woensdag 9 maart 2011

Computer crash

Wij zijn hier in Rwanda met twee laptops. Een hele nieuwe, die ik kan gebruiken voor mijn werk, en nog een oude, die bedoeld was om dvd’s af te spelen voor Marte en voor het schrijven van stukjes door Wilma. Het schrijven van Wilma lukte best aardig vanaf het begin, maar met de dvd’s hadden we gelijk al een probleem. Het afspelen lukte nog wel, maar dan zonder geluid. Zo is het kijken naar dvd’s een stuk minder plezierig.

Dus hoe nu verder? Die oude laptop was al een oud baasje, dus we besloten om deze aan te sluiten om het internet om daar de nieuwste downloads te gaan ophalen. Mogelijk zou dat een oplossing geven, zo niet dan zouden we eens gaan kijken bij een lokale computerreparateur.  Op mijn werk heb ik de computer aangesloten en ik kreeg gelijk al de mededeling dat er downloads klaar stonden. Op deze uitnodiging ben ik maar ingegaan en hij heeft dan ook een flinke poos staan stampen. Na een uurtje nog weer eens gecheckt en nog steeds lekker bezig. Dat gaat dus goed! Helaas, een half uur later een groot blauw scherm, met de mededeling: ‘Fatal error’. Daarna nog een paar maal geprobeerd om het beestje weer aan de gang te krijgen. Nee, dit was een ernstige zaak, dit zag er niet goed uit. Wilma zat er toch al over te denken om een nieuwe laptop in Nederland te kopen, dus dit is een goede aanleiding.

Als ik mijn laptop meeneem naar het werk, viel het toch wel een beetje tegen, dat de oude het niet meer deed. Een dag zonder dvd-tje was dan toch wel heel erg lang voor Marte. Dus op naar de computershop ‘Bits n Bytes’ met als onderschrift ‘Computer, laptop, sales & repair’, die zag er wel professioneel uit. Deze winkel wordt gerund door twee Indische broers, en Hamant is diegene die ons te woord stond. Het grote magische woord dat steeds maar weer naar voren kwam was: ‘Blue screen error’ en hij vermoedde dat het gewoon een virus was en dat zou het zo weer gerepareerd kunnen worden voor zo’n 12.000 Frw. Maar het kon ook een hardware probleem zijn, dan zou het meer gaan kosten. Wij hadden niet zo veel keus, want anders hadden we niks, dus wij hebben het vehikel maar uit handen gegeven. Hij zou ons bellen als het een hardware probleem was en wat het dan ging kosten.



Twee dagen later een verlossend telefoontje: de laptop was weer gerepareerd, het was toch alleen maar een virus. Thuis voorzichtig geprobeerd, en ja hoor, het werkt perfect. Voor een kleinigheidje zijn we weer terug geweest en inmiddels zijn we al twee weken verder. Het gaat nog steeds uitstekend. Beter nog, het is een veel betere computer geworden dan dat hij was. Hij is nu veel sneller dan vroeger, en wij hebben er allerlei prachtige programma’s opstaan die we waarschijnlijk helemaal nooit gaan gebruiken, zoals PDF-Creator, maar we hebben ze wel. En dat voor zo’n € 15. Het is een genot om dat ding te gebruiken. Vanaf nu hebben wij ook een heilig ontzag voor Indische IT-ers. Als het even kan, gaan we outsourcen!


vrijdag 4 maart 2011

Workshop


Gisteren had ik mijn eerste workshop. Het werd georganiseerd door de International Disability Alliance (IDA) en had als titel ‘Monitoring the UN Convention on the Rights of Persons with Disabilities (CRPD)’. In 2006 is deze conventie door de Verenigde Naties opgesteld en het is de bedoeling dat alle landen die deze conventie hebben geratificeerd ook gehouden worden aan deze conventie. Rwanda heeft deze conventie reeds in 2008 geratificeerd. Nederland heeft wel ondertekend, maar tot op heden nog niet geratificeerd. 

