maandag 15 augustus 2011

Nyungwe

De weg van Butare naar Cyanugugu loopt midden door het Nyungwe Forest. Na een paar uur rijden van Kigali komen we plotseling aan in het bos. Opeens geen hordes mensen meer langs de kant van de weg, geen huizen meer en geen velden vol met maïs, bananen en andere cultivatie. Alleen maar bomen, alleen maar bos. Opeens is het allemaal anders. Dit is een heel ander stuk van Rwanda.




Het Nyungwe Forest is het laatst overgebleven oerwoud in de bergen in Afrika en herbergt vele soorten apen, volgens onze reisgids zijn het er dertien. De meeste apen zijn behoorlijk schuw en het bos is erg groot, dus alle soorten van het Nyungwe Forest zullen we niet zien.



Na een halfuur rijden in het bos, met alleen maar groen om je heen en de weg waarop we rijden, komen we de eerste apen tegen. Het zijn de L’Hoest monkeys. We stoppen onmiddellijk met autorijden en ook Marte is er weer helemaal bij. De apen gaan ondertussen gewoon door met wat ze aan het doen zijn, namelijk lekker eten. Dit zijn de apen die je het gemakkelijkst kunt zien. Ze houden ervan om te bivakkeren langs de kant van de weg. De eerste apen hebben we al gezien, en we zijn nog maar nauwelijks begonnen.


We rijden het bos door en nemen onze intrek in het guesthouse net buiten het park. Het bevindt zich midden tussen de theeplantages. Vlakbij het guesthouse is een kantoortje dat hoort bij het park, waarin we uitleg krijgen over wat er allemaal mogelijk is. Wij besluiten op de eerste dag een wandeling door het bos te maken, waarschijnlijk een van de kortere, en als we zin hebben ’s middag nog een. De dag erop zal ik alleen op een Chimpanzee Tracking gaan. Dan gaan we met een groep mensen echt op zoek naar deze apen. Het is niet toegestaan voor Marte om mee te doen aan deze zoektocht, dus blijven Wilma en Marte lekker bij het hotel.





De wandeling waar we met zijn drieën aan beginnen is de Igishigishigi Trail, en daar hoort de Canopy Walk bij. Onder leiding van Claude, onze gids, lopen wij met een klein groepje het bos in. We dalen behoorlijk en genieten ondertussen van het mooie uitzicht.




Net als Marte er een beetje genoeg van begint te krijgen, zien we in de verte een paar apen. Deze keer zijn het de Blue Monkeys. Eerst zie je ze in de verte lekkere bessen plukken boven in de boom, en vervolgens hebben ze er genoeg van en komen steeds dichterbij de plek waar wij staan. Ze springen van tak naar tak en vlakbij ons gaan ze op een dikke tak staan om vervolgens met een grote sprong naar de takken van de aangrenzende boom te springen. Een magnifiek gezicht. Marte kijkt ook haar ogen uit.






Nu een uurtje komen we aan bij de Canopy Walk. Dat is een 120 meter lange brug die tussen twee bergtoppen is gespannen. Je wandelt over deze brug hoog boven de toppen van de bomen beneden je in de vallei. Op zijn diepst is de vallei zo’n 90 meter onder je. Ik vond het best wel een beetje eng. Je weet dat er eigenlijk niets kan gebeuren met deze door USAID gefinancierde brug, maar toch voelt het een beetje ongemakkelijk. Maar het was wel een unieke ervaring. Marte had helemaal geen angst, zij vond het prachtig, voor haar was het was alsof het een attractie in een kinderspeelparadijs was.



Dan gaan we weer omhoog naar door het bos naar het bezoekerscentrum, de wandeling heeft in totaal iets meer dan twee uur geduurd. Marte rook op een gegeven moment de stal, ze ging voorop lopen en steeds harder en op een gegeven moment raakte ze zelfs uit het zicht. Claude moest het op een looppas zetten om haar bij te benen.



Na ons lunchpakketje met een banaan, gekookt ei en boterham met kaas te hebben verorbert hebben we ’s middags nog een wandeling van een uur gedaan, de Buhoro Trail. Eigenlijk hadden we die ook wel kunnen laten, Marte had er duidelijk helemaal geen zin meer in en het voegde niet veel toe aan de wandeling van de ochtend.

De volgende dag ben ik om vijf uur ’s ochtends vertrokken voor de Chimpanzee Tracking. Ik moest eerst meer dan een uur rijden, door de mist in het pikkedonker, om naar het Cyamudongo Forest te rijden. De is een klein bos dat ook bij Nyumgwe hoort, maar er wel een flink stuk vandaan ligt.

