Uganda und Äthiopien war er der einzige Muzungu (Suaheli für Fremde, Ausländer), der den Lauf durchgehalten hat. Aus Versehen war er auf der Strecke, die in etwa sechs gleich große Umkreisungen eingeteilt war, bei km 36 einen Kreis zu früh in das Stadion gelaufen. Dabei gab es frenetischen Jubel. Allerdings musste er sich von den preußisch genauen Lauf-Ordnern sagen lassen, dass er noch die Schleife mit den sechs Kilometern machen musste.
Jedenfalls haben wir uns vorgenommen, dass die Grünhelme Till Gröner, Rupert Neudeck und – wer immer dann noch will? – an dem nächsten Marathon-Lauf an der Küste des Gazastreifens teilnehmen werden. Durch die neue freizügigere Politik der neuen ägyptischen Regierung konnte für den ersten von der UNO veranstalteten Lauf an der Gaza Küste mehrere internationale Läufer in den Gazastreifen über den Grenzort Rafah einreisen. Die Küste des Gaza Streifens ist genau 41,87 Km lang.
Auf jeden Fall, nachträglich ein großer Glückwunsch an Till Gröner. Die Zeit ist in Anbetracht der afrikanischen Äquatorsonne beachtlich: 4 Stunden. Till, das hätten selbst wir Dir nicht zugetraut.
Rupert Neudeck

woensdag 6 juli 2011

Handover Ceremony

De Green Helmets, of op zijn Duits de Gruenhelme, is een Duitse ontwikkelingsorganisatie die met behulp van vrijwilligers scholen en andere gebouwen bouwt in derdewereldlanden. Meestal bouwen ze alleen maar en laten het beheer over aan lokale mensen. In Rwanda hebben ze in 2007 een technische school gebouwd en hebben ze aansluitend deze school ook beheerd voor een aantal jaren.


Tijdens mijn bezoek aan Erin, een maand geleden, hebben wij ’s middags ook een bezoek gebracht aan deze ‘vocational school’ met de naam Nelson Mandela Educational Centre in Natrama, om te kijken of Erin aan deze school ook enige ondersteuning kon bieden. Wij zijn rondgeleid op deze school en het zag er gewoon prachtig uit. Als de Duitsers ergens iets neer zetten, dan zetten ze ook iets goeds neer. Zo’n 60 leerlingen leren op projectmatige wijze en met holistische blik hoe ze moeten omgaan met ‘construction’ en ‘electricity’. Alle gebouwen op het terrein zijn een resultaat van een project dat door een klas is uitgevoerd in het kader van hun opleiding. De lokalen en lesmaterialen waren ook allemaal prima in orde.


Sommige elementen kunnen als vrij vooruitstrevend worden gekenmerkt. Er is veel aandacht voor hergebruik van water. Volgens eigen zeggen hebben ze het enige ‘greywater system’ van het land. Dit houdt bijvoorbeeld in dat water van een douche weer hergebruikt gaat worden als water voor een wc. Verder staat er een enorme hoeveelheid zonnepanelen ten behoeve van hun energieverbruik. Deze panelen geven in feite zoveel energie dat ze maar 20 % ervan nodig hebben voor eigen gebruik. De rest bieden ze aan het landelijke stoomnetwerk. Alleen jammer dat ze daar van de Rwandese overheid niets voor betaald krijgen, het is al jaren wachten op het ondertekenen van het contract tussen de Geen Helmets en de Rwandese overheid.


Door de Duitse beheerders van de school zijn we allerhartelijkst ontvangen en sinds die tijd heb ik ook contact met ze gehouden, onder andere doordat Till, de coördinator voor de Green Helmets in Rwanda, meegedaan heeft aan de marathon. Ik kreeg dan ook een uitnodiging om op woensdag 29 juni deelgenoot te zijn van hun ‘Handover Ceremony’. De Green Helmets hebben op die dag formeel het beheer overgedaan aan de Rwandese overheid.


Tijdens ons eerste bezoek is de overdracht al ter sprake gekomen. Toen gaf Till al aan dat het een noodzakelijk stap was, maar dat het ook een stap was met onzekerheden. Zal de school op dezelfde wijze kunnen doorgaan zodra het in handen is van de Rwandezen? Till en zijn collega’s gaan ook daadwerkelijk op afstand zitten, want ze verhuizen van het Nelson Mandela Educational Centre naar een huis in het dorp Natrama. Zij worden adviseurs op afstand.