Tijdens de workshop is uitleg gegeven over de conventie. Vervolgens is de link gelegd tussen deze conventie en de wet die naar aanleiding hiervan is gemaakt in Rwanda. Ook is gesproken over de rechten die ieder individu of iedere organisatie heeft omdat Rwanda dit verdrag heeft ondertekend. Bijvoorbeeld dat elke school die nu wordt gebouwd geschikt moet zijn voor rolstoelen. Als dit niet het geval is dat je dan je recht kunt gaan halen op grond van die conventie. Bij de aanwezigen had nog niemand ervan gehoord dat iemand dit ooit had geprobeerd, terwijl men wel voorbeelden wist te noemen waar het niet goed was gegaan. Het aanspannen van een rechtszaak tegen de overheid lijkt nog een stap te ver. Zelfs het officieel aankaarten van een dergelijk probleem bij de autoriteiten gebeurt nu niet.

Binnenkort zal de staat Rwanda moeten gaan rapporteren over de stand van zaken in het land met betrekking tot de invoering van deze conventie. Bij de workshop waren diverse belangenorganisaties van gehandicapten aanwezig. Het doel van de workshop is om deze belangenorganisaties zo ver te krijgen om een parallel rapport te maken, om zodoende een tegenwicht te kunnen bieden aan het rapport van de overheid. Zodat op deze wijze een evenwichtiger beeld kan ontstaan, dat ook de belangen van de gehandicapten zelf voldoende worden gepresenteerd.

De aanvang van de workshop was negen uur. Ik was ruim op tijd aanwezig en dat was een goede gelegenheid om eens goed rond te kijken in hotel waar het was georganiseerd: Hilltop Hotel and Country Club. Om negen uur was er nog bijna niemand, daarna begonnen de eerste mensen binnen te druppelen. Om half tien vond de leider van de workshop, een Fransman genaamd Alexandre, het welletjes. We begonnen met zo’n tien mensen en in de loop van de ochtend kwamen we toch uit om een mooi aantal van twintig aanwezigen. Op tijd beginnen met zijn allen is heel moeilijk in Rwanda. Dat blijkt toch maar weer keer op keer. Bij latere binnenkomst gaat men ook gewoon zitten, iets van excuses voor het laat komen worden niet geuit.



Van te voren was ik een beetje sceptisch over de workshop. Dit leek zo’n typische workshop die westerlingen graag willen organiseren om hun donoren tevreden te stellen met de resultaten die ze hebben behaald: ‘Wij hebben door onze workshop twintig lokale beslissers bereikt die bereid zijn om een parallel rapport te maken!’. En dat de Afrikanen graag komen opdagen vlak voor de lunch om niet te lang na deze lunch weer te vertrekken, na eerst nog de presentielijst te hebben getekend om de vergoeding voor aanwezigheid te ontvangen. En dat de participatie van de deelnemers vrij beperkt is, zodat het vooral een eenrichtingspraatje is dat het ene oor ingaat en het andere weer uit. Dit schijnt regelmatig voor te komen.

Maar ik vond het hier best meevallen. De materie was zeer interessant, en het werd op een goede manier gebracht. De participatie van de deelnemers was op zijn tijd actief. En ondanks de wat verlate entree van sommige deelnemers, bleef bijna iedereen aanwezig tot het eind van de workshop, zo rond half vijf ‘s middags. Na afloop sprak ik nog even met Alexandre om hem te bedanken voor de interessante dag. Hij was wat minder enthousiast. In vergelijking met andere landen kreeg hij niet de indruk dat men er echt voor zou gaan om een parallel rapport te gaan maken. Dat beeld kan natuurlijk kloppen met een land dat een sterke autoritaire overheid heeft, waarin het moeilijk is voor een individu of voor een organisatie om daar tegen in te gaan.

maandag 28 februari 2011

Umuganda

Vrijdagavond om negen uur ‘s avonds. De bel! We verwachten echt niemand bij de poort van ons huis, zeker niet op dit tijdstip. Wie kan dat toch zijn? Toch maar even kijken. Ik zie dat er een klein briefje onder poort is doorgeschoven, en maak het deurtje in de poort open. Een jongeman staat voor de deur, hij doet een pas terug, ik denk dat hij een beetje schrikt omdat hij geen blanke had verwacht. Hij mompelt iets van Umuganda en dat zie ik ook op het briefje staan.