Om half zeven zijn we op de plek van vertrek en met flinke pas gaan we het bos in. Eerst een heel stuk vrij vlak, maar dan toch lichtelijk dalend. En voor we het weten zijn we bij de chimpansees. Hoog in een boom boven ons zijn ze duidelijk aanwezig. Maar voordat onze hele groep is gearriveerd zijn ze alweer luidkeels vetrokken. Dit was wel een zeer korte kennismaking met de apen.

Dus gaan we verder het bos in, steeds verder afdalend. We blijven een hele poos op een plek staan met uitzicht op een boom waar ze regelmatig fourageren. Maar helaas, ze komen niet en na twintig minuten gaan we weer verder. Af en toe hoor je dat typische geluid van de chimpansee: oe oe oe ah ah oe oe ah. Dus ze zijn er nog wel!



We staan een poosje stil op een pad. Onze gids heeft constant contact met de trackers, dat zijn de mensen die de hele tijd in het bos blijven om de apen te volgen. Ik zie een zwarte schim in de verte het pad oversteken. Even later kijk een seconde naar een kont van een chimpansee als hij op een klein bospad loopt. Maar dan weer een poos helemaal niks. Men zegt wel dat er een 50 % kans is dat je chimpansees ziet op de tocht die we nu maken, dus dit is het misschien dan wel.



We lopen weer verder. Plotseling worden we gemaand stil te zijn en zien de chimpansees hoog boven in een boom. We lopen door tot onder de boom en zien de apen wel zo’n 20 of 30 meter boven ons. Ze zijn bessen aan het eten en het zijn er ongeveer zeven. Het lijkt of ze ook geen last hebben van onze aanwezigheid, want ze gaan gewoon rustig door met hun bezigheden. Af en toe kunnen we maar een glimp van ze opvangen, want het is een vol bladerdek en ze zijn ver van ons verwijderd. Ik krijg een stijve nek van al het omhoog kijken. Soms hoor je even minuten niets en zie je ook geen beweging, blijkbaar rusten ze dan even. Plotseling komt er plotseling een straal naar beneden, ze moeten natuurlijk ook plassen. Gelukkig staat er niemand onder. Mooi om ze zo mee te maken.


Na een uur is de tijd op en moeten we weer terug. Wederom in looppas. Om tien uur zijn we terug op de plaats van vertrek.

woensdag 10 augustus 2011

Toeristen

Tijdens onze vakantie in Rwanda zijn wij regelmatig in aanraking gekomen met andere toeristen. De meeste zijn echter geen normale toeristen, nee, het zijn allemaal toeristen met een verhaal. Er is een reden waarom ze in Rwanda zijn. Je komt maar zelden iemand tegen die gewoon toerist is in Rwanda. Het begon al met het Nederlandse gezin dat we ontmoet hadden toen we begin juli in Gashora waren.

In Nyungwe kwamen we in ons hotel een Nederlandse jongen tegen die getrouwd is met een Burundese vrouw. Zij waren op weg naar een bruiloft in Burundi. Vooruitlopend hierop verbleven ze hier een paar dagen om van het oerwoud van Nuyngwe te genieten.

In Kibuye zaten we in hetzelfde hotel als een Italiaans-Rwandees stel met hun vierjarige dochter Sofia, slechts een paar dagen ouder dan Marte. Sofia en Marte konden het goed met elkaar vinden en vonden het leuk om met elkaar te spelen. Vanzelf kom je dan in gesprek met de ouders. De vader heette Filippo en de moeder Francine. Zij was in 1993 met vader, moeder, zus en twee broers vertrokken naar Italië vanuit Rwanda, om te ontsnappen aan wat er later zou gaan gebeuren in Rwanda. En nu was ze hier, samen met haar man en dochter, voor het eerst sinds die tijd weer terug in Rwanda.


Op het eilandje Amahoro, in de buurt van Kibuye, kwamen we een Nederlandse vrouw tegen met haar drie kinderen, alle drie zo rond de twintig jaar. Zij vertelde dat ze geboren was in Rwanda en de eerste elf jaar van haar leven hier had gewoond. Haar vader was werkzaam geweest in een ziekenhuis in de buurt van Gitarama. Toen ze twintig was, was al een keer eerder teruggeweest, maar nu was ze hier om het aan haar kinderen te laten zien. Tijdens de genocide was het ziekenhuis compleet vernield geweest en jaren daarna heeft het ook niet gefunctioneerd. Maar nu was het er weer helemaal bovenop en zij was blij om te zien dat het levenswerk van haar vader er nog was.

In het restaurant liep een Belgische man rond met zijn dochtertje Kesha van een jaar oud. Ook hij was getrouwd met een Rwandese vrouw en nu waren ze op bezoek in Rwanda om hun dochter te laten zien aan de Rwandese grootvader van het meisje. Het was een heel bijzondere gebeurtenis, want deze grootvader had zojuist voor het eerst een kleinkind gezien. Al zijn andere kinderen had hij verloren tijdens de genocide. Van de moeder van Kesha was zojuist in België een boek verschenen van haar geschiedenis, helaas alleen nog maar in het Frans.