De Duitse ambassadeur was ook aanwezig en daar heb ik ook nog even kort mee gesproken, zelfs een paar woorden in het Nederlands, want in een ver verleden had hij op de Duitse ambassade in Den Haag gewerkt. Met een aantal mensen kregen we zo een discussie over het onderwijs in Rwanda. De Duitse ambassadeur was niet zo positief over de toekomst. Hij zag een groot gevaar in de constatering dat men in Rwanda heel veel investeert in onderwijs, met als gevolg dat vele jonge mensen hier een opleiding krijgen met een mooie titel, terwijl er vervolgens geen banen zijn. In combinatie met het trauma van de genocide van 1994 en het feit dat de brug tussen de twee bevolkingsgroepen in Rwanda nog steeds niet gemaakt is, geeft dit volgens hem een explosieve cocktail. Een Rwandese vrouw in ons gezelschap ondersteunde zijn analyse volledig.


Voordat de daadwerkelijke ceremonie zou plaatsvinden kon een ieder rondkijken op het terrein. Bij de verschillende onderdelen stonden leerlingen gereed om een en ander uit te leggen over wat het was. Zo heb ik uitleg gekregen over het gebruik van opgevangen regenwater, hoe ze een boog boven een raam metselen en hoe ze een baksteen maken.


Daarna was het tijd voor de overdracht. Een keur aan speeches kwam voorbij. De Rwandese directeur van de school was aan het woord. Till deed een speech namens de Green Helmets. De lokale autoriteiten waren er. En natuurlijk iemand van de organisatie binnen het Ministerie van Onderwijs waaraan het instituut is overgedragen. Veel lovende woorden over wat er neer is gezet en iedereen was ook vol enthousiasme over de toekomst van deze voorbeeldschool.


Het geheel werd afgesloten met een enthousiast koor van leerlingen dat religieuze liederen zong, met traditionele dans, met twee jongens die een rap deden en met een lunch. Dan was het tijd om dit mooie centrum te verlaten. Met de overdenking dat dit misschien wel een te vooruitstrevend centrum is voor Rwanda. Hoe zal dit erbij staan over vijf jaar?


Het is nog niet al te laat, dus besluit ik om Dan, de man van Erin, gezelschap te houden bij zijn wandeling naar Nyamata. De wandeling duurt ongeveer een uur, onderweg krijgen we regelmatig gezelschap van Rwandezen, die een poosje met ons meelopen. In Nyamata stap ik op de bus naar Kigali.

maandag 4 juli 2011

4th of July gatecrash

In Rwanda is 1 juli een vrije dag omdat ze dan vieren dat ze onafhankelijk zijn geworden van de Belgen op die datum in 1962. Dat is wel een vrije dag, maar daar wordt verder niet zo veel mee gedaan. Misschien volgend jaar wel, want dan is het 50 jaar geleden. Op 4 juli hebben we ook een vrije dag, omdat ze dan vieren dat de RPF op die datum Kigali heeft ingenomen in 1994 en dat markeert het einde van de genocide en het begin van het nieuwe tijdperk. Ter ere hiervan is er vandaag een groot evenement geweest in het Amahoro stadion met president Kagame, speeches, zang, dans en veel militairen. Wij waren er deze keer niet bij.

Sinds ik zonder uitnodiging op bezoek geweest ben bij de Britse ambassadeur in verband met de Royal Wedding heb ik bij sommige mensen een bepaald imago gekregen. Dat ik op elk feest verschijn, of ik nu uitgenodigd ben of niet. Vooral Daniel en Theo, de jongens van Paul en Nicole, zijn deze mening toegedaan. En ze hebben me dan ook uitgedaagd voor een volgende gatecrash en die kon ik natuurlijk niet laten liggen.

Zoals algemeen bekend is de datum 4 juli ook een heel belangrijke datum voor een ander land. Ter ere van hun nationale feestdag hielden de Amerikanen hier al op 30 juni hun festiviteiten. Maar de uitnodiging was natuurlijk alleen voor mensen met een Amerikaans paspoort. Daniel en Theo hebben mij al allerlei suggesties aan de hand gedaan wat ik moest doen om binnen te komen, onder andere door een poster van president Obama op mijn rug te plakken.