Elke laatste zaterdag van de maand is het Umuganda. Dan wordt van iedereen verwacht om een steentje bij te dragen aan de maatschappij door het uitvoeren van gemeenschapswerk. Dat kan het schoonmaken van een park zijn, het bouwen van weg of een school, of elk ander werk dat nuttig kan zijn voor de gemeenschap. Alle winkels zijn dicht, er hoort geen verkeer op straat te zijn, iedereen hoort mee te doen aan Umuganda. Naast het nuttige werk dat gedaan wordt zorgt het natuurlijk ook voor gemeenschapszin. En dat kan nooit verkeerd zijn in een land met een geschiedenis als Rwanda. Ik zie positieve kanten aan de Umuganda.

Van buitenlanders wordt niet verwacht dat ze meedoen, maar het mag wel. Ik vraag of wij om acht uur ‘s ochtends verwacht worden en dat bevestigd hij. En ik vraag waar we verwacht worden en zie op het briefje staan Centre de Sante, dus dat is ook als snel duidelijk. We nemen afscheid, en ik zie aan zijn houding dat hij niet verwacht dat wij op komen dagen. Op dat moment ben ik nog van plan om het tegendeel te bewijzen. Ik maak een nadere studie van het briefje. Ons district heet Gasabo, onze sector Kimironko, onze cel Bibare en onze Umudugudu Inyamibwa. Verder nog iets met 5.000 Frw (Rwandese francs). Ik vermoed dat dat betekent dat dit de boete is als je niet op komt dagen en dat blijkt te kloppen.

De volgende dag is het toch al heel vroeg acht uur en het gaat dus niet lukken om daar op tijd te zijn. Mischien is het beter om maar mee te doen aan een volgende laatste zaterdag van de maand. Vanuit onze tuin hebben wij een prachtig uitzicht over de vallei en in de verte kunnen wij dan ook goed zien dat in een groot park een heleboel mensen verzameld zijn. Die zijn dus dat park aan het schoonmaken. De verrekijker wordt buurtelings gebruikt voor het volgen van de ontwikkelingen van de Umuganda en van de verschillende vogels in onze tuin.


Marte heeft intussen een nieuwe hobby ontdekt, namelijk het klimmen in een boom. Ze gaat al zo hoog dat wij haar niet kunnen zien. Daar is ze me maar wat trots op, want elke keer klimt ze erin en vraagt dan: “Kunnen jullie me zien?” en daar moeten wij dan natuurlijk nee op antwoorden. Op enig moment komt ze enthousiast aanrennen: “Papa, er kwam een vogeltje bij mij zitten, zo’n mooie met regenboog kleurtjes en die zij tjilp, tjilp tegen mij.” Dan moet een ‘beautiful sunbird’ zijn geweest, en zo hebben wij een heerlijk rustige ochtend.



 
Op de verschillende wegen zie je wel veel minder verkeer, maar toch rijden er wel busjes, auto’s en motoren. Ook onze benedenburen zijn gewoon thuis met allerlei bezigheid rond het huis. Dus niet iedereen doet mee aan Umuganda. Hoe zit dat nu met het verplichtende karakter? Volgende keer ook maar eens de straat op gaan om te kijken of alle winkels ook dicht zijn. Al zeggen sommigen dat als je niet meedoet aan Umuganda, dat het dan beter is om gewoon binnen te blijven.

Zo tegen half elf houdt men op met werken en verzamelt men zich in groepen. In het park zie ik drie groepen van elk zo’n 50 personen en verderop is er nog een groep. Deze groepen blijven nog lang bijeen. Wat zou daar besproken worden? Het laatste partijstandpunt? Zou iemand een toespraak houden? Zou er een flinke discussie gevoerd worden? Ik ben wel heel benieuwd wat daar gebeurt. Mijn vermoeden is dat het flinke saaie kost is, het verplicht luisteren naar overheidsfunctionarissen, en dan kan geen pretje zijn. Zo rond twaalven lossen de groepen zich op. Het gewone leven kan weer verder gaan.