In het hotel in de buurt van Gisenyi kwamen we in contact met een Frans-Rwandees stel met hun drie kinderen. De vader heette Philippe en de moeder Prisca. Hun kinderen waren wat ouder dan Marte, namelijk 15, 12 en 6. Maar met de jongste heeft Marte toch nog even gespeeld. We hebben een beetje Nederlands met Prisca gesproken, omdat ze gestudeerd had in Antwerpen. In 1989 is ze naar België vetrokken met een studiebeurs. Na 1994 was er voor haar geen reden meer om terug te gaan naar Rwanda, behalve dan voor vakantie en familiebezoek. Zij waren inmiddels voor de derde keer sinds die tijd op bezoek in Rwanda.


In hetzelfde hotel hebben we even gesproken met een Fransman met de naam Alain Gauthier. Hij was hier voor de Franse organisatie Collectif des Parties Civiles pour le Rwanda (CPCR). Deze organisatie wil dat de daders van de genocide worden berecht. Dat doet zij namens de slachtoffers die nu woonachtig zijn in Frankrijk. Hij was ervan overtuigd dat Frankrijk in ieder geval nooit zou toestaan om hiervoor iemand naar Rwanda te sturen. Dus ook de vrouw van de vroegere president, Agathe Kanziga Habyarimana, een van grootste verdachten volgens de huidige Rwandese autoriteiten, zal dus waarschijnlijk haar straf ontlopen. Misschien zal ze dan in Frankrijk zelf worden berecht.

In het hotel in Ruhengeri raakten we in gesprek met een Nederlander en zijn Rwandese vrouw. Deze vrouw was samen met haar zusters eigenaar van het oudste hotel van die stad en zaten daar samen lekker te ontbijten. Jaren geleden had hij namens SNV in Rwanda gewerkt, toen heeft hij daar zijn vrouw ontmoet, en vervolgens hebben ze jaren op diverse plekken in de wereld gewoond. Toen de genocide uitbrak in 1994 zat hij in Kenia en was zijn vrouw op dat moment in Rwanda. Hij heeft toen zijn vrouw met een vliegtuig uit Gisenyi opgehaald om haar te laten ontsnappen aan de gekte.

Allemaal toeristen, allemaal met een bijzonder verhaal.

donderdag 28 juli 2011

Vakantie

Morgen gaan we op vakantie. Wij hebben een Toyota Rav4 gehuurd en daarmee gaan we 10 dagen door het land heen rijden.

Wij beginnen in het Nuyngwe National Park. In dat park zitten verschillende apen en hopelijk gaan we er een paar van zien. Dan gaan we door naar het meest zuidelijk puntje op Lak Kivu: Cyangugu. Langs de kust van Lake Kivu gaan we dan naar het noorden. Eerst naar Kibuye en dan vervolgens door naar Gisenyi, waar we verblijven in het favoriete hotel van Marte: Paradise Malahide.

Op zondag 7 augustus hopen we weer terug te zijn.

Vanochtend kwam er opeens een raar telefoontje van het guesthouse dat wij hebben geboekt voor vrijdag en zaterdag. De manager zei dat een ‘governments official’ hem had benaderd en een kamer voor donderdag en vrijdag nodig had. En als een ‘goverments official’ een kamer wil, dan kun je hem niet weigeren. Dus is onze kamer nu voor hem. Dat wilde de manager even zeggen, maar hij kwam gelijk met wat alternatieven. Zijn eerste voorstel was om een tent voor ons beschikbaar te stellen. Dat vond ik geen optie. Zijn tweede voorstel was om de eerste nacht in een ander guesthouse door te brengen. Zij zouden dan zorgen dat dat geregeld zou worden en voor het vervoer. Dat heb ik dan maar zuchtend geaccepteerd.

Het is soms een vreemde wereld. Wij gaan wel zien waar we terechtkomen!

woensdag 27 juli 2011

Census deel 2 (Raar staartje)

Dit wordt een lang verhaal zonder foto’s. Dus dit wordt echt een stuk voor de liefhebbers. Maar ik heb het gevoel, dat ik het toch even kwijt moest, dus vandaar dit stuk. Diegene die het te lang vindt, gaat maar gauw naar mijn vorige of volgende blog.

In mijn blog van 27 april heb ik verteld over de census die is uitgevoerd: http://bertinafrika.blogspot.nl/2011/04/census.html. Ik eindigde met de opmerking dat het rapport nog even naar National Instute of Statistics of Rwanda (NISR) moet, voordat het naar MINALOC gaat, en als deze instanties het goedkeuren, dan is het rapport officieel. Dit rapport over de census heeft echter nog een heel raar staartje gekregen.