Het feest vond plaats op het terrein van de Amerikaanse ambassade en die is vlak bij mijn werk. Het zou beginnen om drie uur. Evan na drieën was ik bij de ingang en toen zag ik al een mededeling dat mobiele telefoons niet waren toegestaan. Om mijn kansen te vergroten dacht ik dat het beter was om deze niet bij mij te hebben. Dus gauw terug naar mijn werk om de telefoon er achter te laten en snel weer terug te gaan. Het was al iets drukker. Verschillende mensen stonden gereed om door een security poortje te gaan. Ik schoof aan bij een soort van rij, leegde mijn sleutels en portemonnee op een plastic bakje, en mocht even later door het poortje. En toen was ik binnen op het terrein, zonder ook maar mijn paspoort te laten zien. Het was weer gelukt. Gelijk met mij kwam Jennifer ook binnen, een van mijn Amerikaanse collega’s voor VSO en zij is dan ook mijn getuige voor de jongens dat ik echt binnen ben geweest.

Eenmaal binnen kreeg ik ook gelijk zo’n Amerikaans gevoel over me heen. Het was allemaal zo blij en positief. De belangrijkste activiteiten bestonden uit allerlei spelletje die gedaan konden worden en het mooie aan deze spelletjes was dat je altijd een prijs won, maakt niet uit hoe slecht je gooide met de bal, pijltje of ring. Voor een 1.000 Frw mochten we meedoen aan 15 spelletjes en zo kun je heel wat prijzen bemachtigen. Onder het genot van een echte Budweiser zijn wij er dan ook echt voor gegaan. Bij het balwerpen ging het zo goed dat ik zelfs een echte tijgerknuffel heb gewonnen.

Na zo’n twee uur helemaal ondergedompeld te zijn in de Amerikaanse sfeer was het tijd om afscheid te nemen. Ik moest naar het vliegveld om Wilma en Marte af te halen. De knuffel was natuurlijk voor Marte en dat was gelijk een schot in de roos, want binnen de kortste keren was dat al haar lievelingsknuffel. Met dank aan de Amerikanen!

Daniel en Theo hebben nu al weer een nieuwe uitdaging voor mij. Ik moet op bezoek gaan bij president Kagame.

dinsdag 28 juni 2011

Buurtkerken

In Rwanda heb je heel veel kerken. In de eerste plaats is er natuurlijk de katholieke kerk. Bij ons in de buurt staat er een en die hebben we ook al eens bezoek gebracht. Daarover heb ik verteld in mijn verhaal met de titel ‘Kerkgang’.

Maar daarnaast heb je ook heel veel protestante kerken. Sommigen zijn onderdeel van een groter verband. Anderen lijken gewoon solitaire kerkjes te zijn.


Een kerk met heel veel aanhangers in Rwanda is kerk van de Zevendedag Adventisten.


De Apostles Church, van onze benedenbuurman.


De gebouw, met Jesus Christ geschreven op het dak, is vroeger een kerk geweest. Volgens Fabrice is deze kerk verhuisd naar een ander gebouw toen ze er niet meer inpasten. Nu wordt dit gebouw bewoond door een gezin met een heleboel kleine kinderen. Deze mensen hebben het niet breed.  


De Winners Chapel staat op de weg van ons huis naar de markt en het busstation. Er wordt altijd heel hard geschreeuwd, door twee mensen tegelijk. Eerst door de dominee uit Tanzania in het Engels en dat wordt dan gelijk vertaald in het Kinyarwanda.


De kerk van de Baptisten. Hier wordt heel beschaafd gezongen.


De New Vision Pentacostal Church zit op de tweede verdieping. Zo zijn ze goed te horen in de wijde omtrek.


Dit is een kerk zonder naam die onder de Smat supermarkt zit. Ondanks dat ze geen uithangbord hebben brengen ze toch veel mensen op de been.


Dit is een heel klein kerkje in een kantoorpand. Toen ik even om de hoek keek zag ik niet meer dan twintig mensen.


Deze kerk zit boven de Anarex supermarkt. Ook op donderdagavond hebben ze dienst en dan kun je dat heel goed horen als je drankje zit te drinken in de tuin van het Medi Motel. Op een keer zat er iemand zo vals te zingen, en hard, dat ik medelijden had met de mensen die aan het werk waren in de winkels onder de kerk.


In het verleden kon je De Prayer Palace Church regelmatig horen, ook door de week. De laatste tijd zie ik niet zo veel activiteit meer. Zouden ze gesloten zijn?  


Deze kerk zonder naam staat vlak bij de markt. Dit is de kerk die uitgebreid besproken is tijdens onze vorige umuganda van eind mei. Met de vergunning moet het inmiddels wel zijn gelukt, want ze zijn nog steeds bezig. Met het volume lukt het wat minder, want ze zijn in de verre omtrek te horen. Ik heb een kijkje om de hoek genomen en zag dat er maar liefst acht kerkgangers waren, waarvan twee met microfoon.