Umuganda, het heeft goede kanten zoals gemeenschapszin, maar ook weer mindere, zoals het verplichtende karakter en de mogelijke indoctrinatie die er plaatsvindt. Ik ga er nog even over nadenken wat ik er werkelijk van vind.

zaterdag 26 februari 2011

KCB

Ik bankier tegenwoordig bij de Kenya Commercial Bank (KCB). Wie had dat gedacht! Bij IKV Pax Christi had ik vaak te maken met KCB, omdat Peter Justin een bankrekening had bij de KCB in Juba (Sudan, binnenkort Zuid-Sudan?). Een paar keer is geld naar hem overgemaakt. Ik weet nog hoe moeilijk dat soms was, omdat het overmaken van geld naar iets dat ook maar een beetje te maken had met Sudan vaak werd geweigerd. Omdat Sudan op de zwarte lijst staat van de Verenigde Staten weigeren Nederlandse banken om een betaling te accepteren als in de omschrijving het woord Sudan vermeld staat. Dus menigmaal moest een list verzonnen worden om de betaling door te laten gaan. En nu zit ik zelf bij deze bank.


Omdat ik een lokaal salaris ontvang is het nodig om een lokale bankrekening te openen. De keuze is enorm, er zijn heel veel banken hier in Rwanda. Omdat VSO haar bankrekening bij BCR (Banque Commerciale du Rwanda) heeft, werd in eerste instantie aangeraden om ook daar maar een rekening te openen.  Maar de eerste verhalen over deze bank waren niet zo goed, want een uurtje in de rij staan om geholpen te worden is niet zo aantrekkelijk. Dus daar het ik het niet geprobeerd.

Ik heb het vervolgens bij de Access Bank Rwanda geprobeerd en daar werd ik gelijk geholpen, dus dat was een stuk beter. Om een rekening te openen moest ik wel een formulier laten invullen door iemand die mij kon aanbevelen. Nadat ik dat gedaan had was de volgende dag weer terug, maar toen moest ik opeens mijn werkvisum laten zien, die ik toen nog niet had. Ik begreep ook meteen waarom er hier geen wachtrij van een uur was en heb besloten om toch maar een andere bank te zoeken.

Vanwege sentimentele redenen heb ik mijn oog laten vallen op de KCB. Ik werd op zeer vriendelijke wijze ontvangen en ook gelijk geholpen. De vriendelijke dame zei dat de volgende dag mijn rekening geopend zou zijn en dat de dag daarna ik in bezit zou zijn van een chequeboek en een pinpas. Dat klonk veelbelovend. De volgende dag was mijn rekening er wel, maar toen werd wel gezegd dat mijn chequeboek er over drie dagen zou zijn en de pinpas nog iets later. Drie dagen later kreeg ik een telefoontje dat mijn chequeboek er nog niet was, maar de volgende dag wel. En de volgende dag wederom een telefoontje met de mededeling dat het chequeboek nu echt voor mij klaar lag. De beloftes waren misschien iets te mooi, maar de service is toch goed, en dat is ook wat waard.

Ik heb inmiddels al goed gebruik gemaakt van mijn chequeboek. Ik heb nog wat hulp nodig met wat ik overal moet invullen, maar dat gaat al best goed. Ook bij een andere vestiging van de KCB is het al gelukt. Het gaat mij misschien iets te gemakkelijk, want als ik mijn chequeboek kwijtraak, dan kan de vinder gewoon geld van mijn rekening opnemen. Dus niet kwijtraken!