Het begon met de NISR. Deze heeft een mooie brief aan ons gestuurd dat ze het onderzoek valideren, maar dat ze wel graag het bestand zouden willen hebben op basis waarvan het rapport is opgesteld. Dat vond ik wel weer mooi getuigen van prettige arrogantie. Tijdens het hele traject van de census niet thuis geven, vanwege het ontbreken van mankracht geen bijdrage op welke wijze dan ook hebben kunnen leveren, maar aan het eind van de rit toch wel even vragen om de gegevens. Ik was in eerste instantie dus helemaal niet te spreken over deze gang van zaken, maar achteraf is het onze redding geweest, of onze ondergang, het is maar hoe je het bekijkt.

Met deze brief in de hand zijn wij dan ook gauw naar MINALOC gestapt, om ook van hen goedkeuring te krijgen. Dat was nu ook geen probleem meer, dus het rapport was gevalideerd en kon dus nu officieel worden gebruikt. En dat is toch een mooi resultaat wat op het conto van onze organisatie RNDSC geschreven kon worden.

Sinds januari, toen we de eerste versie van het rapport hadden gekregen, hadden we geprobeerd om het bestand te ontvangen van de onderzoeker, van onze consultant die we vanaf nu Teddy K. zullen noemen. Teddy K. heeft gedurende die tijd de boot af gehouden, en op enig moment zelfs gesuggereerd dat er natuurlijk wel voor betaald zou moeten worden, wat natuurlijk belachelijk zou zijn. Maar nu eindelijk hadden we een autoriteit achter ons staan, namelijk het Bureau of Statistics. Omdat deze instantie de gegevens wilde, kon onze Teddy K. waarschijnlijk niet meer anders en op een goede dag heeft hij een Excel bestand aan ons overhandigd.

Op 18 mei heb ik dat bestand geopend. Het bevatte 522.856 regels en dat sloot mooi aan met wat er in het rapport stond. Binnen twee seconden was duidelijk dat er iets niet klopte. Gelijk op de eerste pagina had een onwaarschijnlijk aantal mensen de leeftijd van 22 jaar. Nu begreep ik ook waarom er zoveel gehandicapten waren in de leeftijdsgroep van 20 tot en 24 jaar. Door de consultant, maar ook door anderen, was dat altijd afgedaan met de argumentatie, dat dat veroorzaakt is door de genocide. Al scrollend door het bestand waren er gigantisch veel mensen die 22 waren. Dit klopte gewoon niet!

Maar dat was nog niet het ergste. Na een paar minuten een beetje grasduinen door het bestand leek het erop dat er ook dubbelen in het bestand stonden. Dus nog meer reden voor actie. Ik heb vervolgens het bestand gesorteerd om te kijken of dat er veel zouden kunnen zijn. En dat zag er desastreus uit. Er waren heel veel mensen dubbel vermeld in het bestand, en sommigen kwamen er zelfs vier keer of zes keer in voor. Als dit allemaal waar zou zijn, dan zou dat zeer ernstige gevolgen kunnen hebben, dan zou het aantal mensen misschien wel eens kunnen dalen tot het onwaarschijnlijk lage getal van 250.000.

In een kast in ons kantoor staan alle vragenformulieren op basis waarvan het bestand is opgemaakt. Die liggen daar weliswaar in strikt willekeurige volgorde, maar een en ander toch te kunnen controleren heb ik een paar plastic mapjes met vragenformulieren genomen en gekeken of ze correct zijn opgenomen in het bestand. Het bleek al heel snel dat de leeftijd van 22 gewoon niet aansloot met de basisgegevens en ook de dubbele mensen kon niet verklaard worden door mensen die toevallig precies dezelfde naam zouden hebben.

Wij hebben onze consultant Teddy K. heel snel benaderd met het verzoek om even langs te komen. Op 20 mei is hij langsgekomen en hebben wij hem in kennis gesteld van wat wij hebben geconstateerd. Hij vertoonde geen enkele emotie, wij hadden minstens verwacht dat hij zijn verbazing over het geconstateerde zou uitspreken. Nee, niets van dat alles. Hij zou het gaan controleren met zijn eigen gegevens. Daarna begon het lange wachten.

Wij hebben hem regelmatig proberen te bellen, maar meestal nam Teddy K. de telefoon niet op en als even later weer werd gebeld, stond de telefoon opeens uit. Rara, hoe kan dat? Via sms hebben we regelmatig berichten uitgewisseld en hij beloofde regelmatig te bellen of langs te komen, maar het gebeurde niet. Regelmatig was hij ziek, dus dat was natuurlijk ook een reden om niet hoeven op te komen draven. Teddy K. gaf op een gegeven moment aan dat hij een nieuw bestand had, met de correcte gegevens, maar op ons verzoek om deze dan langs te brengen, kwam wederom geen reactie. Dit was een behoorlijk hopeloze situatie.

Ondertussen hadden we ook alle tijd om alle documentatie eens te gaan bekijken aangaande het census project. We zien de contracten die met Teddy K. zijn afgesloten, en zien dat deze er niet heel erg dichtgetimmerd uit zien. Wij constateren dat Teddy K. al volledig is betaald, ook al heeft hij nog niet voldaan aan al zijn verplichtingen. We zien dat Teddy K. als vertegenwoordiger van een gehandicaptenorganisatie op 1 juni 2010 in een vergadering zit en vervolgens op 14 juni als consultant wordt aangenomen. We zien dat Teddy K. bij zijn cv een diploma heeft toegevoegd om aan te tonen dat hij een ‘Masters of Business Administration in Applied Statistics’ van de Rochville University heeft. Dit blijkt geen echte universiteit te zijn, waarschijnlijk is dit diploma gewoon voor een bescheiden bedragje aangekocht. Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Rochville_University.

Bruno was inmiddels niet heel erg blij met deze ontwikkelingen. Hij had waarschijnlijk liever gehad dat ik niet naar het bestand had gekeken. Het werk van zo’n anderhalf jaar leek zo plotseling in het water te zijn gevallen. We konden nu echter niet meer terug. Wij moesten nu wel actie ondernemen richting Teddy K. Maar voor Bruno was dat heel moeilijk. Zelf actie ondernemen tegen Teddy K. was gewoon een brug te ver. Ook om dit voorval te melden bij ons toezichtorgaan (Management Committee) ging niet van harte, want dat zou gezichtsverlies betekenen en mogelijk zou hij ook nog de schuld krijgen. Om toch iets te doen, kon het uiteindelijk niet anders dan dat de president van de Management Committee erbij gehaald moest worden.

De president was ook niet blij. Hij opperde nog iets van dat hij die Teddy K. eigenlijk altijd al niet vertrouwde, maar daar hadden we nu natuurlijk niets aan. De president was bereid om een brief aan Teddy K. te ondertekenen dat Teddy K. alsnog met de goede gegevens en een goed rapport moest komen en als dat niet gebeurde dat wij dan naar de autoriteiten zouden stappen. Wat de laatste concreet zou inhouden wisten wij eigenlijk ook nog niet. Die brief is op 20 juni verstuurd met een deadline van 23 juni.

Deze brief heeft in ieder geval impact gehad, dit zorgde ervoor dat Teddy K. eindelijk een reactie vertoonde. Op 24 juni heeft hij een nieuw Excel bestand aangeleverd. Het bevatte nu 223.237 regels. De leeftijd leek er nu goed in te zitten. En op het eerste gezicht leek het geen dubbele te bevatten. Dus dat zag er in ieder geval beter uit, maar het maakte al wel duidelijk dat het gepresenteerde rapport op 5 april niet correct is geweest. Afgesproken dat wij het bestand zouden onderzoeken en vervolgens de resultaten aan hem zouden mededelen.

De daaropvolgende dagen heb ik uitgebreid gekeken naar het nieuwe bestand. En helaas heb ik wederom moeten constateren dat er nog steeds een substantieel aantal dubbelen in het bestand zaten. Dus we konden nog steeds niets met dit bestand. Vervolgens heb ik maar weer contact ogenomen met Teddy K. met de mededeling dat wij de Access gegevens wilden die de basis zijn voor het Excel bestand. Misschien zouden we daar iets mee kunnen. Dit hebben wij vervolgens verbazingwekkend snel gekregen. Op 30 juni was het al in ons bezit.

De Access gegevens bestaan uit een heleboel verschillende databases. Mijn eerste actie was om het aantal mensen te tellen in elke afzonderlijke database. Ik kwam tot de conclusie dat het totaal van deze telling 217.456 zou moeten zijn. Hoe is Teddy K. in staat geweest om van dit aantal een Excel bestand te fabriceren van 223.237, en in eerste instantie zelfs van 522.856? Bij het doorlopen van de diverse databases constateer ik dat sommige invoer wel heel erg veel te wensen overlaat en ook nu stel ik vast dat er mensen dubbel geregistreerd zijn in de verschillende databases. Dus dat aantal van 217.456 is nog steeds te hoog.