Vrijdag ging ik weer naar de KCB om volgende cheque te gaan innen. De vriendelijke dame die mij geholpen had zag mijn meteen en wenkte naar mij dat ik naar haar toe moest komen. Mijn pinpas is binnen! Na een heleboel gegevens te hebben ingevuld in een groot boek kreeg ik mijn pinpas. Toen nog even naar een andere meneer voor mijn pincode. In een ander groot boek moest ik dezelfde gegevens nog een keer invullen. Nu kan ik pinnen. ’s Ochtends nog even niet, vanwege een stroomuitval, maar ’s middags lukte het wel. Ik krijg hier het gevoel dat de klant nog echt koning is! Of zou het komen omdat ik een blanke buitenlander ben en geen gewone Rwandees.

woensdag 23 februari 2011

Nogmaals verkiezingen

Afgelopen maandag hadden we weer een vrije dag. Er waren weer eens verkiezingen. Deze keer de verkiezingen op sector niveau. Een paar weken geleden waren er verkiezingen op cel niveau. Een heleboel cellen tezamen vormen een sector. Uit alle mensen die op cel niveau gekozen zijn kon nu gekozen worden om het volk te vertegenwoordigen in de sector. Deze verkiezing is nog niet zo gelaagd dat alleen deze gekozenen kunnen kiezen, nee, het is weer de bedoeling dat de gehele bevolking gaat kiezen.
Deze keer worden er geen rijen gevormd achter de kandidaten, deze keer wordt er net zoals bij ons met stemkaarten en stemhokjes gestemd. Nu is het dus veel anoniemer en benadert het dus ons systeem. Je kunt lekker zeggen dat je op de ene stemt, en toch stiekem op een ander stemmen. Wel krijgt elke stemmer met een stift een klein zwart puntje op de nagel van de linkerpink. Twee keer stemmen gaat dus niet lukken.
Ik begrijp nu ook dat men niet gaat stemmen waar men woont, maar dat men gaat stemmen waar men geboren is. Daarom zijn het ook vrije dagen, om iedereen de gelegenheid te geven om naar de geboorteplaats te gaan. Bruno, die in het zuidwesten van het land is geboren, moet dus voor elke verkiezing een flink eind reizen.
Dit zijn de laatste verkiezingen waaraan de gehele bevolking gaat meedoen. Bij de volgende verkiezingen zullen diegene die in de sector zijn gekozen uit hun midden de vertegenwoordigers kiezen voor het district. Deze gaan dan vervolgens weer hetzelfde doen voor de provincie. En of dat nog weer doorgaat naar nationaal niveau, dat week ik niet, dat lijkt mij vreemd, omdat je dan een soort schaduw parlement krijgen. Wij zullen dus waarschijnlijk geen nieuwe vrije dagen krijgen in verband met de verkiezingen.
Naast deze algemene verkiezingen vinden er ondertussen ook parallel nog andere verkiezingen plaats. Voor de National Youth Council, de National Women’s Council en de National Council of Persons with Disabilties. Alleen jeugd mag stemmen voor de NYC, alleen vrouwen voor de NWC en alleen gehandicapten voor de NCPD. Deze verkiezingen zijn ook georganiseerd op de verschillende niveaus van cel, sector, district, provincie en nationaal. Dit zijn een soort adviesorganen die natuurlijk moeten strijden voor het belang wat ze vertegenwoordigen. Of ze veel invloed hebben? Voor deze verkiezingen krijg je geen vrije dagen, dus die hebben tot nu toe voornamelijk in het weekend plaatsgevonden. Afgelopen zaterdag zagen we onderweg ergens een heleboel mensen bij elkaar staan met opvallend veel rolstoelen en blindegeleidestokken. Dat moet dus zo’n verkiezing zijn geweest.
Door al deze verkiezingen worden er ook gigantisch veel mensen gekozen, op deze manier zijn wel heel veel mensen politiek actief. Ik heb zitten rekenen en dan kom ik tot de conclusie dat er in dit land wel zo’n kleine 200.000 mensen zijn gekozen in een of ander gremium. En dan tel ik diegenen die zich kandidaat hebben gesteld en niet gekozen zijn helemaal niet mee. De betrokkenheid bij de politiek moet wel veel groter zijn dan bij ons. En al deze mensen gaan ook nog vergaderen!

maandag 21 februari 2011

Murambi (en wat de Fransen hebben uitgespookt)

Gisteren zijn we onder andere naar het genocide monument geweest van Murambi. We hadden gehoord dat dit een van de meest indrukwekkende monumenten van het land is, en dat geloven wij graag.