Gelijk op 30 juni heb ik Teddy K. nog maar eens benaderd voor een reactie. En hetzelfde patroon als eerder begint zich nu te herhalen. Beloftes om te bellen of langs te komen worden niet nagekomen. Ziektes worden voorgevoerd als excuus. Ondertussen is Teddy K. ook nog even getrouwd, dus toen hij ook geen tijd voor onze kleine problemen. Wij staan nog steeds met lege handen. En Teddy K. houdt zicht gedeisd. Hij weet dat als hij niet reageert, dat dat zijn beste kans is om er ongeschonden uit te komen.

Bruno is inmiddels allergisch geworden voor het woord census. Eigenlijk wil hij er niets meer over horen. En hij wil al helemaal geen actie meer ondernemen. Volgens mij wil het liever maar helemaal vergeten. Laten we maar doen of het helemaal niet is gebeurd. En als niemand erover begint, dan gaat iedereen in de loop van de tijd ook vergeten dat er een census heeft plaatsgevonden.

Enkele voorzichtige conclusies:

De UNDP heeft dit project gefinancierd door middel van een bedrag van $ 100.000. Dit bedrag is dus eigenlijk weggegooid geld. In december is een brief gestuurd naar de UNDP met een specificatie van het geld dat is uitgegeven en de mededeling dat binnenkort het rapport zal worden toegezonden. Logischerwijze is dat rapport natuurlijk nog niet opgestuurd. Tot nu toe laat UNDP niets van zich horen. Zijn ze niet geïnteresseerd in het uiteindelijke rapport? Is die $ 100.000 een te klein bedragje in hun budget om zich daar druk om te maken? Is dit exemplarisch voor alle uitgaven die gedaan worden door organen van de Verenigde Naties?

Onze consultant Teddy K. heeft wel heel slecht werk geleverd. Met een paar beperkte controles had hij diverse fouten kunnen voorkomen. Hoe heeft hij zonder blikken of blozen in zijn rapport kunnen concluderen dat er 522.856 mensen met een handicap zijn? En sindsdien heeft hij ook geen enkele spijt of inzicht getoond. Hij heeft gereageerd toen hij niet anders kon. Verder neemt hij ook niet de moeite om te proberen om zijn fout redresseren. Het trieste is dat hij er ook nog mee wegkomt ook.

NISR en MINALOC hebben beiden het rapport gevalideerd. Op grond waarvan hebben ze dat eigenlijk gevalideerd? Het lijkt gewoon een beetje op bezigheidstherapie en zichzelf belangrijk vinden. Men wil graag hun stempel zetten op een document, zodat men intern kan verantwoorden dat ze toch maar weer goed bezig zijn. Wij hebben Bruno gevraagd om bij deze organisaties te verzoeken om het rapport en de validatie officieel in te trekken. Onduidelijk is of dit ook daadwerkelijk is gebeurd.

Op 5 april is het rapport officieel gepresenteerd. En menig deelnemer aan dit evenement hebben een kopie van het document mee naar huis genomen. Wat voor eigen leven gaat dit document leiden, als het niet officieel wordt ingetrokken?

Onze organisatie RNDSC is nog steeds in shock van wat er is gebeurd. Halverwege 2009 zijn de eerste voorbereidingen begonnen. Er is heel veel tijd en moeite in gestoken met een waardeloost eindresultaat. Als we uiteindelijk mogelijk alles nog op een rijtje krijgen, dan zal er iets overblijven wat eigenlijk niet te presenteren is. In 2002 is ook een census uitgevoerd met als uitkomst dat er 308.501 mensen met een handicap zijn en nu in 2010 zouden dat er minder dan 200.000 zijn. Dat is niet te verkopen.

Voor mijzelf is het heel interessant om dit allemaal te zien gebeuren. Ik moet bekennen dat ik, met steun van Nicole, zo’n beetje de trekkende kracht ben geweest om de waarheid boven water te krijgen. En je merkt dat je invloed beperkt is. Ik ben hier als adviseur. En Bruno is vanaf het begin grotendeels in een fase van ontkenning geweest. Ontkenning is niet het goede woord, want hij beseft heel goed wat er is gebeurd, maar meer in een soort staat van was het maar nooit gebeurd. En ook wel frustrerend, want je wilt soms wel wat doen, maar als adviseur blijf je toch altijd een beetje langs de kant staan.


zaterdag 23 juli 2011

Zomerschool

Marte is deze week en vorige week naar de zomerschool gegaan. Eigenlijk is het een summer camp, maar wij noemen het de zomerschool. Een poosje geleden werden we attent gemaakt op het volgende:


We at Mamba Club are offering a real summer camp experience with lots of activities. We will be starting our 7 week camp on Tuesday July 5th, for kids between the ages of 3 and 8 years old. The camp will be Monday to Friday from 8:00 to 15:00. We will be having daily activities with a theme each week leading up to a class outing every Friday.

Daily activities will include:
-Supervised play time with ground level trampoline, basketball, swings, and a football pitch.
-Reading and writing (French and/or English)
-Swimming and swimming lessons. 
-Drum and dance lessons.
-Stretching (yoga for kids), from a certified instructor.
-Bike riding.
-Drawing and colouring.

Every week concludes with a field trip on Friday (students must arrive on Fridays before 9:00am).

Week 1)Paint Week: a local artist will be working with the kids for the week and we will wrap up with a trip to a local paint studio where each of the kids will be instructed by a professional painter to do a master piece of their own.
Week 2)Farm Week: the kids will be taught about farming and gardening and the week will finish with a tour of a local farm.
Week 3)Sports Week: we will be learning about all different sports and a professional soccer/football coach will be with us to practice some drills during the week and conclude the week with a trip to the stadium.
Week 4)Cowboy Week: The theme of the week will be horses and we will end the week by visiting a small ranch and taking turns riding the horses.
Week 5)Bakers Week: This week we will try a little baking of our own and we will end with a trip to a local bakery.
Week 6)Music Week: We will be playing with different instruments this week and we finish with a trip to a music centre.
Week 7)Fun Week: The kids are allowed to choose their favorite activities and we will end with the kids going on a trip to Bambino.

The price of the camp will be $110.00 a week or $700.00 for all 7 weeks. The spots will be limited to 15 kids. Hot lunches will be provided Mondays to Thursdays, however parents must pack a lunch every Friday. As spots are limited, you can sign up at Mamba in Kimihurura or call 0782208824 and ask for Claudine. Mamba will be closed to the public on weekdays for the duration of the program.   

Ages: 3 to 8
Dates: July 5th to August 19th
Cost: $700 for all 7 weeks
Location: Kimihurura, 1 block up the road from Topsec security.



Vorige week heeft ze meegedaan aan de Farm Week. Onder leiding van een tuinier hebben de dertien kinderen een tuin aangelegd. Volgens Marte zijn het een paar 'grijze' kinderen en wat meer 'bruine' kinderen. Het was best hard werken, want ze moesten aarde in een kruiwagen verplaatsen naar de tuin om daar vervolgens een plantje te planten. In die tuin heeft Marte haar eigen plantje geplant, deze heeft ze dan ook trots aan mij laten zien.



Verder zijn ze bezig geweest met het bouwen van een hok voor de kippen. Er waren al hokken voor allerlei andere beesten, zoals een hond, een geit en een paar konijnen.


Deze week was het Sports Week. De groep was deze week veel groter, maar liefst achttien kinderen. Ze schijnen onder leiding van een voetbalcoach allerlei oefeningen te hebben gedaan. Helaas hebben wij er niets van gezien, en Marte wil er ook niet te veel over loslaten. Op vrijdag zijn ze met z’n allen naar het stadion geweest waar ze gevoetbald hebben op een echte grasmat.

Tijdens de twee weken was er natuurlijk ook heel veel tijd voor spelen (vooral schommelen en trampoline springen), zwemmen, yoga, (voor)lezen, tekenen en lekker eten.




Wilma en ik vinden het heel knap hoe ze zich als Nederlands meisje staande houdt tussen al die andere jongens en meisjes die alleen maar Engels of Frans kunnen. Je merkt dat ze wel een heleboel dingen begrijpt die haar gezegd worden, maar dat het moeilijk voor haar is om te communiceren met de andere kinderen.

Voor meer verhalen over de zomerschool verwijs ik naar Marte’s eigen website: http://marteopreis.waarbenjij.nu/. En ze wil graag reacties ontvangen op haar site!

donderdag 21 juli 2011

Sabiti

Afgelopen zondag zijn wij op bezoek geweest bij Sabiti, ons fruitmannetje. Tijdens de eerste maanden van ons verblijf was Wilma vaste klant bij hem voor passievruchten, manderijnen, ananas, mango’s en limoenen. In de periode dat Wilma en Marte in Nederland waren en ik af en toe eens wat fruit bij hem kocht, vroeg hij mij altijd wanneer Wilma weer terug zou komen. Inmiddels zijn ze weer in Rwanda en Wilma gaat dan ook regelmatig bij hem langs voor fruit.

En nu zijn we dan ook uitgenodigd om bij hem thuis te komen. Hij woont niet ver van de markt en we spreken af om elf uur ’s ochtends bij zijn stand. Om dan vervolgens naar zijn huis te lopen. Wij zijn er precies op tijd en worden allerhartelijkst verwelkomd. Zijn fruithandel doet hij samen met zijn vrouw, zij blijft achter om de zaken te behartigen. Zondagochtend is niet het meest drukke moment van de week, dus hij kun rustig even weg.