In de eerste plaats al door het verhaal. Het monument is gevestigd in het gebouw van een technische school, die in 1994 nog niet was voltooid en vervolgens ook nooit als zondanig is gebruikt. Op 6 april 1994 barstte de genocide in alle hevigheid los en net als bij voorgaande pogroms zochten veel mensen bescherming bij de kerken. Zolang men in de kerken zat, was men relatief veilig. Op de een of andere manier heeft men de Tutsi’s doen geloven dat de technische school ook een veilige schuilplaats was. En heeft men de leiding van de kerken weten te overtuigen om alle mensen die schuilden in de omliggende kerken te verplaatsen naar de technische school. Toen dat gebeurd was, heeft men de toevoer afgesloten, ook van water en voedsel, en toen men de uitputting nabij was, is er op 22 april op gruwelijke wijze toegeslagen door het Rwandese leger, de Hutu milities Interahamwe en een gedeelte van de plaatselijke bevolking. Men gebuikte geweren, messen, hakmessen en machetes. Het aantal mensen dat aanwezig was op het terrein wordt geschat op ongeveer 55.000 en er zijn er niet veel die het hebben overleefd.


 
Dit verhaal is al schokkend, maar wat er volgt is nog schokkender. Een groot gedeelte van de slachtoffers is begraven in massagraven rond het terrein. In de jaren na de genocide heeft men deze ontdekt, en een ervan was zo diep dat de lichamen nog heel goed geconserveerd zijn gebleven. Deze lichamen zijn met kalk overgoten om ze goed geconserveerd te houden. Deze 848 lichamen worden in 24 klaslokalen tentoongesteld. Het is afschuwelijk gezicht, de wit uigeslagen lijken van de kalk, je ziet soms waar het hakmes heeft toegeslagen, en de houding van de mensen laat zien dat ze onder erbarmelijke wijze zijn overleden. Je ziet volwassen en kinderen en de lucht die er hangt is een combinatie van lijkenlucht en kalk. Een beeld dat ik niet snel zal vergeten.

Tijdens de rondleiding is er speciale aandacht voor de rol van de Fransen. En die komen er niet te best af. Ik zou me niet gemakkelijk voelen als ik afkomstig zou zijn geweest uit Frankrijk. In de eerste plaats hebben ze tot 1994 het Rwandese leger altijd ondersteund, maar ze hebben ook meegeholpen aan het trainen van de Interahamwe, de Hutu milities. Nadat de genocide begonnen was heeft Frankrijk het bij de Verenigde Naties voor elkaar gekregen om een zogenaamd bemiddelende rol te spelen tussen het oude - zich terugtrekkende - Rwandese leger en de troepen van Paul Kagame, die al flink waren opgerukt richting de hoofdstad. Het kreeg de naam ‘Operation Turquoise’ en de Franse soldaten kwamen in het zuidwesten van het land terecht. Onder deze dekmantel heeft men ervoor gezorgd dat veel mensen van het oude Rwandese regime veilig naar het buitenland konden vluchten. Een Franse eenheid is in juni 1994 neergestreken op deze technische school, waar men heeft meegeholpen om het terrein schoon te maken van de restanten van de genocide die daar heeft plaatsgevonden. En men heeft geholpen om de massagraven toe te dekken, met als resultaat een volleybalveld boven een massagraf.

Vlak buiten de school staan ook huizen, waar ook nu nog gewoon mensen wonen. De gids legt uit dat deze mensen tot op heden zwijgen over wat er heeft plaatsgevonden. Mogelijk dat er mensen bij zijn die hebben meegedaan, maar in ieder geval kan het niet anders zijn dan dat ze weten wat er hier is gebeurd. En het ziet er zo prachtig uit, de prachtige groene heuvels met de landbouwgrond en de kleine huizen. Wat heeft zich hier afgespeeld, en wat ziet het landschap er dan opeens anders uit.