Na zo’n twintig minuten lopen komen wij aan bij zijn huis. Het is een klein vierkant huisje van maximaal vijf bij vijf meter. Op zijn erf staat verder nog een klein gebouwtje van golfplaten, dat is de wc. Aan de linkerkant van het huis is de keuken, dit is een echte openluchtkeuken, bestaande uit een kooktoestel dat verhit wordt door houtskool.

Wij gaan naar binnen en komen in de woonkamer die bijna geheel wordt gevuld door een bankstel, drie stoelen en een tafel. Achter in de kamer is nog een bed. Het ziet er simpel, maar keurig uit. Naast de woonkamer bevinden zich nog twee ruimtes. De ene wordt afgescheiden door een gordijn en dat lijkt een soort opslagruimte te zijn. De tweede wordt afgescheiden door een gordijn en een deur met slot. Ik heb niet kunnen zien wat daar achter zit, maar ik vermoed de slaapkamer van Sabiti en zijn vrouw.


Sabiti is een Rwandees die in 1996 uit Oeganda naar Rwanda is gekomen. In het verleden had hij een heel andere baan. Hij werkte als ‘storekeeper’ voor iemand die zaken deed met hotels. Wat zijn baan precies was is mij niet helemaal duidelijk geworden, maar het was in ieder geval iets anders dan wat hij nu doet. Zijn baas ging failliet of hield ermee op en toen was hij drie maanden werkloos. Toen heeft iemand hem gesuggereerd om maar fruitverkoper op de markt te worden, en zodoende is hij nu ons fruitmannetje. Hij doet het pas sinds vorig jaar.


De vader en moeder van Sabiti wonen nog steeds in Oeganda, ergens op het platteland. Ook zijn broers en zusters wonen allemaal nog in Oeganda, maar dan in de hoofdstad. Een van zijn broers is ook verkoper op de markt van Kampala, hij verkoopt echter geen fruit, maar aardappels. Sabiti zegt dat hij niet terug wil naar Oeganda, omdat hij Rwandees is.


Hij heeft vier kinderen en ik vermoed dat in ieder geval de drie oudsten slapen op het bed in de woonkamer. Hij vraagt ons wat we willen drinken en willen allemaal water. Voor hem hebben we wat stroopwafels meegenomen. Sabiti laat ons even alleen met drie van zijn kinderen en de oppas van de kleinste. De naam van de oppas is Angelique. Zo zie maar dat iemand met een bescheiden inkomen en een klein huis hier in Rwanda al weer iemand in dienst kan hebben. De ouders hebben een drukke baan op de markt en dan moet er iemand op de kinderen passen.


Nusi is zijn oudste kind. Hij is zeven jaar en gaat naar de eerste klas van de lagere school. P1 heet dat als afkorting van Primary 1. Hij kan een paar woordjes Engels, maar nog niet veel. Om hem beter onderwijs te geven en vooral beter Engels, overweegt Sabiti om hem naar Oeganda te sturen om daar naar school te gaan. Hij zou daar dan bij familie gaan wonen.


Somaya is de tweede. Het is meisje dat zes jaar oud is en nog niet naar school gaat.


Shaban is zijn derde kind. Het is een jongen van vijf jaar en ook hij gaat nog niet naar school.


Jaria is de jongste. Zij is duidelijk een nakomertje want ze is vorig jaar oktober geboren en dus nog geen jaar oud. Bij de geboorte waren er de nodige complicaties en dat kon je ook wel zien. Het ene oog van met meisje is blauw van kleur en het lijkt of ze een soort staar heeft. Verder had ze een schisis van de lip en ook een gedeelte van haar neus was er niet toen ze geboren werd. Door Zuid-Afrikaanse dokters is een operatie uitgevoerd op neus en lip en het ziet er nu weer enigszins toonbaar uit, maar het meisje blijft er heel breekbaar uit te zien. Een echt zorgenkindje. Sabiti begon over Family Planning en injecties en dat dat niet helemaal goed was gegaan. Eerst dacht ik dat hij had over het feit dat zij duidelijk later is geboren dan de anderen, maar later dacht ik ook dat hij misschien wel een verband legt tussen de injecties en hetgeen is geschied met zijn jongste dochter.


Sabiti komt terug met drie koude flesjes water. Die heeft hij speciaal voor ons gehaald. We keuvelen zo nog wat verder over allerlei zaken. Zo komen we erachter dat de beste ananassen uit Gitarama komen, waar hij dus regelmatig heen moet om ze te kopen. En tot onze verbazing komt het andere fruit bijna allemaal uit het buitenland. De mango’s komen uit Oeganda en de manderijnen uit Burundi. In Rwandese vruchten zijn allemaal veel te klein.


Sabiti is in ieder geval heel blij met onze komst. Na een uurtje lopen we gezamenlijk weer terug naar de markt, onderwijl verzucht hij regelmatig: “I’m so happy”.