Voor Marte's beleving van dit geheel verwijs ik naar haar website: http://marteopreis.waarbenjij.nu/

Butare en Nyanza (en wat de Belgen hebben uitgespookt)

We zijn een weekendje weg geweest. We hebben de stoute schoenen aangetrokken en hebben een auto gehuurd. Waarschijnlijk voor een veel te hoge prijs, maar we hadden wel lekker eigen vervoer. Met een eigen auto kan je gaan waar je wilt, en je kunt stoppen waar je wilt.

De eerste stop is er eentje die altijd wel op het lijstje staat in onze vakanties. Wij stoppen bij een plekje waar ze keramiek verkopen: Poterie Locale de Gatagara. Gezien Wilma’s achtergrond is het niet onlogisch dat we altijd weer terechtkomen bij een keramiekwinkel. Helaas is het zaterdag, dus zijn ze niet aan het werk. Maar de winkel is wel open en we vertrekken weer met een mok, een kandelaar en vier eierdoppen. Het is voor het goede doel, want de winkel wordt gerund door Batwa met een handicap. De Batwa is de derde bevolkingsgroep van Rwanda, ongeveer 1 % van de populatie, en zijn behoorlijk gemarginaliseerd.

Vervolgens gaan we naar Nyanza. Toen Rwanda nog een koninkrijk was, resideerde de koning in deze stad. Er is een paleis uit 1959 – hierin is nu een museum gevestigd met moderne Afrikaanse kunst - en een paleis uit 1932. Het paleis van daarvoor bestaat niet meer, maar is wel nagebouwd. De laatste is ook meteen het bijzonderste, want het is gemaakt uit houten palen, riet en allerlei ander natuurlijk materiaal. Het is een gigantische Afrikaanse hut van wel zeven meter hoog. En binnen is het ook heerlijk koel. Het is een prachtige constructie en tijdens de rondleiding krijgen we van de gids allerlei verhalen te horen over het koningshuis. Onder andere dat de Belgen de een na laatste koning Charles Rudahigwa Mutara III in 1959 hebben vergiftigd, omdat hij op weg was naar de Verenigde Naties om te pleiten voor de onafhankelijkheid van Rwanda. En de koning van daarvoor hadden ze al afgezet omdat hij zich niet wilde bekeren tot het katholieke geloof. Zo hoor je nog eens wat.



 
Zaterdagavond hebben we overmacht in een hotel in Butare. We hebben daar genoten van een warm bad, een warme douche, een maaltijd van drie gangen en een wijntje bij de maaltijd.

Butare was de belangrijkste stad in Rwanda tijdens de Belgische koloniale periode. Van 1935 tot 1962 heette het zelfs Astrida, als eerbetoon aan de overleden koningin Astrid. Het heeft ook het belangrijkste museum van het land, het Nationale Museum van Rwanda. Het is een mooi museum waarin veel aandacht is voor de cultuur en de geschiedenis van Rwanda. Het is zeer de moeite waard en wij hebben daar zo’n twee uur doorgebracht. Zelfs Marte heeft het redelijk kunnen volhouden, zeker nadat wij beloofd hadden dat ze als beloning een paar souvenirtjes mocht uitkiezen. Nou dat hebben we geweten, we zijn vertrokken met een mobiel, een vogel en een hele grote trommel.

’s Middags hebben we nog een bezoek gebracht aan het genocide monument van Murambi, op zo’n half uur rijden van Butare, en aan de grootste kathedraal van het land, weer in Butare, die ook weer gebouwd is ter herinnering aan koningin Astrid.

Daarna zijn we weer huiswaarts gereden, onderweg genieten van het prachtige landschap dat voorbijtrekt. Dan besef je dat het land niet voor niets het land van de duizenden heuvelen heet. En het is overal groen, er is bijna overal landbouw of veeteelt, er is bijna overal bebouwing en bij de afwezigheid van veel wegverkeer zie je weer hoeveel mensen er langs de kant van de weg lopen. Overal waar je rijdt, altijd lopen er mensen.